Erfgoedwet

Huidige tekst

Artikel 1.1 Erfgoedwet

Geldt sinds 1 augustus 2021

Begripsbepalingen In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: archeologisch monument: terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen; archeologische vondst: overblijfsel, voorwerp of ander spoor van menselijke aanwezigheid in het verleden afkomstig van een archeologisch monument; beschermd cultuurgoed: cultuurgoed dat: a.als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3.7, eerste lid; b.voorkomt in een opsomming als bedoeld in artikel 3.7, derde lid; of c.in geval van de aanwijzing van een beschermde verzameling op grond van artikel 3.8, eerste lid, zolang nog geen opsomming voor die verzameling is vastgesteld, redelijkerwijs onder de algemene omschrijving van die beschermde verzameling valt; beschermde verzameling: verzameling die is aangewezen op grond van artikel 3.7, tweede lid; certificaat: certificaat als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid; college van staat: het Kabinet van de Koning, de Staten-Generaal, de overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs of de Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten; cultureel erfgoed: uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden; cultuurgoed: roerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed; ensemble: een op grond van artikel 3.13 aangewezen rijksmonument met cultuurgoederen; inspecteur: inspecteur als bedoeld in artikel 8.3; instelling: krachtens privaatrecht opgerichte rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid; kerkelijk monument: monument dat eigendom is van een kerkgenootschap, een zelfstandig onderdeel daarvan, een lichaam waarin kerkgenootschappen zijn verenigd, of van een ander genootschap op geestelijke grondslag en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor het gezamenlijk belijden van de godsdienst of levensovertuiging; monument: onroerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed; museaal cultuurgoed van de Staat: cultuurgoed van bijzonder belang dat eigendom is van de Staat of waarvan de zorg aan de Staat is toevertrouwd; normaal onderhoud: noodzakelijke reguliere werkzaamheden die gericht zijn op het behoud van monumentale waarde; Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; opgraving: handelingen als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid; restauratie: werkzaamheden die het normale onderhoud te boven gaan en noodzakelijk zijn voor herstel; rijksmonument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister; rijksmonumentenregister: register als bedoeld in artikel 3.3; Staat: Staat der Nederlanden; Verordening (EU) 2019/880: Verordening (EU) 2019/880 van het Europees parlement en de Raad van 17 april 2019, betreffende het binnenbrengen en de invoer van cultuurgoederen (PbEU 2019, L 151); verzameling: cultuurgoederen die uit cultuurhistorisch of wetenschappelijk oogpunt bij elkaar horen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:4014Rechtbank Noord-Nederland, 17 september 2026 (bestuursrecht)

    Last onder dwangsom opgelegd voor ontgraven (egalisatiewerkzaamheden). Wat wordt verstaan onder ontgraven? Geen normaal onderhoud. Overtreding. Ontgraven zonder de daartoe vereiste…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:7719Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28 augustus 2026 (omgevingsrecht)

    Beroep over het afwijzen van een handhavingsverzoek.

  • ECLI:NL:RVS:2026:4989Raad van State, 26 augustus 2026 (bestuursrecht)

    In het besluit van 8 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een last onder dwangsom opgelegd wegens het bouwen van een bouwwerk zonder omgevingsvergunning.…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:7618Rechtbank Amsterdam, 23 juli 2026 (verbintenissenrecht)

    Huurovereenkomst woonruimte. Vastelling huurprijs na uitspraak huurcommissie. Verzoek bij de huurcommissie is tijdig ingediend, omdat met de huurder een nieuwe huurovereenkomst is aangegaan.…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:1811Rechtbank Noord-Nederland, 19 maart 2026 (bestuursrecht)

    Beroep tegen een omgevingsvergunning die is verleend voor een rijksmonumentactiviteit en een omgevingsplanactiviteit. Voor de omgevingsplanactiviteit is sprake van een gebonden beschikking. De…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:812Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 februari 2026 (omgevingsrecht)

    Beroep tegen intrekking alcoholwetvergunning en exploitatievergunning. Wegens tijdsverloop waarbij de burgemeester al had erkend dat de loop eruit was, mocht de burgemeester de exploitatievergunning…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:251Rechtbank Oost-Brabant, 16 januari 2026 (bestuursprocesrecht)

    Het college heeft het gebouw de Blauwe Scholk, gelegen aan de Bosscheweg 7-9 te Den Dungen gedeeltelijk aangewezen als gemeentelijk monument. Volgens het college zijn een aantal later aangebouwde…

  • ECLI:NL:RVS:2025:6380Raad van State, 24 december 2025 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 15 december 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van [appellant] om rangschikking van de onroerende zaak "Oud Kraggenburg" onder de Natuurschoonwet 1928 afgewezen. Oud…

30 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.