Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

Awir

Huidige tekst

Artikel 47 Awir

Geldt sinds 6 november 2024

Hardheidsclausule 1 Onze Minister is bevoegd in overeenstemming met Onze Ministers die het aangaat voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen beleidsregels te geven om tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard, die zich bij de toepassing van deze wet, de daarop berustende bepalingen of een inkomensafhankelijke regeling mochten voordoen. 2 Onze Minister is bevoegd in overeenstemming met Onze Ministers die het aangaat bij ministeriële regeling voor groepen van gevallen tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard, die zich bij de toepassing van artikel 7, derde of vierde lid, of bij de toepassing van artikel 3, eerste lid, van de Wet op de zorgtoeslag of artikel 1, vierde lid, van de Wet op het kindgebonden budget mochten voordoen. 3 Het ontwerp van een krachtens het tweede lid vast te stellen ministeriële regeling wordt aan beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De ministeriële regeling wordt niet eerder vastgesteld dan twee weken na de overlegging van het ontwerp. Indien binnen die termijn door of namens een van de Kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een van de Kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de ministeriële regeling bij wet wordt geregeld, wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend en wordt de ministeriële regeling niet vastgesteld.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2026:5493Raad van State, 16 september 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 24 juni 2024 heeft de Dienst Toeslagen het verzoek van [appellante] om herziening van de definitieve berekening van haar kindgebonden budget over 2021 afgewezen. Bij besluit van 6 mei…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:14027Rechtbank Den Haag, 20 maart 2026 (bestuursrecht)

    Eiseres heeft een verzoek gedaan tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over de toeslagjaren 2006 tot en met 2016. In overleg met eiseres zijn alleen de toeslagjaren 2006 tot en met 2012…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:14028Rechtbank Den Haag, 20 maart 2026 (bestuursrecht)

    De huurtoeslag van eiser is op nihil vastgesteld omdat zijn vermogen te hoog is. In artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, aanhef en tweede onderdeel, van de Uitvoeringsregeling Awir is bepaald…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:1714Rechtbank Oost-Brabant, 18 maart 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Herziening en terugvordering van voorschot huurtoeslag wegens overschrijding van de vermogensgrens. Deze vermogensgrens is overschreden door het ontvangen van een voorschot. De rechtbank vindt de…

  • ECLI:NL:RVS:2026:1360Raad van State, 11 maart 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 6 oktober 2023 heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag van [appellant] over 2022 definitief berekend, op € 0,00 vastgesteld en het betaalde voorschot van € 2.026,00 teruggevorderd.…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:43Rechtbank Gelderland, 7 januari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Testamentaire vordering van erfgenamen op langstlevende opgenomen in Wlz-inrichting staat niet in de weg aan opleggen hoge eigen bijdrage Wlz.

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:24337Rechtbank Den Haag, 19 december 2025 (bestuursrecht)

    Terugvordering zorgtoeslag en Woo-verzoek Terugvordering zorgtoeslag is terecht. Geen bijzondere omstandigheden. Beroep op hardheidsclausule slaagt niet. Geen vergoeding schade. Woo-verzoek leidt…

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:7603Rechtbank Midden-Nederland, 21 november 2025 (bestuursrecht)

    Eiser moet het gehele bedrag aan te veel ontvangen kindgebonden budget terugbetalen aan Dienst Toeslagen. De rechtbank ziet geen aanleiding om dit bedrag te matigen of kwijt te schelden, omdat eiser…

91 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.