Wet op de zorgtoeslag

Wzt

Huidige tekst

Artikel 3 Wzt

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    In afwijking van artikel 7, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, bestaat geen aanspraak op een zorgtoeslag indien de rendementsgrondslag, bedoeld in artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de verzekerde aan het begin van het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 146.011 of, indien de verzekerde het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, de gezamenlijke rendementsgrondslag, bedoeld in artikel 5.3, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de verzekerde en zijn partner aan het begin van het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 184.633. Bij de bepaling van de rendementsgrondslag, bedoeld in de vorige zin, wordt geen rekening gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

  2. 2

    Bij het begin van het kalenderjaar worden de bedragen, bedoeld in het eerste lid, bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

  3. 3

    Indien er aanleiding is om de bedragen, bedoeld in het eerste lid, te verhogen op een andere wijze dan op grond van het tweede lid, worden de bedragen vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur.

  4. 4

    De overeenkomstig het tweede en derde lid aangepaste bedragen treden in de plaats van de bedragen, genoemd in het eerste lid.

  5. 5

    Indien een verhoging als bedoeld in het derde lid wordt toegepast, vindt deze verhoging plaats nadat het tweede lid toepassing heeft gevonden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:7659Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 augustus 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Terugvordering van het kindgebonden budget over 2023. Het beroep is ongegrond.

  • ECLI:NL:RBLIM:2025:7702Rechtbank Limburg, 6 augustus 2025 (bestuursrecht)

    Afwijzing aanvraag huurtoeslag, want te laat ingediend. De persoonlijke problemen zijn weliswaar bijzondere omstandigheden in die zin dat die niet zijn voorzien door de wetgever en ook specifiek voor…

  • ECLI:NL:RVS:2021:1071Raad van State, 26 mei 2021 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 21 augustus 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot zorgtoeslag van [appellant] voor het jaar 2018 vastgesteld op € 594,00. In hoger beroep gaat het alleen nog over het…

  • ECLI:NL:RVS:2021:1072Raad van State, 26 mei 2021 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 21 november 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot zorgtoeslag van [appellant] over 2018 herzien en vastgesteld op € 594,00. [appellant] is getrouwd met [echtgenote].…

  • ECLI:NL:RBOBR:2019:4211Rechtbank Oost-Brabant, 15 juli 2019 (bestuursprocesrecht)

    Bestuursrecht

  • ECLI:NL:RVS:2019:1346Raad van State, 24 april 2019 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 28 december 2017 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot zorgtoeslag van [appellante] over 2018 vastgesteld op € 165,00.

  • ECLI:NL:RVS:2018:3727Raad van State, 14 november 2018 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 31 maart 2017 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aan [appellant] toegekende zorgtoeslag over 2014 vastgesteld op nihil en de reeds uitbetaalde voorschotten van hem teruggevorderd.

  • ECLI:NL:RVS:2018:3524Raad van State, 31 oktober 2018 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 21 september 2016 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot zorgtoeslag van [appellante] over 2016 herzien en vastgesteld op € 1.113,00.

10 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.