Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

Awir

Huidige tekst

Artikel 6 Awir

Geldt sinds 6 januari 2014

Gelijkstelling met basisregistratie personen 1 Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt met de basisregistratie personen gelijkgesteld een daarmee naar aard en strekking overeenkomende registratie buiten Nederland. 2 Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen regels worden gesteld op basis waarvan iemand die niet in Nederland woont, geacht wordt op zijn woonadres te zijn ingeschreven in een naar aard en strekking met de basisregistratie personen overeenkomende registratie buiten Nederland. 3 Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen regels worden gesteld op basis waarvan iemand die in de basisregistratie personen niet op zijn woonadres is ingeschreven, geacht wordt daarin wel op dat adres te zijn ingeschreven. 4 Voor de toepassing van het tweede en derde lid wordt naar de omstandigheden beoordeeld waar iemand woont.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2025:1441Raad van State, 2 april 2025 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 28 december 2021 heeft de Dienst het voorschot zorgtoeslag van [appellante] voor het jaar 2022 vastgesteld op nihil. [appellante] heeft voorschotten zorgtoeslag en kindgebonden budget…

  • ECLI:NL:RVS:2023:3405Raad van State, 6 september 2023 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 23 april 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellante] voor huurtoeslag over 2020 afgewezen. [appellante] staat in de Basisregistratie personen ingeschreven op…

  • ECLI:NL:RVS:2022:231Raad van State, 26 januari 2022 (bestuursrecht)

    Bij besluiten van 21 juni 2017 en 7 juli 2017 en vier besluiten van 20 juli 2017 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de definitieve berekening van de zorgtoeslag van [appellante] over 2012, 2013, 2014…

  • ECLI:NL:RBROT:2021:1891Rechtbank Rotterdam, 5 maart 2021 (bestuursrecht)

    Kinderopvangtoeslag 2019. Nu voldoende aannemelijk is dat eiser kosten voor kinderopvang heeft gemaakt en dat deze kosten zijn voldaan en het kind wordt geacht in 2019 samen met haar moeder en eiser…

  • ECLI:NL:RBNHO:2020:7782Rechtbank Noord-Holland, 2 oktober 2020 (belastingrecht)

    Verweerder mocht bij het vaststellen van de hoogte van de huurtoeslag rekening houden met het inkomen van de medebewoner nu deze op het adres van eiseres stond ingeschreven en niet aannemelijk is…

  • ECLI:NL:RVS:2019:1046Raad van State, 3 april 2019 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 21 september 2017 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot kindgebonden budget van [wederpartij] voor 2017 herzien en vastgesteld op € 2.109,00.

  • ECLI:NL:RBNHO:2019:1516Rechtbank Noord-Holland, 28 februari 2019 (belastingrecht)

    Toeslagen. De inschrijving in de BRP is bepalend voor de vraag of sprake is van een toeslagpartner. Er is geen reden om daarvan af te wijken op grond van artikel 3, tweede ld, aanhef en onder c, van…

  • ECLI:NL:RVS:2018:3897Raad van State, 28 november 2018 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 28 april 2017 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de kinderopvangtoeslag over 2015 voor [wederpartij] definitief berekend en vastgesteld op een bedrag van € 2.864,00.

29 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.