Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

Awir

Huidige tekst

Artikel 33 Awir

Geldt sinds 1 januari 2026

Aansprakelijkheid bij terugvordering 1 De partner van de belanghebbende is hoofdelijk aansprakelijk voor een door de belanghebbende verschuldigd bedrag aan terugvordering, daaronder begrepen de in artikel 29 bedoelde rente alsmede de kosten van aanmaning en de kosten van invordering bij dwangbevel. De partner is niet aansprakelijk voor een aan de belanghebbende opgelegde bestuurlijke boete, tenzij het belopen daarvan mede aan hem is te wijten. 2 Indien in een inkomensafhankelijke regeling is bepaald dat naast de draagkracht van de belanghebbende en diens partner ook de draagkracht van medebewoners van belang is voor de beoordeling van de aanspraak op of de bepaling van de hoogte van een tegemoetkoming, is ieder van de medebewoners hoofdelijk aansprakelijk voor een door de belanghebbende verschuldigd bedrag aan terugvordering en, overeenkomstig het eerste lid, voor de in te vorderen bedragen die verband houden met die terugvordering. 3 Een derde die kan beschikken over een bankrekening waarop een voorschot of een tegemoetkoming is uitbetaald, is hoofdelijk aansprakelijk voor een door de belanghebbende verschuldigd bedrag aan terugvordering zonder rekening te houden met de toepassing van artikel 26, tweede lid, voor zover het terug te vorderen bedrag overeenkomstig artikel 26, eerste lid, is betaald op die bankrekening. Voor zover een terugvordering voortvloeit uit de toepassing van artikel 24, wordt het bedrag waarvoor de derde aansprakelijk is, bepaald op het gedeelte van de terugvordering overeenkomstig artikel 26, eerste lid, dat in dezelfde verhouding staat tot het bedrag van de terugvordering zonder rekening te houden met de toepassing van artikel 26, tweede lid, als de aan de derde over het berekeningsjaar uitbetaalde voorschotten in verhouding staan tot het totale bedrag van de over het berekeningsjaar uitbetaalde voorschotten. 4 Aansprakelijkstelling geschiedt bij beschikking van de Dienst Toeslagen. Het bedrag waarvoor de aansprakelijkheid bestaat, is invorderbaar zes weken na de dagtekening van de beschikking. De artikelen 28, derde lid, 30, 31 en 32 zijn van overeenkomstige toepassing. 5 Op de beschikking, bedoeld in het vierde lid, zijn de artikelen 4:97 tot en met 4:102 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing 6 De aansprakelijkheid van de partner, bedoeld in het eerste lid, of van de derde, bedoeld in het derde lid, geldt tevens indien deze partner of derde niet in Nederland woont.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBNHO:2025:13285Rechtbank Noord-Holland, 12 november 2025 (civiel recht)

    Ex-samenwoners zonder samenlevingscontract. Voor het jaar waarin partijen samenwoonden heeft de vrouw huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget aangevraagd en toegekend gekregen. Daarbij heeft…

  • ECLI:NL:RBLIM:2022:4997Rechtbank Limburg, 1 juli 2022 (bestuursrecht)

    Definitieve berekening en terugvordering zorgtoeslag en huurtoeslag 2019. Hoorplicht in bezwaar is geschonden, maar wordt gepasseerd. Verweerder heeft X terecht op grond van artikel 3, tweede lid…

  • ECLI:NL:RBROT:2022:2027Rechtbank Rotterdam, 18 maart 2022 (belastingrecht)

    De huurtoeslag is op juiste gronden aangepast. Toeslagpartner heeft geen rechtmatig verblijf in Nederland.

  • ECLI:NL:RBZWB:2022:289Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21 januari 2022 (bestuursrecht)

    ZORG

  • ECLI:NL:RVS:2019:3536Raad van State, 23 oktober 2019 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 24 augustus 2011 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot kinderopvangtoeslag van [appellante] over 2010 herzien en vastgesteld op nihil en het te veel betaalde teruggevorderd.

  • ECLI:NL:RVS:2019:1531Raad van State, 15 mei 2019 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 20 oktober 2017 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een verzoek van [appellante] om een persoonlijke betalingsregeling niet in behandeling genomen.

  • ECLI:NL:RVS:2018:3034Raad van State, 19 september 2018 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 19 mei 2017 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een verzoek van [appellante] om een persoonlijke betalingsregeling afgewezen en haar uitstel van betaling verleend onder de voorwaarde…

  • ECLI:NL:RVS:2018:1542Raad van State, 9 mei 2018 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 10 april 2015 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de tegemoetkoming huurtoeslag aan [persoon] over het toeslagjaar 2013 op nihil vastgesteld.

14 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.