Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

Awir

Huidige tekst

Artikel 20 Awir

Geldt sinds 1 januari 2024

Herziening tegemoetkoming wegens alsnog beschikbaar komen of wijziging fiscale gegevens na toekenning 1 Indien na de toekenning van de tegemoetkoming uit een eerste vaststelling, eerste bepaling of wijziging van een inkomensgegeven, niet in Nederland belastbaar inkomen of de bij toepassing van artikel 7, derde of vierde lid, relevante rendementsgrondslag blijkt dat de tegemoetkoming tot een te hoog of te laag bedrag is toegekend, herziet de Dienst Toeslagen de tegemoetkoming met inachtneming van die eerste vaststelling, eerste bepaling of wijziging. 2 De herziening geschiedt binnen acht weken na het tijdstip waarop het voor het eerst vastgestelde, voor het eerst bepaalde of gewijzigde inkomensgegeven of de bij toepassing van artikel 7, derde of vierde lid, voor het eerst vastgestelde of gewijzigde rendementsgrondslag aan de Dienst Toeslagen bekend is geworden dan wel de beschikking of uitspraak strekkende tot de in het eerste lid bedoelde vaststelling, bepaling of wijziging onherroepelijk is geworden. 3 Een herziening op grond van dit artikel kan leiden tot een uit te betalen bedrag doch ook tot een terug te vorderen bedrag.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2026:5933Raad van State, 2 oktober 2026 (bestuursrecht)

    Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 9 januari 2026 van de rechtbank Zeeland­-West-­Brabant waarbij de beroepen van [appellant] tegen de herziene besluiten van 3 november 2022 en 12…

  • ECLI:NL:RVS:2026:5939Raad van State, 2 oktober 2026 (bestuursrecht)

    Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 3 november 2025 van de rechtbank Oost-Brabant waarbij het beroep van [appellant] tegen het besluit van 3 september 2020 ongegrond is verklaard. De…

  • ECLI:NL:RVS:2026:5941Raad van State, 2 oktober 2026 (bestuursrecht)

    Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 3 november 2025 van de rechtbank Oost­-Brabant waarbij het beroep van [appellant] tegen het besluit van 3 september 2020 ongegrond is verklaard. De…

  • ECLI:NL:RVS:2026:5942Raad van State, 2 oktober 2026 (bestuursrecht)

    Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 3 november 2025 van de rechtbank Oost-­Brabant waarbij het beroep van [appellant] tegen het besluit van 3 september 2020 ongegrond is verklaard. De…

  • ECLI:NL:RVS:2026:5329Raad van State, 9 september 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 6 september 2024 heeft de Dienst Toeslagen, voor zover hier van belang, de hoogte van de huurtoeslag van [appellant] over het jaar 2021 definitief berekend op nihil. De Dienst…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:7659Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 augustus 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Terugvordering van het kindgebonden budget over 2023. Het beroep is ongegrond.

  • ECLI:NL:RVS:2026:1722Raad van State, 25 maart 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 8 januari 2022 heeft de Dienst Toeslagen de definitieve berekening van de zorg- en huurtoeslag over 2019 vastgesteld op € 976,00 aan zorgtoeslag voor [appellant B] en € 3.168,00 aan…

  • ECLI:NL:RVS:2026:1753Raad van State, 25 maart 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 5 januari 2024 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant] voor het jaar 2023 een voorschot zorgtoeslag € 777,00, een voorschot kindgebonden budget van € 4.988,00 en een voorschot…

208 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.