Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

Awir

Huidige tekst

Artikel 2 Awir

Geldt sinds 7 juli 2020

Definities 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen, alsmede in inkomensafhankelijke regelingen, wordt verstaan onder: a.belastbaar loon: het belastbare loon bedoeld in artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, met uitzondering van loon dat als een eindheffingsbestanddeel in de zin van die wet is belast; b.berekeningsjaar: het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft; c.kind: de persoon bedoeld in artikel 4; d.lidstaat: een Staat die lid is van de Europese Unie of een andere Staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; e.medebewoner: de persoon die als ingezetene op hetzelfde woonadres is ingeschreven in de basisregistratie personen als de belanghebbende, met dien verstande dat als medebewoner niet wordt aangemerkt: 1°. de partner van de belanghebbende, 2°. de persoon die op basis van een schriftelijke overeenkomst met de belanghebbende een deel van de woning huurt, tenzij deze een bloed- of aanverwant in de eerste graad is van de belanghebbende of van diens partner, 3°. degene die tot het huishouden van de onder 2° bedoelde persoon behoort; f.partner: de persoon bedoeld in artikel 3; g.vervallen; h.tegemoetkoming: een financiële bijdrage van het Rijk op grond van een inkomensafhankelijke regeling; i.toetsingsinkomen: het inkomen bedoeld in artikel 8; j.verzamelinkomen: het verzamelinkomen bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001; k.vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000; l.inspecteur: de inspecteur, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; m.niet in Nederland belastbaar inkomen: inkomen dat niet in het verzamelinkomen of het belastbare loon is begrepen omdat het niet behoort tot het Nederlandse inkomen, bedoeld in artikel 7.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, of omdat het is vrijgesteld op grond van bepalingen van interregionaal of internationaal recht; n.ontvanger: de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990; o.inkomensgegeven: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, onderdeel e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; p.burgerservicenummer: het nummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer; q.uitreiziger: persoon ten aanzien van wie op grond van een melding van de opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten is gebleken dat het gegronde vermoeden bestaat dat deze persoon zich buiten Nederland bevindt met het doel om zich aan te sluiten bij een organisatie die is geplaatst op de lijst van organisaties, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap. 2 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a.Onze Minister: Onze Minister van Financiën; b.beschikking tot vaststelling: beschikking tot toekenning van de tegemoetkoming, beschikking tot herziening van de tegemoetkoming en beschikking tot herziening van een voorschot; c.beschikking tot terugvordering: beschikking tot vaststelling van het bedrag dat wordt teruggevorderd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:158Parket bij de Hoge Raad, 28 januari 2022 (belastingrecht)

    Verzoek om wraking van raadsheren van de belastingkamer en rolraadsheer. Opmerkingen ten overvloede met betrekking tot de figuur van een pro-formaberoepschrift, enkele bijzonderheden met betrekking…

  • ECLI:NL:PHR:2021:436Parket bij de Hoge Raad, 23 maart 2021 (strafrecht)

    Conclusie AG. Middelen over onder meer de verwerping van een niet-ontvankelijkheidsverweer vanwege schending van het gelijkheidsbeginsel en de bewijsvoering van medeplegen van witwassen, oplichting…

  • ECLI:NL:PHR:2020:432Parket bij de Hoge Raad, 30 april 2020 (belastingrecht)

    A-G Niessen heeft conclusie genomen in een zaak over het inkomensgegeven. De belanghebbende ontvangt toeslagbeschikkingen en komt op tegen de daarin vermelde inkomensgegevens van haar ex-partner.…

  • ECLI:NL:HR:2017:1273Hoge Raad, 7 juli 2017 (personen- en familierecht)

    Prejudiciële beslissing (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Invloed van kindgebonden budget op partneralimentatie (art. 1:157 BW). Vermindering van behoefte voor zover het ontvangen…

  • ECLI:NL:RVS:2025:2179Raad van State, 14 mei 2025 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 30 september 2022 heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag van [appellant] over 2021 definitief vastgesteld op € 1.931,00. In deze zaak gaat het om de juistheid van het…

  • ECLI:NL:RBLIM:2024:8703Rechtbank Limburg, 28 november 2024 (bestuursrecht)

    Eisers zoon is aan te merken als medebewoner als bedoeld in artikel 2 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir). Eisers zoon (ouder dan 23 jaar) stond in betreffende periode…

  • ECLI:NL:RBZWB:2023:2682Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 april 2023 (bestuursrecht)

    HUUR

  • ECLI:NL:RBZWB:2023:2684Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 april 2023 (bestuursrecht)

    HUUR

53 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.