Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

Awir

Huidige tekst

Artikel 37 Awir

Geldt sinds 1 januari 2026

Bezwaar inzake meer beschikkingen vervat in één geschrift 1 Een bezwaar tegen de toekenning of herziening van een tegemoetkoming wordt, tenzij uit het bezwaarschrift het tegendeel blijkt, geacht mede te zijn gericht tegen de beschikking tot terugvordering die in hetzelfde geschrift is vervat en die samenhangt met die beschikking tot toekenning of herziening van een tegemoetkoming. 2 Een bezwaar tegen de beschikking tot terugvordering wordt, tenzij uit het bezwaarschrift het tegendeel blijkt, geacht mede te zijn gericht tegen de toekenning of herziening van een tegemoetkoming die in hetzelfde geschrift is vervat en die samenhangt met die beschikking tot terugvordering. 3 Een bezwaar tegen de toekenning of herziening van een tegemoetkoming wordt, tenzij uit het bezwaarschrift het tegendeel blijkt, geacht mede te zijn gericht tegen de toekenning of herziening van andere tegemoetkomingen over hetzelfde berekeningsjaar die bij hetzelfde geschrift zijn toegekend of herzien, alsmede tegen de in verband daarmee berekende rente. 4 Indien een tegemoetkoming is herzien en naar aanleiding daarvan een bestuurlijke boete is opgelegd die is vervat in hetzelfde geschrift als de herziening, wordt een bezwaarschrift tegen de herziening geacht mede te zijn gericht tegen de boete. 5 Een bezwaar tegen de toekenning van een tegemoetkoming wordt, tenzij uit het bezwaarschrift het tegendeel blijkt, geacht mede te zijn gericht tegen de voor bezwaar vatbare beschikking, bedoeld in artikel 14, derde lid, die is vervat in hetzelfde geschrift. 6 Een bezwaar tegen de voor bezwaar vatbare beschikking, bedoeld in artikel 14, derde lid, wordt, tenzij uit het bezwaarschrift het tegendeel blijkt, geacht mede te zijn gericht tegen de toekenning van een tegemoetkoming die is vervat in hetzelfde geschrift. 7 De Dienst Toeslagen kan uitspraken op bezwaar in de in het eerste tot en met zevende lid bedoelde gevallen vervatten in één geschrift.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBNNE:2019:797Rechtbank Noord-Nederland, 15 februari 2019 (bestuursrecht)

    Kinderopvangtoeslag 2015. Verzoek proceskosten. Onduidelijk hoe inkomen toeslagpartner gekwalificeerd moet worden. Artikel 14, derde lid, van de Awir. Het lag op de weg van verweerder om bezwaar en…

  • ECLI:NL:RVS:2017:3258Raad van State, 29 november 2017 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 10 april 2015 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het recht van [appellante] op huurtoeslag over 2013 definitief berekend en vastgesteld op € 3.783,00.

  • ECLI:NL:RVS:2014:4270Raad van State, 26 november 2014 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 27 maart 2013 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de definitief vastgestelde zorgtoeslag van [appellante] over 2009 herzien en vastgesteld op nihil en een bedrag van € 65,00…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.