Algemene Ouderdomswet

AOW

Huidige tekst

Artikel 51 AOW

Geldt sinds 1 januari 2011

  1. 1

    Een beschikking op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gegeven binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag.

  2. 2

    De redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde lid is gedaan.

  3. 3

    Indien een beschikking niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis gesteld.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2017:223Centrale Raad van Beroep, 13 januari 2017 (socialezekerheidsrecht)

    inhoud van e-mailbericht voldoet aan vereiste van ingebrekestelling als bedoeld in artikel 4:17, derde lid, Awb. Mogelijkheid elektronische verzending. Svb heeft nagelaten dwangsom aan appellant toe…

  • ECLI:NL:CRVB:2008:BD4348Centrale Raad van Beroep, 12 juni 2008 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing verzoek schadevergoeding wegens onregelmatigheden bij de toekenning en uitbetaling AOW-uitkering. Vertraagde uitbetaling doordat betrokkene verwijtbaar in gebreke is gebleven om gevraagde…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.