Algemene Ouderdomswet

AOW

Huidige tekst

Artikel 17c AOW

Geldt sinds 1 januari 2023

  1. 1

    De Sociale verzekeringsbank legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste het benadelingsbedrag wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de pensioengerechtigde, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger van de verplichting, bedoeld in artikel 49. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 49, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtreding opzettelijk is begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 49, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtreding niet opzettelijk is begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

  2. 2

    In dit artikel wordt onder benadelingsbedrag verstaan het brutobedrag dat als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 49, ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan ouderdomspensioen is verleend.

  3. 3

    Indien het niet of niet behoorlijk nakomen door de pensioengerechtigde, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger van de verplichting, bedoeld in artikel 49, niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag, legt de Sociale verzekeringsbank een bestuurlijke boete op van ten hoogste het bedrag van de tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

  4. 4

    De Sociale verzekeringsbank kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 49, in situaties die bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaats vindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de pensioengerechtigde, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger, een zodanige waarschuwing is gegeven.

  5. 5

    De Sociale verzekeringsbank legt een bestuurlijke boete op wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de pensioengerechtigde, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger van de verplichting, bedoeld in artikel 49, als gevolg waarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan ouderdomspensioen is ontvangen, van ten hoogste 150 procent van het benadelingsbedrag, met overeenkomstige toepassing van het eerste lid, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van het begaan van de overtreding een eerdere bestuurlijke boete of strafrechtelijke sanctie is opgelegd wegens een eerdere overtreding, bestaande uit eenzelfde gedraging, die onherroepelijk is geworden.

  6. 6

    Onder eenzelfde gedraging als bedoeld in het vijfde lid wordt verstaan het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in de artikelen 49 van deze wet of 35 van de Algemene nabestaandenwet als gevolg waarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan ouderdomspensioen, nabestaandenuitkering of wezenuitkering is verleend.

  7. 7

    In afwijking van het vijfde lid is het in dat lid genoemde tijdvak van vijf jaar tien jaar indien wegens de eerdere overtreding, bedoeld in het vijfde lid, de pensioengerechtigde, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger is gestraft met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

  8. 8

    De Sociale verzekeringsbank kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.

  9. 9

    Degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd, is verplicht desgevraagd aan de Sociale verzekeringsbank de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de bestuurlijke boete van belang zijn.

  10. 10

    Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de hoogte van de bestuurlijke boete.

  11. 11

    In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter in beroep of hoger beroep het bedrag waarop de bestuurlijke boete is vastgesteld ook ten nadele van de pensioengerechtigde, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger wijzigen.

  12. 12

    Indien ten aanzien van een overtreding waarvoor een bestuurlijke boete is opgelegd geen sprake is geweest van opzet of grove schuld, en voorts is gebleken dat binnen een jaar nadat de bestuurlijke boete is opgelegd niet nogmaals een overtreding wegens eenzelfde gedraging is begaan, is de Sociale verzekeringsbank bevoegd op verzoek van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd, de bestuurlijke boete geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden bij medewerking aan een schuldregeling. Artikel 25, eerste, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  13. 13

    Het besluit tot kwijtschelding, bedoeld in het twaalfde lid, wordt ingetrokken of ten nadele van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd herzien indien binnen vijf jaar na het besluit tot kwijtschelding wederom een overtreding wegens eenzelfde gedraging is begaan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:3552Rechtbank Gelderland, 7 mei 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Boete wegens schending inlichtingenplicht. Beroep ongegrond. Eiser heeft de inlichtingenplicht geschonden. Daarom is de SVB verplicht om een boete op te leggen. Het bestreden besluit en de…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:829Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 februari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    AOW, herziening, terugvordering en boete

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:4743Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28 juli 2025 (socialezekerheidsrecht)

    AIO-aanvulling - intrekking, terugvordering en boete. Ontvangst erfenis. Schending inlichtingenplicht.

  • ECLI:NL:RBGEL:2024:7878Rechtbank Gelderland, 14 november 2024 (bestuursrecht)

    Boete in verband met schending inlichtingenverplichting inkomsten partner waardoor geen recht op toeslag. Schending inlichtingenverplichting niet bestreden. Eiser stelt dat verwijtbaarheid ontbreekt…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:8683Rechtbank Den Haag, 8 mei 2024 (socialezekerheidsrecht)

    De mate van verwijtbaarheid. AOW.

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:21952Rechtbank Den Haag, 15 december 2023 (socialezekerheidsrecht)

    AOW, formulier niet ingevuld, hoofdverblijf hebben, terugvordering, ongegrond

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:18120Rechtbank Den Haag, 24 november 2023 (socialezekerheidsrecht)

    AOW; herziening partnertoeslag; schending inlichtingenplicht; boete van 50% van het benadelingsbedrag is niet onevenredig omdat in het percentage van 50% is verdisconteerd dat bij eiser geen sprake…

  • ECLI:NL:RBLIM:2023:4505Rechtbank Limburg, 1 augustus 2023 (bestuursrecht)

    Herziening en terugvordering AOW en boete. Eiser heeft zijn inlichtingenplicht geschonden door niet te melden dat hij getrouwd was. De AOW is terecht herzien en teruggevorderd. Boete terecht…

35 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.