Algemene Ouderdomswet

AOW

Huidige tekst

Artikel 1 AOW

Geldt sinds 1 januari 2024

  1. 1

    Voor de toepassing van deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt verstaan onder: a.Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b.lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die met verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens; c.vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000; d.bruto-minimumloon: het in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag; e.rechtens zijn vrijheid is ontnomen: rechtens zijn vrijheid is ontnomen, behoudens de gevallen, bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en in de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten; f.justitiële inrichting: een penitentiaire inrichting of een instelling voor de verpleging van ter beschikking gestelden; g.continentaal plat: de exclusieve economische zone van het Koninkrijk, bedoeld in artikel 1 van de Rijkswet instelling exclusieve economische zone, voor zover deze grenst aan de territoriale zee van Nederland; h.vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht; i.pensioengerechtigde leeftijd: leeftijd, bedoeld in artikel 7a, waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat; j.aanvangsleeftijd: leeftijd, bedoeld in artikel 7a, met ingang waarvan een niet verzekerd tijdvak leidt tot een korting op het ouderdomspensioen; k.CBS: Centraal bureau voor de statistiek, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek; l.uitreiziger: persoon ten aanzien van wie op grond van een melding van de opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht aan de Sociale verzekeringsbank, is gebleken dat het gegronde vermoeden bestaat dat deze persoon zich buiten Nederland bevindt met het doel om zich aan te sluiten bij een organisatie die is geplaatst op de lijst van organisaties, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap.

  2. 2

    In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met: a.echtgenoot: geregistreerde partner; b.echtgenoten: geregistreerde partners; c.gehuwd: als partner geregistreerd; d.gehuwde: als partner geregistreerde.

  3. 3

    In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt: a.als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad; b.als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.

  4. 4

    Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.

  5. 5

    Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en: a.zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn gesteld; b.uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander; c.zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of d.zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het vierde lid.

  6. 6

    Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het vijfde lid, onderdeel d.

  7. 7

    Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het hoofdverblijf in dezelfde woning hebben als bedoeld in het vierde en vijfde lid, aanhef, en het blijk geven zorg te dragen voor een ander als bedoeld in het vierde lid.

  8. 8

    Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, wordt mede verstaan een meerderjarig aangehuwd kind of een meerderjarig voormalig pleegkind van de ongehuwde meerderjarige.

  9. 9

    Onder voormalig pleegkind als bedoeld in het achtste lid wordt verstaan een pleegkind voor wie de ongehuwde meerderjarige een pleegvergoeding ontving of ontvangt op grond van de Wet op de jeugdzorg of de Jeugdwet, of kinderbijslag ontving op grond van de Algemene Kinderbijslagwet.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2018:158Parket bij de Hoge Raad, 9 februari 2018 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Arbeidsrecht, Wwz. Transitievergoeding (art. 7:673 BW). Uitsluiting van werknemers die AOW-leeftijd hebben bereikt van recht op transitievergoeding (art. 7:673 lid…

  • ECLI:NL:PHR:2010:BL7267Parket bij de Hoge Raad, 11 juni 2010 (belastingrecht)

    Art. 1.2 Wet IB 2001. Art. 9 en 14 EVRM. Art. 18 en 26 IVBPR. Partnerregeling. Begrip ‘duurzaam gescheiden leven’. Het voeren van een gemeenschappelijke huishouding gedurende ten minste 6 maanden in…

  • ECLI:NL:PHR:2009:BH2580Parket bij de Hoge Raad, 25 september 2009 (belastingrecht)

    Artikel 3, lid 4, aanhef en letter b, Wet werk en bijstand. Gezamenlijke huishouding. Onderscheid ex-gehuwden/partners met kinderen enerzijds en ex-gehuwden/ex-samenwoners zonder kinderen anderzijds…

  • ECLI:NL:HR:2002:AD9107Hoge Raad, 8 februari 2002 (belastingrecht)

    -

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:8044Rechtbank Gelderland, 19 oktober 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Het AOW-pensioen is terecht herzien en teruggevorderd, omdat sprake was van een gezamenlijke huishouding.

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1009Centrale Raad van Beroep, 4 augustus 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Toekenning AOW-pensioen naar gehuwdennorm. Gezamenlijke huishouding. Wederzijdse zorg. Geen kostgangersrelatie. Niet in geschil is dat appellante en haar broer ten tijde van belang hun hoofdverblijf…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:4103Rechtbank Overijssel, 14 juli 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Beroep gegrond. De SVB heeft eiser en zijn partner na het sluiten van hun huwelijk ten onrechte niet als duurzaam gescheiden levend aangemerkt en de AOW van eiser vanaf juni 2025 ten onrechte…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:5447Rechtbank Gelderland, 29 juni 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Mondelinge uitspraak. Het beroep van eiser tegen de herziening en terugvordering van zijn ouderdomspensioen op grond van de AOW is gegrond. De SVB heeft ten onrechte aangenomen dat sprake was van een…

337 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.