Algemene Ouderdomswet

AOW

Huidige tekst

Artikel 31 AOW

Geldt sinds 1 juli 2009

  1. 1

    Eenmaal per jaar vindt ambtshalve uitbetaling van de vakantie-uitkering plaats.

  2. 2

    De in het vorige lid bedoelde uitbetaling vindt plaats in de maand mei en omvat de vakantie-uitkering, waarop recht bestond over de periode van twaalf maanden, voorafgaande aan de maand mei.

  3. 3

    De vakantie-uitkering wordt betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2014:3068Hoge Raad, 31 oktober 2014 (civiel recht)

    Cassatie in het belang der wet; vervolg op HR 6 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1342, NJ 2014/300. Valt eens per jaar uitgekeerd vakantiegeld onder de beslagvrije voet? Art. 475b e.v. Rv. Strekking…

  • ECLI:NL:CRVB:2004:AO3758Centrale Raad van Beroep, 30 januari 2004 (socialezekerheidsrecht)

    Toekenning AOW-pensioen bij gemoedsbezwaarden. Datum van aanvraag is later dan mogelijke ingangsdatum van AOW-pensioen van gemoedsbezwaarde, omdat appellant geen nadere actie heeft ondernomen. Dit…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.