Gemeentelijke regelgeving

Integrale verordening sociaal domein gemeente Eijsden-Margraten 2025/1

Gemeente Eijsden-Margraten · geldt sinds 19 februari 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Eijsden-Margraten;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders 18 februari 2025,

gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4 lid 1,2,4 en 7, 2.1.5 lid 1, 2.1.6, 2.3.6 lid 4 en 2.6.6 lid 1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en Uitvoeringsbesluit Wmo2015; de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1 lid 3 van de Jeugdwet; artikelen 8, 8a, 8b, 10b, vijfde lid, en 47 van de Participatiewet; artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; artikel 13 tot en met 17, 22, 23 en 26 van de Wet Inburgering 2021; en de artikelen 121, 122, 147, 149 en 150 van de Gemeentewet;

gezien het advies van de Dialoogvergadering op datum 10 februari 2025

en het advies van de adviesraad Sociaal Domein gemeente Eijsden-Margraten,

besluit vast te stellen: de Integrale verordening sociaal domein gemeente Eijsden-Margraten 2025/1.

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1. Inleiding verordening sociaal domein gemeente Eijsden-Margraten

Hoofdstuk 2. Van hulpvraag tot besluit

Hoofdstuk 3. Werk en Participatie

Hoofdstuk 4. Gezond en veilig opgroeien

Hoofdstuk 5. Wonen in een veilige en gezonde omgeving

Hoofdstuk 6. De vorm van de ondersteuning

Hoofdstuk 7. Inkomen en schulden

Hoofdstuk 8. Afspraken tussen inwoner en gemeente

Hoofdstuk 9. Inwonersparticipatie

Hoofdstuk 10. Kritiek op de uitvoering

Hoofdstuk 11. Kwaliteit, inkoop en aanbesteding

Hoofdstuk 12. Van oud naar nieuw

Hoofdstuk 13. Begrippen

Hoofdstuk 2. Van hulpvraag tot besluit

2.1 Melding

2.1.1 De hulpvraag

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wgs,]

1U kunt bij ons terecht met hulpvragen of probleem. U kunt deze schriftelijk, mondeling, telefonisch of digitaal aan ons voorleggen. Het is mogelijk dat iemand anders uw vraag of probleem aan ons voorlegt. Daar is dan wel een machtiging voor nodig.

2De eerste verkenning van uw hulpvraag wordt telefonisch gedaan.

3De verkenning van uw hulpvraag kan leiden tot een melding. Dat betekent dat wij uw gegevens en hulpvraag registreren in onze systemen. In overleg met u wordt de noodzaak van een vervolggesprek bepaald om uw situatie en of hulpvraag nader te onderzoeken.

4Het vervolggesprek kan bij u thuis plaatsvinden maar kan in overleg met u ook elders op locatie plaatsvinden.

5Wij informeren u over de gratis hulp van een onafhankelijke cliëntondersteuner.

6Wij informeren u dat een jeugdige en/of (pleeg)ouders een beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon.

7Voor een vervolggesprek kunt u een ondersteuner meenemen. Deze ondersteuner kan iemand uit uw omgeving zijn of een onafhankelijke cliëntondersteuner.

8Voor het vervolggesprek kunt een plan opstellen waarin u uw persoonlijke situatie en mogelijke oplossingen in kaart brengt. Dat plan noemen wij een persoonlijk plan.

2.1.2 Gegevens

1Wij verzamelen de gegevens die nodig zijn voor het vervolggesprek om de hulpvraag en persoonlijke situatie verder te kunnen onderzoeken.

2Wij vragen u om gegevens die wij niet zelf kunnen inzien binnen een bepaalde termijn aan te leveren. Bij de uitnodiging voor het vervolggesprek geven wij aan welke gegevens dat zijn.

3Wij verwachten dat u alle gegevens aan ons geeft die nodig zijn.

2.2 Vervolggesprek na de melding

2.2.1 Procedure vervolggesprek

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wgs]

1Binnen 5 werkdagen na de melding nemen wij contact met u op en maken indien nodig een afspraak voor het vervolggesprek.

2Wij zetten ons ervoor in dat dit vervolggesprek zo snel mogelijk en maximaal binnen 6 weken na de melding plaats vindt, behalve bij spoedeisende gevallen. Zie art. 2.5.1 van deze verordening

3Voordat het gesprek van start gaat vragen wij u en eventuele anderen die aanwezig zijn bij het gesprek om een geldig identiteitsbewijs.

4U kunt een persoonlijk plan meenemen naar het vervolggesprek, zie artikel 2.1.1. lid 7.

5Onze ondersteuning kan bestaan uit algemeen toegankelijke voorziening(en), maatwerkvoorziening(en) of een combinatie daarvan. Voor ondersteuning met een maatwerkvoorziening dient u een aanvraag in. Dan vragen wij u de gegevens die nodig zijn om de aanvraag te beoordelen binnen 14 dagen in te leveren. Voor de beoordeling kunt u worden verwezen voor een (medisch) advies.

2.2.2 Inhoud vervolggesprek en onderzoek

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wgs]

1Wij gaan met u in gesprek om een goed beeld te krijgen van het probleem en hoe dat probleem opgelost kan worden. Wij helpen u indien gewenst uw situatie goed in beeld te krijgen.

2In het vervolggesprek onderzoeken wij samen met u:

a.uw situatie, uw behoeften en voorkeuren, veiligheid, ontwikkelingskansen;

b.het gewenste effect van ondersteuning. Daarbij kijken wij niet alleen naar de situatie nu maar ook naar de langere termijn;

c.de mogelijkheden om zelf, met hulp van vrienden, familie of via algemeen toegankelijke voorzieningen passende hulp en ondersteuning te krijgen;

d.de behoefte aan ondersteuning van uw mantelzorger;

e.de mogelijkheden om in samenwerking met andere organisaties te komen tot passende hulp en ondersteuning met het oog op zelfredzaamheid en participatie;

f.de mogelijkheden om te kiezen voor zorg in natura of een persoonsgebonden budget (pgb), waarbij wij in begrijpelijke bewoordingen de gevolgen van die keuze bespreken.

3Wanneer uw hulpvraag en de situatie ons al bekend is, dan kunnen wij in overeenstemming met u, afzien van het vervolggesprek.

4Wanneer u reeds een persoonlijk plan heeft gemaakt, dan voeren wij het vervolggesprek vanuit dat plan.

5Wij zetten ons ervoor in om in één gesprek mogelijke meerdere hulpvragen in beeld te brengen.

6Om de hulpvraag goed te kunnen onderzoeken kunnen wij u vragen dat uw huisgenoten die mogelijk een bijdrage kunnen leveren aanwezig zijn bij het gesprek. U en de huisgenoten moeten de gegevens en informatie die nodig zijn voor de beoordeling van de hulpvraag verstrekken.

7Voordat het gesprek van start gaat laat u een geldig identiteitsbewijs zien.

2.2.3 Ondersteuningsplan en verslag

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wgs]:

1Binnen 6 weken na het (vervolg)gesprek sturen wij u een verslag van de uitkomsten van het onderzoek naar uw hulpvraag en naar uw situatie.

2In dit verslag staat wat er nodig is om het probleem op te lossen en hoe dat aan te pakken. Dit verslag kan ook uw ondersteuningsplan bevatten. Uw eventuele opmerkingen of latere aanvullingen naar aanleiding van het verslag worden in het verslag verwerkt.

3Wanneer u een aanvraag wilt indienen voor een maatwerkvoorziening dan beschouwen wij het geretourneerde, door u ondertekende verslag als de aanvraag.

4Wanner u door ons wordt verwezen naar een andere organisatie of een andere voorziening, bv algemeen toegankelijke voorziening, dan kunt u het verslag voor kennisgeving aannemen.

5Wanneer u het niet eens bent met de conclusie van het verslag en in te zetten ondersteuning, dan kunt u dat op het verslag aangeven en het verslag aan ons retourneren.

2.2.4 Second opinion

[Wmo, Jeugd, PW]

Wanneer u het niet met ons eens bent over de in te zetten ondersteuning, kunt u eenmalig vragen om een second opinion. Dat houdt in, dat een andere medewerker of een onafhankelijk deskundige opnieuw uw situatie beoordeelt. Als die heroverweging leidt tot een aanpassing van de hulp, dan stellen wij u daarvan schriftelijk op de hoogte.

2.2.5 Advisering

[Awb Jeugdwet, Wmo, PW, Bbz, Wib, IOAW, IOAZ, Awb, Wgs]

Wij zorgen dat de medewerker die een melding of aanvraag behandelt deskundig is om deze melding of aanvraag goed te kunnen behandelen. Wanneer de medewerker specifieke deskundigheid niet heeft, zorgen wij voor externe advisering, Dit advies (deskundig oordeel) betrekken wij bij de beoordeling van de melding of de aanvraag.

2.3 Aanvraag

2.3.1 Aanvraag ondersteuning-op-maat

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Awb Wgs]

1Een aanvraag kunt u ook indienen via een aanvraagformulier dat u kunt vinden op onze website.

2Wanneer het door u ondertekende verslag bij ons binnenkomt wordt dit verslag aangemerkt als een aanvraag, zie artikel 2.2.3.

3Melding en aanvraag kunt u meestal op hetzelfde moment doen wanneer het gaat om een uitkering voor inwoners van 27 jaar of ouder, bijzondere bijstand en/of een maatwerkvoorziening van de Jeugdwet. Soms is een vervolggesprek nodig nadat de aanvraag is ingediend.

4In overleg met u kunnen wij besluiten dat u ook voor bepaalde andere vormen van ondersteuning-op-maat de melding en de aanvraag op hetzelfde moment kunt doen.

5Ontvangt u op 1 december van een kalenderjaar van ons een uitkering, dan ontvangt u informatie over de mogelijke regelingen en voorzieningen voor u en uw kinderen .

6De (potentiële) werkgever kan een aanvraag voor ondersteuning-op-maat voor u doen, die gericht is op arbeidsinschakeling en die past bij uw mogelijkheden en omstandigheden. Het indienen van een aanvraag door u is dan niet verplicht.

7Op de aanvraag nemen wij een besluit.

2.3.2 Voorwaarden ondersteuning-op-maat

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wgs]

1Vraagt u ondersteuning-op-maat aan, dan gelden in ieder geval de volgende voorwaarden:

a.de ondersteuning is noodzakelijk om (één van) de doelen van de in 1.1 genoemde wetten te bereiken;

b.u heeft geen mogelijkheden om het gewenste effect op eigen kracht te bereiken. U kunt dit effect ook niet op andere manieren bereiken, zoals met de inzet van huisgenoten (gebruikelijke hulp), met mantelzorg, met hulp vanuit het persoonlijk netwerk, met algemeen gebruikelijke voorzieningen of met behulp van andere mogelijkheden of andere organisaties; en

c.met de voorziening wordt het probleem effectief opgelost (het gewenste effect).

2Bij het beoordelen van eigen kracht wegen wij in elk geval de volgende belangen af:

•de behoeften en mogelijkheden van de cliënt of een jeugdige;

•de benodigde ondersteuningsintensiteit en de duur daarvan;

•de mogelijkheden, draagkracht en de belastbaarheid van de cliënt of de ouders;

•de samenstelling van het gezin en de woonsituatie.

3Aan sommige vormen van ondersteuning zijn er in de wet of in deze verordening extra voorwaarden gesteld.

4De ondersteuning-op-maat is niet duurder dan nodig en duurt niet langer dan nodig. Wij kiezen daarom voor de goedkoopste voorziening waarmee het probleem effectief opgelost of verminderd kan worden.

2.3.3 Reden voor afwijzing ondersteuning-op-maat

[Jeugdwet, Wmo]

1Wij kunnen ondersteuning-op-maat weigeren wanneer:

a.u geen inwoner bent van onze gemeente, met uitzondering van beschermd wonen, opvang en het bezoekbaar maken van één woning voor cliënten met een Wlz-indicatie die in een instelling wonen;

b.u iets (niet) hebt gedaan waardoor u de hulpvraag zelf heeft veroorzaakt en/of u deze had kunnen voorzien;

c.u de gevraagde ondersteuning op het moment van indiening van de aanvraag reeds heeft ingezet, tenzij wij u daarvoor toestemming hebben gegeven;

d.de hulpvraag ook opgelost kan worden met hulp uit een andere regeling zoals bijvoorbeeld de zorgverzekering;

e.u op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van persoonlijke netwerk het probleem kunt oplossen of verminderen;

f.de gebruikelijke helper niet overbelast is;

g.het niet gaat om professionele hulp;

h.er geen medische contra-indicaties zijn;

i.de gevraagde ondersteuning algemeen gebruikelijk is;

j.geen noodzaak voor ondersteuning-op-maat is vastgesteld;

k.de gevraagde ondersteuning niet met name bedoeld is voor uzelf;

l.de gevraagde ondersteuning niet langdurig noodzakelijk is.

2Wanner de weigering betekent dat u grote problemen zult krijgen (onevenredig nadeel), dan kunnen wij de ondersteuning-op-maat alsnog toekennen.

2.3.4 Vervangen maatwerkvoorziening

[Jeugdwet, Wmo]

Wij kunnen een maatwerkvoorziening vervangen wanneer:

a.de eerder afgegeven voorziening verloren is gegaan, zonder dat dit u te verwijten is;

b.u geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten;

c.de eerder afgegeven voorziening geen oplossing meer is voor het probleem;

d.de verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt.

2.3.5 Verval van aanspraak

[Jeugdwet, Wmo]

De aanspraak op ondersteuning vervalt wanneer u niet binnen 9 maanden na het besluit begint met het gebruikmaken van ondersteuning, tenzij dit u niet te verwijten valt.

2.4 Besluit

2.4.1 Inhoud besluit

[Jeugdwet, Wmo, Wib, PW, Bbz, IOAW, IOAZ, Wgs, Awb]

1Wij nemen een besluit en dit sturen we u per brief toe. Het doel van dit besluit is dat u weet of er wel of geen ondersteuning wordt gegeven. Wanneer wij ondersteuning geven, staat in het besluit ook of de ondersteuning in natura, in de vorm van een pgb, in geld of op een andere manier wordt gegeven.

2Geven wij de ondersteuning-op-maat in natura, dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd:

a.wat de ondersteuning inhoudt en waarvoor de ondersteuning bedoeld is;

b.wanneer de ondersteuning ingaat en hoelang de ondersteuning duurt;

c.hoe en door wie de ondersteuning wordt gegeven;

d.welke voorwaarden en verplichtingen er voor de ondersteuning gelden;

e.wanneer de ondersteuning-op-maat afwijkt van de aanvraag, wat de reden is van afwijking;

f.welke mogelijke andere ondersteuning of voorziening relevant is, of kan zijn; en

g.wat de reden is van eventuele afwijzing van de aanvraag.

3Geven wij de ondersteuning-op-maat in de vorm van een pgb, dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd:

a.waarvoor het pgb bedoeld is;

b.hoe hoog het pgb is;

c.wanneer het pgb ingaat en wanneer het pgb eindigt;

d.hoe de besteding van het pgb verantwoord wordt; en

e.welke voorwaarden en verplichtingen er gelden.

4Geven wij ondersteuning in de vorm van geld, dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd:

a.voor welk doel het geld wordt gegeven;

b.hoe vaak het geld wordt betaald; en

c.welke voorwaarden en verplichtingen er gelden.

2.4.2 Beslistermijn

Jeugdwet, Wmo, PW, Bbz, IOAW, IOAZ, Wgs, Awb

1Wij beslissen zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen 8 weken nadat de aanvraag is ontvangen. Gaat het om een aanvraag in het kader van de Wmo dan beslissen wij binnen 8 weken na de melding.

2Gaat het om een aanvraag in het kader van het Besluit Bijstandverlening zelfstandigen (Bbz), dan beslissen wij binnen 13 weken nadat de aanvraag is ontvangen.

3Wij kunnen de beslistermijn verlengen. Wanneer wij een besluit niet binnen de vastgestelde termijn kunnen nemen, dan noemen wij een nieuwe, redelijke termijn waarbinnen het besluit zal worden genomen. Hier moet u schriftelijk van op de hoogte worden gesteld.

2.5 Uitzonderingen

2.5.1 Spoedeisende gevallen

[Jeugdwet, Wmo, PW, Wgs]

In afwachting van de uitkomst van het onderzoek kunnen wij met spoed (tijdelijk) maatwerkvoorziening inzetten. Het kan gaan om de volgende situaties:

1hulp aan ouders met kinderen;

2het vragen van een machtiging aan de kinderrechter voor gesloten jeugdhulp;

3ondersteuning bij een crisissituatie of bij een terminale ziekte;

4schuldhulpverlening; en

5een voorschot op een uitkering die nog niet is toegekend.

2.5.2 Second opinion

(Wmo, Jeugdwet, PW)

Wanneer onze medewerker en u het niet eens kunnen worden over welke hulp er precies nodig is, kunt u eenmalig vragen om een second opinion. Dat houdt in dat een andere medewerker of een onafhankelijk deskundige opnieuw kijkt welke hulp passend is. Als die heroverweging leidt tot een aanpassing van de hulp, dan stellen wij u daarvan schriftelijk op de hoogte.

2.5.3. Ondersteuning jeugdigen

1Wij zorgen ervoor dat een jeugdige ondersteuning krijgt wanneer de huisarts, jeugdarts, medisch specialist, gecertificeerde instelling of jeugdreclassering doorverwijst naar een jeugdhulpaanbieder.

2Wij maken afspraken met de jeugdartsen, huisartsen, de medisch specialisten gecertificeerde instelling of jeugdreclassering en de zorgverzekeraars over zulke verwijzingen.

3Wij sturen over de ondersteuning een besluit per brief, wanneer jij of je ouders daarom vragen. Dit besluit voldoet aan dezelfde eisen wanneer het besluit op een aanvraag die bij ons zelf is ingediend.

Hoofdstuk 3. Participatie voor iedereen

3.4 Voorzieningen – werk

3.4.1 Detacheringsbaan

[PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kunnen u via een andere organisatie laten werken bij een werkgever. Dit heet detachering. Die detachering wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen u, ons, de werkgever en de andere organisatie.

2Het doel van een detacheringsbaan is dat u na afloop in dienst komt van de werkgever.

3.4.2 Proefplaatsing

[PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kunnen u bij wijze van proef tijdelijk en met behoud van uitkering laten werken bij een werkgever.

2Het doel van de proefplaatsing is om werkgevers te helpen een beeld te krijgen van uw geschiktheid voor het werk. De proefplaatsing wordt uitsluitend ingezet wanneer er gerede twijfels zijn over uw geschiktheid voor het werk.

3Een voorwaarde is dat de proefplaatsing leidt tot een dienstverband van minimaal 6 maanden, wanneer u geschikt blijkt te zijn voor het werk. Wij kunnen hiervan afwijken, indien bijzondere omstandigheden in het individuele geval hiervoor aanleiding geven.

4De proefplaatsing is alleen mogelijk als de werkgever u goed begeleidt tijdens de proefplaatsing. Wanneer de proefplaatsing niet wordt omgezet in een dienstverband, moet de werkgever uitleggen wat hij heeft gedaan om u te begeleiden.

5De proefplaatsing wordt zo kort mogelijk en niet langer dan nodig is, ingezet. Dit kan voor de duur van 3 maanden zijn, met een mogelijke verlenging van maximaal 3 maanden.

6De proefplaatsing kan ook in het kader van de praktijkroute worden ingezet om te onderzoeken hoe productief u kunt zijn op de werkplek (loonwaarde) en of er nog een andere vorm van ondersteuning nodig is.

7Na de inzet van de proefplaatsing is het niet meer mogelijk forfaitaire loonkostensubsidie in te zetten.

8Op de proefplaatsing kunnen tegelijkertijd persoonlijke begeleiding of andere voorzieningen worden ingezet.

3.4.3 Werkervaringsplaats

[PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kunnen u een werkervaringsplaats aanbieden. De werkervaringsplaats wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen u, ons en de werkgever.

2Het doel van een werkervaringsplaats is om u met behoud van uitkering op een werkplek werkervaring op te laten doen. De werkzaamheden zijn vooral gericht op ontwikkeling en in mindere mate op de productieve arbeid.

3Een werkervaringsplaats duurt maximaal 3 maanden. Wanneer het nodig wordt geacht en de kans op uitstroom naar betaalde arbeid wordt vergroot, kan deze periode met maximaal zes maanden worden verlengd.

4De werkervaringsplaats is alleen mogelijk wanneer de werkgever u goed begeleidt tijdens de werkervaringsplaats. De werkgever zorgt ervoor dat u meer vaardigheden of kennis van het vakgebied opdoet.

3.4.4 Sociale activering

[PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kunnen u verwijzen naar zinvolle activiteiten die een eerste stap richting betaald werk kunnen zijn. Dit heet sociale activering. Vrijwilligerswerk kan zo’n activiteit zijn.

2Sociale activering is niet vrijblijvend en zetten wij in om u te helpen moeilijkheden op weg naar betaald werk te overwinnen.

3Het doel van sociale activering is om eventueel sociaal isolement te doorbreken, het (verder) ontwikkelen van sociale en/of werknemersvaardigheden en/of u in de gelegenheid te stellen werkritme op te doen.

3.4.5 Participatieplaats

[PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kunnen u, wanneer u een uitkering ontvangt, u 27 jaar of ouder bent en weinig kans hebt op betaald werk, een participatieplaats aanbieden. Een participatieplaats kan gecombineerd worden met scholing, opleiding en/of andere activiteiten die tot doel hebben de uitstroom naar betaald werk te bevorderen. De participatieplaats wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen u, ons en de werkgever.

Wij kunnen u een participatieplaats aanbieden wanneer:

•u een uitkering ontvangt;

•u 27 jaar of ouder bent en

•u weinig kans op werk hebt.

2Het doel van een participatieplaats is om de kans op betaald werk te vergroten. U kunt langdurig met behoud van uitkering op een bepaalde werkplek werken en doet zo werkervaring op. Het moet gaan om werkzaamheden die passend zijn en speciaal voor u zijn bedacht.

3U kunt na iedere 6 maanden een premie van € 150,00 ontvangen. Deze premie wordt halfjaarlijks achteraf uitgekeerd indien u voldoende hebt meegewerkt aan het vergroten van uw kans op werk. Wij beoordelen dit.

3.4.6 Beschut werk

[PW]

1Wij bieden u een beschutte werkplek aan, wanneer het UWV heeft vastgesteld dat u alleen kan werken wanneer het werk en de werkplek zijn aangepast aan uw mogelijkheden. Daarbij gelden de voorwaarden die in de Participatiewet zijn genoemd.

2Het doel van beschut werk is u, wanneer u alleen onder aangepaste omstandigheden kunt werken, een veilige werkplek te bieden.

3Wij zetten ons ervoor in het aantal beschutte werkplekken dat wij volgens het rijk jaarlijks moeten realiseren, ook daadwerkelijk te realiseren.

4Wij richten een wachtlijst in wanneer het aantal verplichte beschutte werkplekken voor dat jaar is gerealiseerd. Als u op de wachtlijst staat krijgt u in het volgende kalenderjaar met voorrang een beschutte werkplek

5Wij bieden de volgende voorzieningen aan, zodat u beschut kan werken:

a.aanpassing van de werkplek of de werkomgeving;

b.uitsplitsing van taken;

c.aanpassingen in het werktempo, de arbeidsduur of de werkbegeleiding.

6Wij kunnen u, wanneer u in aanmerking komt voor beschut werk, een voorziening aanbieden die de stap naar beschut werk makkelijker maakt. Het gaat om sociale activering of vrijwilligerswerk.

3.4.7 Persoonlijke begeleiding bij werk en inburgering

[PW, IOAW, IOAZ]

1Interne werkbegeleiding

a.Wij kunnen u interne werkbegeleiding aanbieden om u te helpen uw werk goed te doen.

b.Wij spreken met uw werkgever af hoe deze wordt ingezet en leggen dit vast in een overeenkomst met uw werkgever.

2Jobcoach

a.Wij kunnen u een jobcoach aanbieden voor maximaal 3 jaar. De jobcoach geeft u methodische ondersteuning bij het vinden en behouden van werk.

b.De intensiteit van de jobcoaching wordt bepaald op basis van een jobcoach-plan, waarin in elk geval wordt het aantal uren, de doelen en de contactmomenten worden vastgelegd.

c.De jobcoaching bestaat het eerste jaar uit 10%, het tweede jaar uit 5% en het eventuele derde jaar uit 3% van uw contracturen.

3.4.8 Inburgering

[Wib]

1Wij begeleiden de inburgeringsplichtige tijdens het inburgeringstraject.

2Wij zetten ons ervoor in dat de inburgeringsplichtige zo snel mogelijk kan starten met het inburgeringstraject (tijdige start).

3De inburgeringsplichtige rondt het inburgeringstraject binnen de termijn van drie jaar af. Wij letten erop dat het traject niet langer duurt dan nodig is (snelheid).

4Wij stellen voor iedere inburgeringsplichtige een passend traject vast (maatwerk).

a.Wij nodigen iedere inburgeringsplichtige binnen 4 weken na inschrijving in onze gemeente uit voor een gesprek. Dit is de brede intake.

b.Na de brede intake wordt een leerbaarheidstoets afgenomen door een uitvoeringspartner.

c.Na de leerbaarheidstoets wordt in samenspraak met de inburgeringsplichtige het plan inburgering en participatie vastgesteld. Dit doen wij binnen 10 weken na inschrijving in onze gemeente.

d.In het plan inburgering en participatie staat wat de inburgeringsplichtige moet doen om aan de inburgeringsplicht te voldoen.

e.Na het vaststellen van het plan inburgering en participatie start de inburgeringstermijn.

5De inburgeringsplichtige combineert zoveel mogelijk activiteiten gericht op het leren van de Nederlandse taal en op meedoen in de maatschappij (dualiteit).

6Wij kunnen de inburgeringsplichtige aanmelden voor een voorziening gericht op het meedoen in de maatschappij.

7Wij stellen eisen aan de kwaliteit en continuïteit van het aanbod.

8Wij zetten ons in om twee keer per jaar in een persoonlijk gesprek de voortgang van het inburgeringstraject te bespreken.

3.4.9 Reiskostenvergoeding

[Pw, Awb]

1Wij vertrekken geen bijzondere bijstand voor reiskosten bij afstanden tot aan 5 kilometer voor een enkele reis, tenzij:

a.u door medische redenen aangewezen bent op openbaar vervoer;

b.u nooit hebt geleerd om te fietsen.

2De afstand wordt vastgesteld aan de hand van uw woonadres en het adres van de plek waar het traject of onderwijs wordt gevolgd.

3Wij verstrekken bijzondere bijstand voor reiskosten aan:

a.inwoners die deelnemen aan een inburgeringstraject;

b.inwoners die deelnemen aan n re-integratietraject;

c.ouders van schoolgaande kinderen die deelnemen aan basisonderwijs en die in het kader van de taakstelling zijn geplaatst in een gemeentekern waar geen basisonderwijs beschikbaar is.

4Reiskosten worden vergoed voor de duur van:

a.maximaal 36 maanden in geval van een inburgeringstraject;

b.het re-integratietraject.

5De reiskostenvergoeding is gelijk aan de goedkoopst adequate optie met het openbaar vervoer gebaseerd op de afstand tussen uw woonadres en het adres van de plek waar het traject of onderwijs wordt gevolgd.

6Bij een reisafstand van minder dan 5 kilometer verwachten wij dat u zonder gebruik van het openbaar vervoer kan reizen. Bijvoorbeeld door te lopen of te fietsen. Heeft u geen fiets? Dan kunnen wij u een vergoeding geven van € 20,00 zodat u een fiets kan aanschaffen bij stichting wereldwijd of anderszins.

7U dient de reiskostenvergoeding aan te vragen via het daarvoor bestemde aanvraagformulier.

8Voor de beoordeling van de reiskostenvergoeding gelden, in aanvulling op dit artikel, de voorwaarden die gelden voor bijzondere bijstand.

9U kunt bijzondere bijstand voor reiskosten tot en met drie maanden achteraf aanvragen (terugwerkende kracht).

3.4.10 Kostencompensatie werkgever (tijdelijke loonkostensubsidie)

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

1Wij kunnen een werkgever die u in dienst neemt een tijdelijke loonkostencompensatie geven.

2Het doel van deze loonkostencompensatie is werkgevers te stimuleren om u, als u een kleine kans op werk heeft, in dienst te nemen en de extra kosten die werkgevers maken voor uw begeleiding te vergoeden.

3Bij een voltijds dienstverband van ten minste een half jaar bedraagt de loonkostencompensatie eenmalig maximaal € 3.000

4De hoogte van de loonkostencompensatie wordt naar rato berekend op basis van de omvang van het dienstverband en wordt uitbetaald na afloop van het dienstverband.

3.4.11 Uitstroompremie

[Pw, IOAW, IOAZ, Bbz)

1Wanneer u betaald werk gaat verrichten, heeft u recht op een uitstroompremie onder de volgende voorwaarden:

a.U heeft een gemeentelijke uitkering die wordt beëindigd vanwege het werk.

b.U heeft een arbeidsovereenkomst getekend voor de duur van minimaal 6 maanden.

c.U heeft gedurende 6 aaneengesloten maanden algemeen geaccepteerde arbeid verricht.

d.De premie kan worden aangevraagd vanaf 6 maanden na de start van de betaalde baan.

2De premie bedraagt € 500,00 en wordt in één keer uitgekeerd.

3De uitstroompremie dient te worden aangevraagd via het daarvoor bestemde aanvraagformulier.

4De aanvraag om de uitstroompremie toe te kennen dient door ons te zijn ontvangen binnen 3 maanden nadat het recht op premie is ontstaan.

3.4.12 Wettelijke loonkostensubsidie

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

1Wij kennen de werkgever een wettelijke loonkostensubsidie toe wanneer u wel kunt werken, maar niet het wettelijk minimumloon kunt verdienen.

2Het doel van deze subsidie is werkgevers te stimuleren inwoners met een beperking in dienst te nemen en werkgevers een vergoeding te geven voor productieverlies.

3Wij stellen vast of u in staat bent het wettelijk minimumloon te verdienen. Om te bepalen hoe productief u op de werkplek zult zijn (welke loonwaarde u heeft), wordt een zogenaamde loonwaardemeting uitgevoerd.

4De loonkostensubsidie kan worden toegekend, zonder dat er nog een loonwaardemeting heeft plaatsgevonden. Dit heet forfaitaire loonkostensubsidie.

5Bij het verstrekken van de loonkostensubsidie volgen wij het preferente proces loonkostensubsidie.

6Wanneer u verhuist, dan wordt de loonkostensubsidie doorbetaald.

3.4.13 Scholing

[PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kunnen u om de stap naar duurzaam en passend werk te maken scholing aanbieden.

2De scholing moet leiden tot een erkend diploma of certificaat.

3Wij bepalen de vorm en de duur van de scholing. De scholing wordt afgestemd op uw mogelijkheden en positie op de arbeidsmarkt. Wij wegen in de besluitvorming ook mee in hoeverre het beroep waarvoor u wordt opgeleid al dan niet een goed toekomstperspectief heeft.

3.4.14 Verdringing

[PW, IOAW, IOAZ]

Een voorwaarde voor elke ondersteuning-op-maat is dat werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. Dit is van toepassing bij de instrumenten proefplaatsing, participatieplaats, tijdelijke loonkostensubsidie en sociale activering.

3.4.15 Nazorg

[PW, IOAW, IOAZ]

Wij zorgen ervoor dat u, wanneer u aan het werk gaat, gedurende een termijn van 3 maanden nadat de uitkering is beëindigd, ondersteund en begeleid wordt, wanneer dit nodig is om het werk te kunnen doen.

3.4.16 Ondersteuning bij leer-werktraject

[PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kunnen ondersteuning aanbieden als u 16 tot en met 27 jaar bent en dreigt uit te vallen op school, maar met een leer-werktraject alsnog een startkwalificatie kan behalen zoals beschreven in artikel 10f van de Participatiewet.

2De duur van de ondersteuning is niet langer dan de duur van het leer-werktraject. Tijdens dit traject vinden tussentijdse evaluaties plaats, waarin ook wordt meegewogen of ondersteuning nog nodig is.

3.4.17 Kinderopvang

[Wko, Wib, PW]

Wij zorgen ervoor dat er passende kinderopvang beschikbaar is, indien u:

a.meedoet aan een activiteit die nodig is om dichter bij de arbeidsmarkt te komen of aan het werk te gaan en opvang niet mogelijk is binnen uw sociale netwerk;

b.u een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke en/ of psychische beperking hebt en is vastgesteld dat een of meer van deze beperkingen kinderopvang noodzakelijk maken;

c.is vastgesteld dat kinderopvang noodzakelijk is voor een goede en gezonde ontwikkeling van uw kind.

3.4.18 Andere voorzieningen en vergoedingen

[PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kunnen andere voorzieningen inzetten wanneer dat nodig is om de kans op werk te vergroten. U of uw werkgever kan daarvoor een aanvraag indienen. Wij beoordelen de aanvraag en nemen een besluit uiterlijk binnen 13 weken na de aanvraag. Hierbij kunnen wij een deskundig advies inwinnen.

2Wij kunnen de kosten vergoeden die u moet maken bij deelname aan een voorziening of bij betaald of onbetaald werk. Hierbij stellen wij voorwaarden aan de werkgever over de duur van de arbeidsovereenkomst en het aantal uren dat u werkt. De betaling vindt achteraf plaats na overlegging van een betalingsbewijs. Indien nodig, kunnen wij een voorschot verstrekken.

3.4.19 Weigering van een voorziening

[PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kunnen een voorziening weigeren wanneer:

a.u niet behoort tot de doelgroep van de wet;

b.u onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is;

c.u op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van uw persoonlijke netwerk de beperkingen kunt wegnemen of verminderen;

d.u gebruik kunt maken van algemene voorzieningen;

e.de voorziening algemeen gebruikelijk is;

f.u gebruik kunt maken van een voorziening op basis van een andere regeling (voorliggende voorziening);

g.wij vinden dat de voorziening onvoldoende bijdraagt op weg naar werk;

h.u niet voldoet aan de voorwaarden van deze verordening om in aanmerking te komen voor die voorziening;

i.u de gevraagde voorziening na de melding maar vóór het besluit heeft ingeroepen of ingekocht, tenzij wij daarvoor schriftelijk toestemming hebben gegeven of wij de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf kunnen beoordelen;

j.u geen inwoner ben van de gemeente Eijsden-Margraten, met uitzondering van beschermd wonen en maatschappelijke opvang;

k.de verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt;

l.de voorziening niet noodzakelijk was geweest als u rekening had houden met uw reeds bestaande beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan.

3.5 Meedoen voor mensen met beperkingen

3.5.1 Begeleiding

[Wmo]

1U kunt in aanmerking komen voor professionele begeleiding bij groepsactiviteiten wanneer u:

a.de dag niet goed zelf kunt invullen; en/of

b.de normale dagelijkse activiteiten niet zelf kunt doen; en

c.niet (voldoende) geholpen bent met algemeen toegankelijke activiteiten.

2De begeleiding is gericht op bevordering, behoud en/of compensatie van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Daarbij wordt eerst gekeken naar het meedoen aan sociale, recreatieve of andere activiteiten die worden aangeboden in onze gemeente en algemeen toegankelijk zijn. Voorbeelden hiervan zijn huiskamers of vrijwilligerswerk.

3.5.2 Individuele begeleiding

[Wmo]

1Wanneer u niet in staat bent de normale dagelijkse activiteiten te doen, kunt u ondersteuning-op-maat krijgen. De ondersteuning-op-maat houdt in dat u professioneel begeleid wordt bij deze activiteiten (individuele begeleiding). De begeleiding is gericht op bevordering, behoud of compensatie van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie.

2De begeleider neemt deze activiteiten niet (volledig) over. De focus ligt hierbij op trainen en coachen. Voor zover mogelijk is de individuele begeleiding erop gericht toe te werken naar een situatie waarin deze niet meer nodig is en u ten behoeve van participatie en zelfredzaamheid gebruik kan maken van algemene voorzieningen.

3De individuele begeleiding vindt plaats in de dagelijkse leefomgeving. Dit kan ook een werk(ervarings)plek zijn.

3.5.3 Contact met anderen en mobiliteit

[Wmo]

1U kunt in aanmerking komen voor een vervoersvoorziening, wanneer u door een beperking in de mobiliteit onvoldoende contact met anderen kan hebben of noodzakelijke activiteiten niet kunt doen en geen gebruik kunt maken van het openbaar vervoer. Wij kunnen u helpen met het vervoer om en nabij de woning in eigen omgeving. Dit betekent dat u in een straal van 25 kilometer rond de eigen woning moet kunnen reizen.’

2Wij kijken eerst of een vervoersprobleem opgelost kan worden met collectief vervoer. Dit heet primaat van collectief vervoer. U kunt dan gebruik maken van collectief vervoer ‘Omnibuzz'.

3Met ‘Omnibuzz’ kunt u voor een laag klanttarief reizen. Er geldt een maximum reisbudget van 590 zones per kalenderjaar per reiziger. In bijzondere gevallen kan een hoger reisbudget worden toegekend.

4Wanneer u geen gebruik maakt van ‘Omnibuzz’, dan kunnen wij u ondersteunen met een andere vervoersvoorziening, zoals een scootmobiel, rolstoel of andere voorziening passend bij uw situatie.

5Wanneer u graag wilt sporten en dat niet kan zonder een sportvoorziening, dan kunt u eens in de 3 jaar in aanmerking komen voor een sportrolstoel of een andere sportvoorziening.

6U kunt in aanmerking komen voor een bijdrage in het onderhoud van de sportrolstoel of andere sportvoorziening. Deze bijdrage wordt eens in de 3 jaar verstrekt.

3.5.4 Aanpassing of vervanging vervoermiddel, rolstoel of sportvoorziening

[Wmo]

Wanneer een vervoermiddel, (sport)rolstoel of sportvoorziening aangepast of vervangen moet worden, dan doen wij dit als:

a.de normale afschrijvingstermijn is verstreken; of

b.die voorziening onbruikbaar is geworden en dat niet verwijtbaar is; of

c.die voorziening geen oplossing meer is voor uw hulpvraag; of als

d.u de kosten van vervanging geheel of gedeeltelijk zelf betaalt.

Hoofdstuk 6. De vorm van de hulp

6.3 Persoonsgebonden budget (pgb)

6.3.1 Voorwaarden- algemeen

1U kunt kiezen voor een pgb. U moet wel voldoet aan de volgende voorwaarden:

a.u kunt voldoende voor uw eigen belangen opkomen. U kunt de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier uitvoeren, eventueel met hulp van iemand uit uw persoonlijke netwerk, of met iemand die u vertegenwoordigt;

b.u kunt duidelijk maken waarom u een pgb wilt ontvangen;

c.de hulp is van goede kwaliteit, veilig, doeltreffend en passend.

2U maakt in een budgetplan duidelijk dat aan de voorwaarden is voldaan. In het plan staat ook:

a.hoe u de hulp wil organiseren;

b.wie deze hulp gaat leveren;

c.wat de kosten zijn;

d.op welke manier de kwaliteit van de hulp en uw veiligheid zijn gegarandeerd;

e.dat de hulpverlener calamiteiten meldt bij onze toezichthouder en meewerkt aan een onderzoek door deze toezichthouder naar de rechtmatigheid, kwaliteit en veiligheid van de hulp; en

f.het budgetplan dat wij moeten goedkeuren.

3Wij kunnen een pgb in elk geval weigeren wanneer:

a.u het pgb wil laten beheren door de aanbieder die ook de hulp biedt;

b.wij eerder een maatwerkvoorziening of een pgb hebben toegekend, en dit besluit is herzien of ingetrokken, omdat u:

•onjuiste of onvolledige gegevens heeft doorgegeven;

•zich niet heeft gehouden aan de voorwaarden die bij het pgb horen; of

•het pgb voor een ander doel heeft gebruikt.

c.wanneer er sprake is van een spoedeisende situatie;

d.u en uw hulpverlener geen Verklaring omtrent het gedrag (VOG) kunnen laten zien;

e.de kosten van een pgb hoger zijn dan de kostprijs voor een maatwerkvoorziening in natura.

4Het pgb is bedoeld voor hulp, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan:

a.kosten voor administratie, bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers;

b.looncompensatie;

c.gebruik van algemeen toegankelijke voorzieningen;

d.lidmaatschap vereniging;

e.ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie;

f.kosten bewindvoering of kosten curator;

g.huiswerkbegeleiding;

h.oppas;

i.leerlingenvervoer;

j.leermiddelen;

k.lesgeld en ouderbijdragen;

l.overheadkosten;

m.kosten voor een feestdagenuitkering of een cadeau aan de hulpverlener(s);

n.kosten aanvragen Verklaring omtrent gedrag (VOG), en

o.reistijd en reiskosten.

5Het pgb kent een vrij besteedbaar bedrag van 1,5 % van het (kalender)jaarbudget met een minimum van 60 euro en een maximum van 1250 euro.

6.3.2 Professionele of niet-professionele hulp

[Jeugdwet, Wmo]

1Om de hoogte van het pgb voor een dienst vast te stellen, wordt onderscheid gemaakt tussen professionele en niet-professionele hulp.

2U kunt het pgb besteden aan professionele hulp. Dat is hulp door een hulpverlener die:

a.in dienst is van een zorgaanbieder die staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (volgens de eisen van de Handelsregisterwet 2007); of die

b.als medisch professional staat ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG); of die

c.als zelfstandige zonder personeel (zzp’er) beroepsmatig hulpverleent.

3U kunt het pgb besteden aan hulp door een niet-professionele hulpverlener, wanneer die hulpverlener:

a.aannemelijk heeft gemaakt dat de hulp niet tot overbelasting leidt en dat hij kwalitatief goede hulp kan bieden;

b.een opleiding heeft afgerond die nodig is om de betreffende hulp te kunnen verlenen; en

c.een Verklaring omtrent gedrag natuurlijke personen (VOG - specifiek screeningsprofiel 45) kan overleggen. De verklaring mag niet ouder zijn dan 3 maanden voor de datum van de aanvraag.

4Een pgb voor ondersteuning vanuit het sociale netwerk verstrekken wij alleen wanneer:

a.de ondersteuning de gebruikelijke hulp overstijgt;

b.de ondersteuning structureel van een behoorlijke omvang is;

c.de geboden ondersteuning passend, adequaat en veilig is;

d.de persoon uit het sociale netwerk die de ondersteuning gaat verlenen, zich voldoende op de hoogte heeft gesteld van de verantwoordelijkheden die aan het bieden van de ondersteuning verbonden zijn,

e.er bij de persoon uit het sociale netwerk die de hulp gaat bieden geen sprake is van overbelasting of dreiging daarvan; Indien overbelasting dreigt, dan vragen wij eventueel een medisch advies aan. Wij kunnen (tijdelijk) ondersteuning inzetten om overbelasting te voorkomen.

f.de persoon uit het sociaal netwerk op basis van opleiding en/of ervaring in staat moet zijn de vereiste dienstverlening te realiseren;

g.de persoon uit het sociaal netwerk beschikt over een actuele Verklaring omtrent het gedrag, tenzij de persoon een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad is;

6.3.3 Hoogte en tarief pgb

[Jeugdwet, Wmo]

1Cliënten PGB, tariefsystematiek en indexering

a.Bestaande cliënten:

Dit zijn cliënten die tot en met 4 maart 2025, een dag voor de inwerkingtreding van de Integrale Verordening Sociaal Domein 2025 gemeente Eijsden‑Margraten een geldige indicatie en een geldende PGB‑zorgovereenkomst hebben. Voor deze cliënten blijven de oude tarieven van toepassing totdat de cliënt een nieuwe indicatie en een nieuwe PGB‑zorgovereenkomst ontvangt. Deze tarieven worden jaarlijks aangepast op basis van de Consumentenprijsindex (CPI).

b.Nieuwe cliënten:

Dit zijn cliënten die vanaf 5 maart 2025 een indicatie en PGB‑zorgovereenkomst krijgen. Voor deze cliënten worden de PGB-tarieven bepaald op basis van de lonen uit de toepasselijke sector‑CAO, bijvoorbeeld de CAO VVT voor begeleiding en huishoudelijke ondersteuning. Het tarief omvat het CAO‑loon, vakantietoeslag en verlofuren. Deze tarieven worden jaarlijks aangepast volgens de CAO-ontwikkeling.

2De hoogte van het pgb wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee u veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, producten en andere maatregelen kunt contracteren.

3Wij stellen de hoogte van het pgb vast op ten hoogste de kostprijs voor de goedkoopste vorm van hulp in natura.

4Voor bepaalde vormen van professionele en niet-professionele hulp zijn vaste tarieven vastgesteld. Die staan in de bijlagen 1 en 2 bij deze verordening. De bedragen in die bijlage worden jaarlijks aangepast, met ingang van 1 januari. Dat gebeurt aan de hand van het consumentenprijsindexcijfer van het CBS (alle huishoudens - reeks 2024=100). Wij gaan daarbij uit van de ontwikkeling van dit prijsindexcijfer over de periode van een jaar, gerekend vanaf 1 juli het jaar daarvoor. Die wijziging wordt afgerond op één decimaal.

5Wij stellen de hoogte van het pgb vast op basis van het goedgekeurde budgetplan en/of door ons opgevraagde offerte(s).

6Bij de hoogte van het pgb voor een product houden wij rekening met de levensduur van het product en met de kosten voor onderhoud en verzekering. Wanneer het gaat om een tweedehands product wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de overgebleven afschrijvingstermijn. Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb houden wij ook rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhouds- en verzekeringskosten.

6.3.4 Verantwoording en uitbetaling pgb

[Jeugdwet, Wmo]

1Wij kunnen u vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de hulp u heeft gehad. U bent dan verplicht die informatie te geven. Wij kunnen daarvoor een formulier vaststellen.

2Als u een pgb krijgt, wordt alleen de hulp uitbetaald die feitelijk geleverd is. Het pgb wordt uitbetaald door de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

6.3.5 Opschorten pgb

[Jeugdwet, Wmo]

1Wij kunnen aan de SVB vragen om de uitbetaling uit het pgb helemaal of gedeeltelijk stop te zetten totdat een besluit is genomen om het pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit kunnen wij doen als wij een sterk vermoeden hebben dat:

a.u onjuiste of onvolledige informatie hebt verstrekt, terwijl het verstrekken van juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing van ons;

b.u niet voldoet aan de voorwaarden die bij een pgb horen;

c.u het pgb niet of voor een ander doel hebt gebruikt.

Hoofdstuk 7. Inkomen en schulden

7.1 Armoedebeleid

7.1.1 Wat willen wij?

[PW, Gw, Wgs]

1Wij willen dat u uw noodzakelijke bestaanskosten kunt betalen en kunt meedoen aan de samenleving. Ook wanneer u een laag inkomen en geen goede financiële buffer hebt.

2Wij ondersteunen u bij het op orde krijgen van uw financiën, wanneer u moeite hebt om rond te komen of wanneer u schulden hebt. Het doel van die ondersteuning is dat u blijvend een gezonde financiële huishouding krijgt.

3Wij werken zoveel mogelijk samen met andere organisaties. Wij stimuleren initiatieven van inwoners en organisaties die helpen met het tegengaan van armoede en schulden.

4indien nodig ondersteunen wij in ieder geval de volgende groepen financieel:

a.kinderen;

b.het inkomen van het huishouden is niet hoger dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm.

c.inwoners die extra kosten moeten dragen vanwege een beperking.

5Wij bekijken uw ondersteuningsvraag integraal met ook andere leefdomeinen, zoals onderwijs, maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp.

7.2 Bijzondere bijstand

7.2.1 Vangnet

[PW]

1Wij bieden bijzondere bijstand aan als een financieel vangnet wanneer u onvoldoende geld heeft om noodzakelijke en bijzondere kosten te betalen.

2Wij bieden alleen bijzondere bijstand aan wanneer u geen beroep kan doen op eigen mogelijkheden of op andere voorzieningen.

3Bijzondere bijstand is bedoeld om bijzondere en noodzakelijke uitgaven te kunnen betalen. Het gaat dan om uitgaven die niet uit het maandelijkse inkomen kunnen worden betaald en waarvoor u niet heeft kunnen sparen.

4Bij het beoordelen van een aanvraag voor bijzondere bijstand hanteren wij de waarden die bij artikel 7.1.1 beschreven zijn.

5U hoeft bijzondere bijstand niet terug te betalen, tenzij de wet dat verplicht.

7.2.2 Draagkracht bij bijzondere bijstand

Als u een inkomen boven 110% van de bijstandsnorm heeft, berekenen wij wat u zelf kunt bijdragen (draagkracht).

7.2.3 Draagkrachtberekening

1Wij kijken bij uw draagkracht alleen naar uw inkomen boven 110% van de bijstandsnorm. Individuele inkomenstoeslag, alimentatiebetalingen en belastingen over buitenlandse pensioenen worden niet meegenomen.

2Over het deel boven de 110% gebruiken wij een percentage, afhankelijk van de kosten:

a.15% bij kosten die helpen om zelfstandig te wonen (zoals hulp in huis of woningaanpassing);

b.50% bij gewone bijzondere kosten (zoals medische kosten of bewindvoering).

7.2.4 Periode van draagkracht

1Wordt in principe vastgesteld voor één jaar, ingaande op de eerste dag van de maand waarin de kosten zijn gemaakt. Bij stabiele financiële situatie kan een langere periode worden vastgesteld.

2Vastgestelde draagkracht en/of periode kan tussentijds worden aangepast bij wijzigingen in persoonlijke of financiële omstandigheden.

7.3 Studietoeslag

7.3.1 Doelgroep

[Pw]

U komt in aanmerking voor de studietoeslag wanneer u:

a.als rechtstreeks gevolg van een ziekte of gebrek structureel niet in staat bent naast de studie inkomsten te verwerven;

b.studiefinanciering ontvangt op grond van de Wet studiefinanciering (WSF) of een tegemoetkoming krijgt op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS). Het levenlanglerenkrediet van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten valt niet hieronder;

c.geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wajong.

7.3.2 Overige regels studietoeslag

Voor de overige regels van studietoeslag hanteren wij de bepalingen van artikel 36b van de Participatiewet.

7.4 Individuele inkomenstoeslag

7.4.1 Doelgroep

[PW]

1De individuele inkomenstoeslag is bedoeld voor mensen die op de peildatum:

a.een leeftijd hebben vanaf 21 jaar tot aan de AOW-gerechtigde leeftijd; en

b.die geen vermogen hebben; en

c.die tijdens de referteperiode een langdurig laag inkomen hebben; en

d.die geen uitzicht hebben op inkomstenverbetering.

2U mag zelf aangeven per welke datum wij moeten controleren of u voldoet aan alle voorwaarden voor de individuele inkomenstoeslag. Deze datum heet de peildatum. De peildatum mag niet vóór de aanvraagdatum liggen.

3Wij mogen, in overleg met u, de peildatum verschuiven naar de datum waarop u voldoet aan de voorwaarden van individuele inkomenstoeslag.

4De referteperiode is de periode tot 36 maanden voorafgaand aan de peildatum.

5Wij berekenen uw inkomen en vermogen op basis van de artikelen 31, 32, 33 en 34 van de Participatiewet.

6U heeft een langdurig laag inkomen wanneer u tijdens de referteperiode een inkomen heeft gehad die niet hoger is geweest dan de bijstandsnorm die in deze periode voor u zou gelden. De kostendelersnorm telt niet mee.

7U heeft geen uitzicht op inkomstenverbetering wanneer u tijdens de referteperiode:

a.er niet in bent geslaagd om een inkomen te verwerven hoger dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm; en

b.u voldoende hebt meegewerkt aan de arbeids- en re-integratieplicht van de Participatiewet; en

c.u niet voldoet aan een van de uitsluitingsgronden.

7.4.2 Hoogte van de toeslag

[PW]

1De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar:

a.voor een alleenstaande: 28% van de gehuwdennorm (art. 21 sub b Pw);

b.voor een alleenstaande ouder: 35% van de gehuwdennorm (art. 21 sub b Pw);

c.voor gehuwden: 39% van de gehuwdennorm (art. 21 sub b Pw);

2De hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt jaarlijks in januari bepaald op grond van de bijstandsnorm voor gehuwden (art. 21 sub b Pw) die geldt op 1 januari van dat jaar.

3Bij gehuwden en samenwonenden geldt dat als één van de partners geen recht op inkomenstoeslag heeft op basis van artikel 11 of 13 lid 1 Pw, de ander het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder krijgt.

4De gezinssituatie op de peildatum is bepalend voor de hoogte van de toeslag.

5De procentuele berekening van de hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt naar boven afgerond op hele euro’s.

7.4.3 Individuele inkomenstoeslag voor niet-bijstandsgerechtigden

[PW]

Ook wanneer u niet onder de arbeids- en re-integratieverplichting van de Participatiewet valt gelden voor u dezelfde criteria als voor iemand die wel onder de Participatiewet valt.

Wanneer u tijdens de referteperiode als zelfstandige hebt gewerkt wordt aangenomen dat u heeft voldaan aan de arbeids- en re-integratieverplichting van de Participatiewet.

7.4.4 Uitsluiting

[PW]

Van het recht op de individuele inkomenstoeslag ben u in ieder geval uitgesloten wanneer u op de peildatum of in de referteperiode:

a.een maatregel opgelegd hebt gekregen omdat u zich niet hebt gehouden aan de arbeids- en re-integratieverplichting;

b.een studie volgt waarbij recht op WTOS of WFS bestaat;

c.in detentie bent verbleven, met uitzondering van bijzondere detentie;

d.langer dan de op basis van de Participatiewet toegestane periode in het buitenland bent verbleven.

In het geval van bijzondere omstandigheden kunnen wij afwijken van bovenstaande uitsluitingsgronden en alsnog de individuele inkomenstoeslag aan u toekennen

7.5 Kindbudget

7.5.1 Doelgroep

[Gw]

1Het kindbudget is bedoeld voor ouders die:

a.inschreven staan in de gemeente Eijsden-Margraten;

b.het inkomen van het huishouden is niet hoger dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm.

c.een vermogen hebben van beneden de van toepassing zijnde vermogensgrens zoals benoemd in artikel 34 derde lid van de Participatiewet;

d.schoolgaande kinderen in het voortgezet onderwijs hebben in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar.

2Vermogen van een eigendomswoning die door de ouder(s) zelf wordt bewoond telt niet mee in de berekening van het vermogen voor het kindbudget.

7.5.2 Aanvraag

[Gw, Awb]

1Het aanvragen van het kindbudget kan alleen door gebruik te maken van het aanvraagformulier;

2De aanvraag van het kindbudget kan worden ingediend tot 1 augustus van het lopende schooljaar.

7.5.3 Peildatum

[Gw]

1De peildatum is de datum waarop wij toetsen of u voldoet aan alle voorwaarden van het kindbudget. Voor het kindbudget kennen wij twee peildata:

a.de peildatum voor de bepaling van het inkomen en vermogen is 1 juli voorafgaand aan het huidige schooljaar;

b.de peildatum voor de overige voorwaarden is gelijk aan de aanvraagdatum.

7.5.4 Hoogte van de bijdrage

[Gw]

1De bijdrage is € 155,00 per kind per schooljaar;

2De hoogte van de bijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd. Dat gebeurt op 1 januari aan de hand van het consumentenprijsindexcijfer van het CBS (alle huishoudens - reeks 2025=100). Wij gaan daarbij uit van de ontwikkeling van dit prijsindexcjifer over de periode van een jaar, gerekend vanaf 1 januri van het jaar daarvoor. Die wijziging wordt afgerond op één decimaal.

3De bijdrage is niet overdraagbaar aan een ander lid van het huishouden.

7.5.5 Bestedingsdoel, controle en terugvordering

[Gw]

1Het kindbudget dient besteed te worden aan kosten die gemaakt moeten worden voor het volgen van voortgezet onderwijs. Daarmee worden ook de kosten bedoeld die voortvloeien uit activiteiten die samenhangen met het voortgezet onderwijs.

2Wij kunnen de ontvanger van het kindbudget vragen aan te tonen dat de bijdrage is uitgegeven aan het bestedingsdoel.

3Wij kunnen de bijdrage van u terugvorderen wanneer:

a.er sprake is van onjuiste verstrekking van informatie met als gevolg dat de uitbetaling van het kindbudget heeft plaatsgevonden; of

b.wanneer achteraf blijkt dat het kindbudget niet is gebruikt voor het bestedingsdoel.

7.5.6 Uitzondering

[Gw]

1Van het vereiste, dat deze regeling geldt voor kinderen op het voortgezet onderwijs met een leeftijd van 12 tot en met 17 jaar kan slechts in één uitzonderingssituatie worden afgeweken, en wel indien er sprake is van een leerling die een klas heeft overgeslagen.

7.5.7. Inkomen en vermogen

Voor de vaststelling van de hoogte van het inkomen en vermogen wordt aangesloten bij de bepalingen in de Participatiewet.

7.6. Meedoenbudget

7.6.1 Doelgroep

[Gw]

1Het meedoenbudget is bedoeld voor personen die:

a.inschreven staan in de gemeente Eijsden-Margraten;

b.het inkomen van het huishouden is niet hoger dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm.

c.een vermogen hebben van beneden de van toepassing zijnde vermogensgrens zoals benoemd in artikel 34 derde lid van de Participatiewet.

2Het meedoenbudget geldt ook voor kinderen van personen die voldoen aan bovenstaande voorwaarden en die op de peildatum 4 jaar of ouder zijn, tenzij dit kind voor het kindbudget in aanmerking komt.

3Vermogen van een eigendomswoning die door de ouder(s) zelf wordt bewoond telt niet mee in de berekening van het vermogen voor het meedoenbudget.

7.6.2 Aanvraag

[Gw]

1Het aanvragen van het meedoenbudget kan alleen door gebruik te maken van het aanvraagformulier.

7.6.3 Peildatum

[Gw]

1De peildatum is de datum waarop wij toetsen of u voldoet aan alle voorwaarden van het meedoenbudget. Voor het meedoenbudget gelden drie peildata:

a.de peildatum voor de bepaling van het inkomen en vermogen is de maand januari van het huidige kalenderjaar;

b.als peildatum voor de bepaling van een in aanmerking komend kind geldt 1 januari van het huidige kalenderjaar;

c.de peildatum voor de overige voorwaarden is gelijk aan de aanvraagdatum.

7.6.4 Hoogte van de bijdrage

[Gw]

1De bijdrage in 2025 is € 150,00 per persoon per jaar.

2De hoogte van de bijdrage wordt jaarlijks worden geïndexeerd. Dat gebeurt op 1 januari aan de hand van het consumentenprijsindexcijfer van het CBS (alle huishoudens - reeks 2025=100). Wij gaan daarbij uit van de ontwikkeling van dit prijsindexcjifer over de periode van een jaar, gerekend vanaf 1 januari van het jaar daarvoor. Die wijziging wordt afgerond op één decimaal.

3De bijdrage is niet overdraagbaar aan een ander lid van het huishouden.

7.6.5 Bestedingsdoel, controle en terugvordering

[Gw]

1Het meedoenbudget dient besteed te worden aan kosten die gemaakt moeten worden voor maatschappelijke activiteiten. Hieronder wordt verstaan:

a.het lidmaatschap en daarmee samenhangende kosten van jeugd-, sport-, of ontspanningsverenigingen en verenigingen voor amateurkunstbeoefening;

b.seizoensabonnementen, meerbadenkaarten en maandkaarten van het gemeentelijk zwembad (losse kaartjes zijn uitgesloten);

c.activiteiten van een vereniging, stichting of organisatie op het gebied van maatschappelijk welzijn;

d.bibliotheeklidmaatschap;

e.kindervakantiewerk;

f.peuterspeelzaalwerk en VVE;

g.activiteiten in het kader van meer bewegen voor ouderen;

h.cursussen in het kader van volwasseneducatie;

i.cursussen van de GGD;

j.deelname aan eenmalige sociaal-culturele of sportieve activiteiten;

k.Telefoon abonnement en /of internet abonnement.

2Wij kunnen de ontvanger van het meedoenbudget vragen aan te tonen dat de bijdrage is uitgegeven aan het bestedingsdoel.

3Wij kunnen de bijdrage van u terugvorderen wanneer:

a.er sprake is van onjuiste verstrekking van informatie met als gevolg dat de uitbetaling van het meedoenbudget heeft plaatsgevonden; of

b.wanneer achteraf blijkt dat het meedoenbudget niet is gebruikt voor het bestedingsdoel.

7.6.6 Inkomen en vermogen

Voor de vaststelling van de hoogte van het inkomen en vermogen wordt aangesloten bij de bepalingen in de Participatiewet.

7.7 Zorgverzekeringsbudget

7.7.1 Doelgroep

[Gw]

1Het zorgverzekeringsbudget is bedoeld voor personen van 18 jaar of ouder die:

a.inschreven staan in de gemeente Eijsden-Margraten;

b.het inkomen van het huishouden is niet hoger dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm.

c.een vermogen hebben van beneden de van toepassing zijnde vermogensgrens zoals benoemd in artikel 34 derde lid van de Participatiewet;

d.een aanvullende zorgverzekering hebben afgesloten.

2Vermogen van een eigendomswoning die door de ouder(s) zelf wordt bewoond telt niet mee in de berekening van het vermogen voor het zorgverzekeringsbudget.

7.7.2 Hoogte van de bijdrage

[Gw]

1De bijdrage is € 100,00 per persoon van 18 jaar of ouder per verzekerd kalenderjaar;

2De bijdrage wordt alleen betaald wanneer de premie zorgverzekering aantoonbaar wordt betaald;

3Bedraagt de premie van de aanvullende zorgverzekering minder dan € 100,00 per verzekerd kalenderjaar, dan worden de daadwerkelijk gemaakte kosten vergoed.

7.7.3 Aanvraag

[Gw]

1Het aanvragen van het zorgverzekeringsbudget geschiedt per verzekerd kalenderjaar;

2Het aanvragen van het zorgverzekeringsbudget kan alleen door gebruik te maken van het aanvraagformulier;

7.7.4 Terugvordering

[Gw]

Wij kunnen de bijdrage van u terugvorderen wanneer er sprake is van onjuiste verstrekking van informatie met als gevolg dat de uitbetaling van het zorgverzekeringsbudget heeft plaatsgevonden.

7.7.5 Inkomen en vermogen

Voor de vaststelling van de hoogte van het inkomen en vermogen wordt aangesloten bij de bepalingen in de Participatiewet.

7.8 Reisbudget

7.8.1 Doelgroep

De volgende personen behoren tot de doelgroep van het reisbudget:

a.u bent inwoner van onze gemeente en staat hier ingeschreven;

b.het inkomen van het huishouden is niet hoger dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm.

c.uw vermogen is niet hoger dan de geldende vermogensgrens op basis van de Participatiewet. Vermogen gebonden in de door aanvrager bewoonde eigendomswoning wordt voor het recht op het reisbudget niet meegerekend;

d.u maakt gebruik van collectief vervoer op basis van de Wmo2015;

e.u heeft het aantal aan u toegekende reiszones volledig gebruikt en komt niet langer in aanmerking voor het gereduceerde tarief van collectief vervoer.

7.8.2. Vergoeding extra reiszones

1Wij vergoeden alleen de reiszones waarvoor u commercieel tarief betaalt en;

2Wij vergoeden alleen de reiszones die naar ons oordeel bijdragen aan deelname aan maatschappelijke activiteiten.

3Wij vergoeden het verschil tussen het gereduceerde en commerciële tarief per reiszone.

7.8.3. Aanvraag

1U dient het reisbudget aan te vragen door gebruik te maken van het daarvoor bestemde aanvraagformulier.

2U kunt het reisbudget aanvragen tot en met 3 maanden nadat de kosten zijn gemaakt (terugwerkende kracht).

3De kosten moeten aantoonbaar zijn voldaan om voor vergoeding in aanmerking te komen.

7.8.4 Peildatum

1De peildatum is het moment waarop wij toetsen of uw inkomen en vermogen voldoen aan de voorwaarden van het reisbudget.

2De peildatum is gelijk aan de maand waarin de kosten zich voordoen.

3Wanneer de kosten zich spreiden over meerdere maanden dan wordt het gemiddelde van het inkomen over deze maanden genomen.

7.8.5. Inkomen en vermogen

Voor de vaststelling van de hoogte van het inkomen en vermogen wordt aangesloten bij de bepalingen in de Participatiewet.

7.8.6 Terugvordering

Wij kunnen de bijdrage van u terugvorderen wanneer er sprake is van onjuiste verstrekking van informatie met als gevolg dat de uitbetaling van het reisbudget heeft plaatsgevonden.

7.10 Schuldhulpverlening

7.10.1 Samenwerking en toegang

[Wgs]

1Wij werken samen met andere organisaties om te voorkomen dat u problematische schulden opbouwt.

2Wij zorgen ervoor dat u op een eenvoudige manier om ondersteuning kunt vragen bij het vinden van een oplossing voor schulden.

3Wij informeren u over de ondersteuning die wij kunnen aanbieden en zorgen ervoor dat die ondersteuning ook echt beschikbaar is.

4Wij sluiten niemand bij voorbaat uit van ondersteuning. Een uitzondering op die regel is wanneer u geen geldige verblijfstitel hebt.

7.10.2 Schuldhulpverlening

[Wgs]

Wij zorgen ervoor dat wanneer u ondersteuning kunt krijgen bij het oplossen van schulden, u deze zo snel mogelijk krijgt.

7.10.3 Besluit

[Wgs]

1Wanneer u ondersteuning kunt krijgen, informeren wij u over de manier waarop de ondersteuning wordt gegeven.

2Wanneer u geen ondersteuning kunt krijgen, sturen wij u een brief, waarin staat waarom er geen ondersteuning wordt gegeven.

7.11 Geleidelijke afbouw van kindbudget, meedoenbudget, zorgverzekeringsbudget en reiskostenbudget op basis van inkomen

1De hoogte van de gemeentelijke tegemoetkoming wordt vastgesteld op basis van het huishoudinkomen volgens onderstaande staffel:

a.Tot en met 110% van de bijstandsnorm: 100% van het normbedrag.

b.Boven 110% tot en met 120% van de bijstandsnorm: 50% van het normbedrag.

c.Boven 120% tot en met 130% van de bijstandsnorm: 25% van het normbedrag.

d.Boven 130% van de bijstandsnorm: geen gemeentelijke tegemoetkoming.

2Het inkomen wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 7.8.5 van deze verordening; voor de vaststelling van de hoogte van het inkomen en vermogen wordt aangesloten bij de bepalingen in de Participatiewet.

3Het college kan nadere regels stellen voor de uitvoering van dit artikel.

Hoofdstuk 8 Afspraken tussen U en ons

8.1 Hoe gaan we met elkaar om?

8.1.1 De rol van de gemeente

[Jeugdwet, Wmo, PW, Wib, Bbz, IOAW, IOAZ, Wgs, Gw, Awb]

1Wij zoeken samen met u naar een oplossing voor uw probleem. Wij gaan daarbij op een respectvolle manier met elkaar om. Wij zorgen ervoor dat:

a.het duidelijk is wie er namens ons contact met u onderhoudt. Wij houden het aantal contactpersonen zo beperkt mogelijk;

b.om een probleem te bespreken heeft u altijd recht op één gesprek met een medewerker.

c.wij helpen u waar nodig om het probleem bij een andere organisatie te bespreken, wanneer het bieden van hulp bij dit probleem een taak is voor die organisatie;

d.wij zorgen voor eenvoudige aanvraagformulieren. Het is voor u duidelijk waar die aanvraagformulieren verkrijgbaar zijn;

e.wij informeren u over procedures die worden gevolgd. Wij zorgen ervoor dat deze procedures zo eenvoudig mogelijk zijn.

2Wij maken binnen de wettelijke mogelijkheden gebruik van gegevens die al binnen de gemeente aanwezig zijn. Wij vragen alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van uw hulpvraag.

3Wij tolereren geen onacceptabel gedrag zoals schelden, dreigen, schreeuwen, discriminerende en intimiderende taal. Wij reageren op professionele wijze op onacceptabel gedrag. Wij volgen hierbij ons geldend agressieprotocol.

8.1.2 De rol van U

[Jeugdwet, Wmo, PW, Wib, Bbz, IOAW, IOAZ, Wgs, Gw, Awb]

1U bent de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van uw probleem. Wij ondersteunen daarbij en vullen uw mogelijkheden aan wanneer dat nodig is. U zorgt voor het volgende:

a.U gaat eerst na welke mogelijkheden u heeft om samen met uw netwerk het probleem op te lossen.

b.U werkt mee aan de oplossing van uw probleem.

c.U doet wat nodig is om onze hulp tot een minimum te beperken en zo kort mogelijk te laten duren.

2U werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier het probleem zo snel mogelijk kan worden opgelost. Dat betekent het volgende:

a.U informeert ons direct over alles wat van belang is voor het beoordelen van de hulpvraag, uw persoonlijke situatie en uw rechten en plichten. Dit geldt ook wanneer de hulp al is toegekend.

b.U houdt zich aan termijnen die wij stellen om alle informatie aan te leveren.

c.U brengt ons direct op de hoogte van veranderingen in uw situatie, wanneer die van belang kunnen zijn voor onze hulp.

3Wij gaan op een respectvolle wijze met elkaar om. Dit betekent dat u zich houdt aan onze huisregels.

8.2 Afspraken en verplichtingen

8.2.1 Wanneer wordt de uitkering verlaagd?

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

1Wij verlagen een uitkering wanneer dat volgens de regels van de wet en deze verordening past bij uw houding of het gedrag.

2Wanneer wij besluiten om de uitkering te verlagen, houden wij altijd rekening met:

a.de ernst van het gedrag dat tot het verlagen van de uitkering heeft geleid;

b.de mate waarin u het gedrag verweten kan worden; en

c.uw persoonlijke situatie.

3Voordat een uitkering wordt verlaagd, geven wij u de kans om uw mening te geven. U kunt dat doen per e-mail, met een brief of in een gesprek.

8.2.2 Geen verlaging

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

1Wij verlagen de uitkering niet wanneer:

a.uw gedrag niet verwijtbaar is;

b.er meer dan 1 jaar ligt tussen het gedrag en het moment waarop wij deze gedraging vaststellen;

c.wij daarvoor dringende redenen zien.

2Wanneer wij afzien van een verlaging vanwege dringende redenen, ontvangt u hiervan een brief.

8.2.3 Bekendmaking besluit verlaging

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

Wij sturen u een besluit wanneer de uitkering wordt verlaagd. In dit besluit staat in ieder geval:

a.waarom de uitkering wordt verlaagd;

b.hoe groot de verlaging is;

c.wanneer de verlaging ingaat;

d.hoe lang de verlaging duurt; en

e.waarom wij afwijken van de hoofdregels, wanneer dat het geval is.

8.2.4 Ingangsdatum en periode verlaging

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

1De verlaging gaat in op de eerste dag van de kalendermaand na de datum van het besluit.

2Het is mogelijk dat de verlaging al in dezelfde maand of over eerdere maanden wordt toegepast.

3Soms kunnen wij de uitkering niet of maar voor een deel verlagen omdat deze wordt beëindigd. Dan zullen wij het overgebleven deel van de verlaging alsnog opleggen wanneer u binnen zes maanden na de beëindiging opnieuw een uitkering gaat ontvangen.

8.2.5 Berekening verlaging

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

1De uitkering wordt verlaagd met een percentage van de uitkeringsnorm. De uitkeringsnorm is de uitkering die u in uw situatie maximaal kunt krijgen. Ontvangt u bijstand, dan gaat het om de bijstandsnorm. Ontvangt u een IOAW- of IOAZ-uitkering, dan is het de grondslag uit de IOAW of IOAZ. Hieronder staat met welk percentage de uitkeringsnorm verlaagd wordt.

2De verlaging wordt berekend over de uitkeringsnorm die geldt in de maand(en), waarin de verlaging wordt toegepast.

3De verlaging kan ook berekend worden op de bijzondere bijstand wanneer;

a.u deze ontvangt op basis van artikel 12 van de Participatiewet; of

b.uw verwijtbare gedraging in relatie met het recht op bijzondere bijstand daartoe aanleiding geeft.

8.2.6 Niet nakomen wettelijke (geüniformeerde) arbeidsverplichtingen

[PW, Awb]

1Wij verlagen de bijstandsuitkering met een maand met 100% van de uitkeringsnorm, wanneer u een verplichting uit artikel 18, vierde lid, aanhef en onderdeel a, b, c, d, e, f, g en h van de Participatiewet niet nakomt.

2De verlaging wordt in gelijke stukken verdeeld over de maand van oplegging en de twee daaropvolgende kalendermaanden, wanneer wij vinden dat er sprake is van bijzondere omstandigheden.

8.2.7A Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen Participatiewet (niet- geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling)

[PW, Awb]

Gedragingen waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de artikelen 9, 9a, 55 en 56a van de Participatiewet niet of onvoldoende wordt nagekomen worden onderscheiden in de volgende categorieën:

1eerste categorie: het niet of onvoldoende nakomen van de medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 17, tweede lid van de Participatiewet.

2tweede categorie:

a.het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet;

b.het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, of 55 van de Participatiewet, voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid, van de Participatiewet, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet

3derde categorie: het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet.

8.2.7B Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen IOAW en IOAZ (niet- geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling)

[IOAW, IOAZ, Awb]

We onderscheiden de volgende categorieën gedragingen, waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de artikelen 20, 37 en 38 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 20, 37 en 38 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet of onvoldoende wordt nagekomen:

1Eerste categorie; Voor dit artikel is de eerste categorie niet van toepassing.

2tweede categorie:

a.het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling;

b.het niet of onvoldoende gebruik maken van een door ons aangeboden voorziening als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 36, eerste lid, en artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening;

3derde categorie:

a.het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen;

b.gedragingen die de inschakeling in de arbeid belemmeren, waaronder het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid;

c.het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening.

d.het door eigen toedoen verliezen van algemeen geaccepteerde arbeid waarbij aan deze beëindiging van de dienstbetrekking een dringende reden zoals bedoeld in artikel 678 van boek 7 van het burgerlijk wetboek ten grondslag ligt en dit u verweten kan worden of de dienstbetrekking is beëindigd op uw eigen verzoek tenzij voortzetting van deze dienstbetrekking redelijkerwijs niet van u kan worden gevergd.

8.2.8 Hoogte en duur verlaging

[PW, IOAW, IOAZ Awb]

1Wij verlagen de uitkering bij de gedragingen als bedoeld in artikel 8.2.7A en 8.2.7.B, met:

a.10% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie;

b.50% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;

c.100% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie.

2In afwijking van het eerste lid kunnen wij bij gedragingen van de eerste of tweede categorie een waarschuwing opleggen.

8.2.9 Te weinig besef van verantwoordelijkheid

[PW, Awb]

1Wij verlagen uw uitkering wegens te weinig besef van verantwoordelijkheid. De verlaging stemmen we af op de hoogte van het benadelingsbedrag.

2De verlaging wordt vastgesteld op:

a.10% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,00;

b.20% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000,00 tot

c.€ 2.000,00;

d.40% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000,00 tot

e.€ 4.0000,00;

f.40% van de uitkeringsnorm gedurende twee maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000,00 tot € 8.000,00;

g.40% van de uitkeringsnorm gedurende vier maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 8.0000,00 tot € 10.000,00;

h.40% van de uitkeringsnorm gedurende zes maanden bij een benadelingsbedrag van € 10.000,00 of hoger.

8.2.10 Zeer ernstige misdragingen

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

1Wij verlagen uw uitkering wanneer u zich zeer ernstig misdraagt gedraagt tegenover personen en instanties die de Participatiewet, de IOAW- of IOAZ uitvoeren.

a.De uitkering wordt gedurende één maand verlaagd met 100% van de uitkeringsnorm bij het gebruik van fysiek geweld tegen personen en bij mondelinge en schriftelijke bedreigingen tegen personen.

b.De uitkering wordt gedurende één maand verlaagd met 50% van de uitkeringsnorm bij het gebruik van fysiek geweld tegen materiële zaken.

8.2.11 Niet nakomen van andere verplichtingen

[PW, Awb]

Wanneer u een door ons opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, wordt de bijstandsuitkering verlaagd. De verlaging wordt vastgesteld op:

a.20 % van de uitkeringsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot arbeidsinschakeling of verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand;

b.40 % van de uitkeringsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot vermindering van de bijstand;

c.100 % van de uitkeringsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot beëindiging van de bijstand.

8.2.12 Niet meewerken aan inburgering

[Pw, Wib]

1Wanneer u als inburgeringsplichtige een bijstandsuitkering ontvangt en u niet houdt aan verplichtingen en afspraken uit het Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP), waarin de nadruk ligt op het bevorderen van participatie en het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt, vindt bij voorkeur verlaging van de bijstandsuitkering plaats op grond van artikel 18 Participatiewet en hoofdstuk 8 paragraaf 2 van deze verordening. Het gaat hierbij om verplichtingen en afspraken anders dan in het aanbod in de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP). Wij leggen voor dezelfde gedraging dan geen bestuurlijke boete op grond van de Wet inburgering 2021 op.

2Wanneer u als inburgeringsplichtige een bijstandsuitkering ontvangt en u niet houdt aan verplichtingen en afspraken in het PIP, waarin de nadruk ligt op het vergroten van de taalbeheersing en aan overige afspraken en verplichtingen in het PIP, leggen wij bij voorkeur een boete op grond van de Wet inburgering 2021 op. Wij verlagen in dat geval voor dezelfde gedraging de bijstandsuitkering niet.

3Bij de keuze tussen i) handhaving op grond van de Participatiewet door een verlaging van de bijstandsuitkering en ii) handhaving op grond van de Wet inburgering 2021 via een boete wegen wij ook af welke wijze van handhaving, rekening houdend met de gevolgen hiervan voor u als inburgeringsplichtige, naar ons oordeel het best bijdraagt aan het beoogde effect, te weten het succesvol voltooien van het inburgeringstraject.

4In de brief (beschikking) aan u vermelden wij of er een boete op grond van de Wet inburgering 2021 wordt opgelegd of dat de bijstandsuitkering wordt verlaagd op grond van de Participatiewet.

5Wanneer u als inburgeringsplichtige een boete op grond van de Wet inburgering 2021 wordt opgelegd in de periode dat wij verantwoordelijk zijn voor het financieel ontzorgen op grond van artikel 56a Participatiewet, dan kunnen wij de boete met de bijstandsuitkering verrekenen. Wij houden hierbij rekening met een fictieve draagkracht van 5 procent van de bijstandsnorm die van toepassing is, inclusief vakantietoeslag.”

8.2.13 Samenloop van gedragingen

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

1Gedrag waardoor u meerdere verplichtingen uit dit hoofdstuk niet nakomt, leidt tot één verlaging. De grootste verlaging die van toepassing is voor het gedrag geldt dan, en ook de duur die bij die verlaging hoort.

2Wanneer sprake is van meerdere gedragingen die ertoe leiden dat één of meer verplichtingen niet worden nagekomen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig of - wanneer dat niet mogelijk is - na elkaar opgelegd.

3Wanneer u één verplichting uit dit hoofdstuk niet nakomt, wordt geen verlaging opgelegd als voor die schending een bestuurlijke boete wordt opgelegd.

4Wanneer sprake is van meerdere gedragingen die ertoe leiden dat één of meer verplichtingen niet worden nagekomen, waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd, tenzij dit gelet op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende niet verantwoord is.

8.2.14 Herhaling (recidive)

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

1De duur van de verlaging wordt verdubbeld wanneer de uitkering binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee de verlaging is opgelegd, opnieuw wordt verlaagd. De duur wordt ook verdubbeld wanneer wij de eerdere verlaging vanwege dringende redenen hebben vastgesteld op € 0,-.

2Een herhaalde verlaging op grond van artikel 8.2.6 kan maximaal drie maanden duren.

8.3 Terugvorderen uitkering

8.3.1 Terugvordering en incasso

[PW, IOAW, IOAZ, Bbz]

1Wij vorderen gemeentelijke uitkeringen terug in de gevallen die in de wet zijn beschreven en doen dat volgens de regels van de wet. Wij vorderen niet terug wanneer terugvordering voor u onaanvaardbare gevolgen heeft.

2Bij een klein bedrag (€ 50,-) kunnen wij besluiten dit niet terug te vorderen, wanneer dit ons te veel geld kost.

3Bij de incasso zorgen wij ervoor dat u een inkomen blijft houden dat past bij uw persoonlijke situatie. Dit inkomen is in ieder geval gelijk aan de beslagvrije voet.

4In beleidsregels wordt uitgewerkt hoe wij inhoud geven aan onze bevoegdheid om gemeentelijke uitkeringen terug te vorderen.8.4 Beëindigen en terugvorderen van voorziening

8.4. Beëindiging voorziening

8.4.1 Terugvordering voorziening

[Wmo, Jeugdwet, PW, Bbz, IOAW, IOAZ, Burgerlijk Wetboek, Gw]

Wij kunnen de voorziening of de waarde daarvan van u terugvorderen. Dat kan vanaf het moment waarop voldaan aan één of meer van de intrekkingsgronden genoemd in artikel 8.4.1.

8.5 Hoe controleren wij of de ondersteuning nog zinvol is?

8.5.1 Controle op ontwikkelingen

[Jeugdwet, Wib, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz]

1Wij controleren regelmatig of u recht hebt op ondersteuning en of u de juiste ondersteuning hebt aangevraagd of ontvangt. Wij vinden het belangrijk dat de ondersteuning nog zinvol en dus:

a.u de ondersteuning nog nodig heeft,

b.de doelen van de ondersteuning nog worden bereikt, en of

c.de ondersteuning op de juiste manier wordt gegeven.

2Wij kunnen dit op de volgende manieren controleren:

a.huisbezoeken: onze medewerkers gaan bij u langs en kijken in en om de woning. Wij kunnen een huisbezoek aankondigen, maar dat hoeft niet.

b.heimelijke waarnemingen: onze medewerkers verzamelen gegevens over u zonder dat u hierover vooraf bent geïnformeerd.

c.buurtonderzoek: wij ondervragen uw buren.

d.bestandsvergelijkingen: wij vergelijken uw gegevens met de gegevens die bekend zijn over u bij andere organisaties, zoals bij UWV, de Belastingdienst en andere gemeenten;

e.signalen en tips van organisaties of particulieren;

f.andere passende onderzoeksmethoden.

3Bij het toepassen van deze controlemiddelen kijken wij wat passend, proportioneel en noodzakelijk is in de situatie.

4Bij de controle van ondersteuning zorgen wij ervoor dat de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten worden nageleefd.

5Bij beëindiging van de ondersteuning op uw verzoek, onderzoeken wij wat de reden is van de beëindiging. Wij gaan ook na of de ondersteuning tot de einddatum terecht is verstrekt.

8.5.2 Voorkomen van fraude

[Jeugdwet, Wmo, Wib; PW, IOAW, IOAZ, Bbz ]

Wij streven ernaar om fraude te voorkomen (preventie). Daarom informeren wij u op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van onze ondersteuning.

8.5.3 Beleidsplan handhaving en beleidsverslag

[Jeugdwet, Wmo, Wib, PW, IOAW, IOAZ, Bbz ]

1De gemeenteraad stelt één keer per vier jaar een beleidsplan vast hoe wij fraudebestrijding aanpakken en ervoor zorgen dat u zich zo goed mogelijk aan de regels houdt.

2In het beleidsplan, bedoeld in het eerste lid, staat in ieder geval:

a.wat wij precies met fraudepreventie bedoelen;

b.wanneer en hoe wij u informeren over rechten en plichten (voorlichting);

c.welke onderzoeksmethoden wanneer kunnen worden ingezet; en

d.hoe wij samenwerken met andere organisaties om fraude tegen te gaan.

3Wij stellen na afloop van de periode waarvoor het beleidsplan handhaving is bedoeld, een beleidsverslag vast. Daarin beschrijven wij of de gestelde doelen voor dat jaar zijn behaald en de redenen waarom dat wel of niet is gebeurd.

8.5.4 Toezichthouders

[Jeugdwet, Wmo, Wib; PW, Bbz, IOAW, IOAZ, Awb]

1Wij kunnen één of meer ambtenaren aanwijzen die de taak hebben erop toe te zien dat de wetten en de bijbehorende regels worden nageleefd. Voor Wmo- hulp geldt dat wij verplicht zijn toezichthouders aan te wijzen.

2Toezicht en handhaving gericht op rechtmatigheid wordt verricht door de gemeentelijke Sociale Recherche. Wij treffen ertoe hiertoe een nadere regeling.

Hoofdstuk 9. Inspraak en inwonerparticipatie

9.2 Adviesraad Sociaal Domein

9.2.1 Inspraak bij aanbieders

[Jeugdwet, Wmo, PW, Wib, IOAW, IOAZ, Gw]

1Aanbieders zijn verplicht om inwoners die gebruik maken van hun diensten of producten, inspraak te geven over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn en daarover regels vast te stellen. Aanbieders zorgen ervoor dat deze regels onder de aandacht komen bij de gebruikers.

2Wij zien erop toe dat de aanbieder de regels over inspraak naleeft. Wij overleggen regelmatig met deze aanbieders over de dienstverlening en laten de klanttevredenheid onderzoeken.

Bijlage Tarieven persoonsgebonden budget dienstverlening Wmo en Jeugd 2025

In de tabel hieronder staan de tarieven op grond waarvan een pgb wordt berekend. Hierbij geldt dat het PGB niet hoger mag zijn dan de kostprijs van de voorziening in natura. Als de werkelijke kosten van de voorziening lager zijn dan dit tarief, kennen wij een pgb toe ter hoogte van de werkelijke kosten.

De hoogte van het PGB is gerelateerd aan het uurloon van de hoogste periodiek van de geldende collectieve arbeidsovereenkomst (Cao), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren.

Cliënten mogen hulp inkopen die duurder is dan onderstaande tarieven. In dat geval moeten ze zelf het verschil tussen het ingekochte tarief en het maximumtarief bijbetalen aan de SVB.

PGB--tarieven 2025 Wmo nieuwe cliënten

Niet professionele (informele) hulp Wmo

Dienstverlening

Tariefbepaling

2025

Huishoudelijke hulp

per uur

€ 20,99

Individuele begeleiding

per uur

€ 24,42

Persoonlijke verzorging

per uur

€ 24,42

Groepsbegeleiding

per dagdeel

€ 23,79

Kortdurend verblijf

per etmaal

€ 35,66

Voor de formele PGB-tarieven hanteren we steeds het gemiddeld uurloon van het geldend cao-loon als grondslag.

Professionele (formele) hulp Wmo

Dienstverlening

Tariefbepaling

2025

Huishoudelijke hulp

per uur

€ 29,00

Persoonlijke verzorging

per uur

€ 32,35

Individuele begeleiding

per uur

€ 43,99

Groepsbegeleiding

per dagdeel

€ 52,84

€ 58,27 met vervoer

Kortdurend verblijf

per etmaal

€ 120,07

PGB tarieven Jeugd nieuwe cliënten

Niet professionele (informele) jeugdhulp

Dienstverlening

Tariefbepaling

2025

Individuele begeleiding

Max per uur

€ 25,65

Persoonlijke verzorging

Max per uur

€ 25,65

Groepsbegeleiding

Per dagdeel

€ 25,65

Kortdurend verblijf (logeren)

Per dagdeel

€ 29,46

Professionele (formele) jeugdhulp

Dienstverlening

Tariefbepaling

2025

Individuele begeleiding

Max per uur

€ 84,54

Persoonlijke verzorging

Max per uur

€ 39,63

Groepsbegeleiding

Per dagdeel

€ 46,42

Kortdurend verblijf (logeren)

Per dagdeel

€ 185,78

Behandeling HBO opgeleid

Max per uur

€ 96,26

Behandeling VO opgeleid

Max per uur

€ 136,21

Professionele jeugdhulp door zzp-er

Dienstverlening

Tariefbepaling

2025

Individuele begeleiding

Max per uur

€ 71,86

Persoonlijke verzorging

Max per uur

€ 33,69

Groepsbegeleiding

Max per dagdeel

€ 39,46

Kortdurend verblijf

Max per dagdeel

€ 157,91

Behandeling HBO opgeleid

Max per uur

€ 81,82

Behandeling WO opgeleid

Max per uur

€ 115,78

Niet-professionele hulp (informele hulp)

Niet-professionele hulp (informele hulp)voor behandeling is niet mogelijk. Behandeling dient altijd te geschieden door een professionele hulpverlener met opleiding, ervaring en een SKJ of BIG-registratie.

ZZP-tarief

Het tarief voor formele hulp geleverd door een ZZP’er of een instelling met minder dan 5 personen is bepaald op 85% van het instellingstarief vanwege lagere overheadkosten. De instellingstarieven zijn vastgesteld op basis van de geldende tarieven voor hulp in natura Jeugdhulp 2025 Zuid-Limburg.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.