Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten

Wzd

Huidige tekst

Artikel 39 Wzd

Geldt sinds 6 november 2021

  1. 1

    De rechter beslist zo spoedig mogelijk op het verzoek tot het verlenen van een machtiging. Indien het verzoek betrekking heeft op een cliënt die reeds in een accommodatie verblijft, beslist de rechter in elk geval binnen drie weken na de datum van indiening van het verzoekschrift. Indien het verzoek een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling betreft, beslist de rechter binnen drie werkdagen, te rekenen vanaf de dag na die van het indienen van het verzoek door het CIZ.

  2. 2

    De beschikking vermeldt de gronden die hebben geleid tot het al dan niet afgeven van de machtiging.

  3. 3

    Indien de rechter redenen heeft om van het advies van het CIZ af te wijken, vermeldt hij deze redenen in de beschikking.

  4. 4

    De machtiging tot opname en verblijf heeft een geldigheidsduur van ten hoogste zes maanden en de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling heeft een geldigheidsduur van ten hoogste zes weken na dagtekening, onverminderd de artikelen 47 en 48.

  5. 5

    Indien een cliënt al op grond van een machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie verblijft, kan de rechter een eerstvolgende machtiging tot opname en verblijf verlenen met een geldigheidsduur van ten hoogste twee jaren ten aanzien van cliënten met een verstandelijke handicap en ten hoogste vijf jaren ten aanzien van cliënten met een psychogeriatrische aandoening. Daarop volgende machtigingen kunnen telkens opnieuw door de rechter verleend worden voor een periode van ten hoogste vijf jaren.

  6. 6

    In afwijking van het vijfde lid, kan de rechter voor een cliënt die al op grond van een machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie verblijft en waarvan kennelijk duidelijk is dat er geen wijziging zal optreden in de voldoening aan de criteria voor opname en verblijf als bedoeld in artikel 24, derde en vierde lid, een eerstvolgende machtiging verlenen voor een periode van ten hoogste vijf jaren.

  7. 7

    De machtiging kan niet meer ten uitvoer worden gelegd wanneer meer dan vier weken na haar dagtekening zijn verlopen.

  8. 8

    Tegen de beschikking op een verzoek tot het verlenen van een machtiging staat geen hoger beroep open.

  9. 9

    De beschikking van de rechter is bij voorraad uitvoerbaar.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:739Parket bij de Hoge Raad, 17 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Wzd. Besluit tot opname en verblijf (art. 21 Wzd). Verval van artikel 21-besluit (art. 22 lid 10 Wzd). Is een artikel 21-besluit een geldige titel tijdens (de voorbereiding van) een procedure voor…

  • ECLI:NL:PHR:2025:76Parket bij de Hoge Raad, 17 januari 2025 (personen- en familierecht)

    Wzd. Voorzetting inbewaringstelling. Overbruggingsmachtiging. Wzd-(crisis)beddenproblematiek. Art. 5 EVRM. Art. 20, art. 24, art. 37 Wzd. Art. 8:7 lid 2 in verbinding met art. 3:1 Wvggz.

  • ECLI:NL:PHR:2024:409Parket bij de Hoge Raad, 10 april 2024 (personen- en familierecht)

    Wet zorg en dwang. Opvolgende machtiging toegewezen na termijnoverschrijding van 34 dagen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:668Parket bij de Hoge Raad, 7 juli 2023 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Is de Algemene Termijnenwet (Atw) van toepassing op een verzoek en behandeling machtiging voortzetting crisismaatregel (art. 7:8 Wvggz); art. 2 Atw; art. 4 sub c Atw; art. 7:8 lid 3 Wvggz.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:27471Rechtbank Den Haag, 21 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Wzd; toewijzing eerste rechterlijke machtiging voor de duur van zes maanden, twee jaar verzocht

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:5928Rechtbank Gelderland, 20 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Art 39 lid 4 Wzd. Het CIZ verzoekt voor de beëindiging van de ISD-maatregel om een rechterlijke machtiging voor de duur van twaalf maanden. Betrokkene verblijft in de accommodatie op een andere…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:7912Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Afwijzing IBS - minder bezwarende alternatieven mogelijk doordat in de thuissituatie nog geen hulp is ingezet

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:7380Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Voorwaardelijke rechterlijke machtiging verleend voor de duur van drie weken. Restant aangehouden

102 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.