Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten

Wzd

Huidige tekst

Artikel 22 Wzd

Geldt sinds 6 november 2021

  1. 1

    Tot het indienen van een aanvraag tot een besluit tot opname en verblijf, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, zijn bevoegd: a.de echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel; b.de vertegenwoordiger; c.elke meerderjarige bloedverwant in de rechte lijn of de zijlijn tot en met de tweede graad en elke meerderjarige aanverwant tot en met de tweede graad; d.de zorgaanbieder die de cliënt zorg verleent, voor zover het een cliënt betreft die al in een accommodatie verblijft, of e.de Wzd-functionaris, voor zover het een cliënt betreft die al in een accommodatie verblijft dan wel voor wie een zorgplan is vastgesteld waarin onvrijwillige zorg wordt opgenomen.

  2. 2

    De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij het CIZ.

  3. 3

    Indien de aanvraag een cliënt betreft die al op grond van een besluit als bedoeld in artikel 21, eerste lid, in de accommodatie verblijft, wordt de aanvraag in de zevende week voor het einde van de geldigheidsduur van het lopende besluit gedaan.

  4. 4

    Het CIZ neemt het besluit tot opname en verblijf binnen 6 weken na de datum van de aanvraag.

  5. 5

    In het besluit tot opname en verblijf wordt de geldigheidsduur ervan vermeld, welke ten hoogste vijf jaren is.

  6. 6

    Het CIZ kan met betrekking tot de cliënt die al op grond van een besluit tot opname en verblijf in een accommodatie verblijft, telkens een nieuw besluit tot opname en verblijf nemen met een geldigheidsduur van ten hoogste vijf jaren.

  7. 7

    Voorafgaand aan de behandeling van een aanvraag als bedoeld in het eerste en derde lid, wordt aan de cliënt of zijn vertegenwoordiger mondeling en schriftelijk medegedeeld dat hij zich kan verzetten tegen opname en verblijf.

  8. 8

    Bij de behandeling van een aanvraag kan het CIZ gebruikmaken van de informatie die aan het CIZ is verstrekt voor de vaststelling van het recht op zorg, bedoeld in de artikelen 3.2.3 en 3.2.4 van de Wet langdurige zorg. Deze informatie kan bestaan uit bijzondere persoonsgegevens.

  9. 9

    Indien een cliënt die met toepassing van deze paragraaf is opgenomen in een accommodatie, zich verzet tegen het verblijf in die accommodatie, en dit verblijf niet in een andere door de cliënt of zijn vertegenwoordiger aangewezen accommodatie wil voortzetten, is artikel 24, eerste lid, van toepassing.

  10. 10

    Het besluit tot opname en verblijf vervalt vanaf het moment waarop: a.de aanspraak op opname en verblijf vervalt wegens het herzien of intrekken van het indicatiebesluit als bedoeld in de Wet langdurige zorg; b.de rechter een machtiging tot opname en verblijf heeft afgegeven of de burgemeester een last tot inbewaringstelling heeft afgegeven, of c.het CIZ op verzoek van de cliënt heeft vastgesteld dat deze zijn bereidheid tot opname heeft uitgesproken. Het CIZ doet hiervan mededeling aan de zorgaanbieder. Op verzoek van het CIZ verklaart de bij de zorg betrokken arts of de cliënt in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake.

  11. 11

    Indien het CIZ twijfelt of er sprake is van onvrijwilligheid, als bedoeld in artikel 24, tweede lid, meldt het dit aan de aanvrager, en vraagt hierover een beoordeling aan een bij regeling van Onze Minister aangewezen externe deskundige.

  12. 12

    Indien op grond van het tiende lid, geoordeeld wordt dat er sprake is van onvrijwilligheid, behandelt het CIZ de aanvraag vanaf dat moment als aanvraag als bedoeld in artikel 25.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:739Parket bij de Hoge Raad, 17 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Wzd. Besluit tot opname en verblijf (art. 21 Wzd). Verval van artikel 21-besluit (art. 22 lid 10 Wzd). Is een artikel 21-besluit een geldige titel tijdens (de voorbereiding van) een procedure voor…

  • ECLI:NL:PHR:2020:782Parket bij de Hoge Raad, 7 augustus 2020 (civiel recht)

    Wet zorg en dwang. Actualiteit zorgplan; nawerking voorgaande machtiging. Klacht dat ten onrechte vrijheidsbeneming niet bekort is met periode waarin betrokkene onrechtmatig van vrijheid is beroofd…

  • ECLI:NL:GHARL:2025:3014Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 mei 2025 (personen- en familierecht)

    Verzoek tot schadevergoeding als bedoeld in artikel 44 lid 2 Wet zorg en dwang (Wzd). De positie van het CIZ. Bestaan geldige titel. Hoogte schadevergoeding.

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:3668Rechtbank Den Haag, 29 februari 2024 (personen- en familierecht)

    Verzoekster stelt dat de zorgaanbieder de wet niet in acht heeft genomen, omdat verzoekster van 13 september 2023 tot 20 november 2023 zonder recht of titel in de zorginstelling heeft verbleven. De…

  • ECLI:NL:RBMNE:2022:933Rechtbank Midden-Nederland, 10 februari 2022 (personen- en familierecht)

    Wzd , RM , geringe overschrijding aanvraagtermijn geen reden voor niet-ontvankelijkheid

  • ECLI:NL:RBAMS:2020:4542Rechtbank Amsterdam, 26 augustus 2020 (civiel recht)

    De verzochte duur van de machtiging van vijf jaar beperken tot zes maanden nu er geen sprake is van een besluit tot opname en verblijf op grond waarvan betrokkene thans in de accommodatie verblijft.

  • ECLI:NL:RBZWB:2020:850Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 februari 2020 (personen- en familierecht)

    Rechterlijke machtiging (Wzd). De advocaat voert een formeel verweer en verzoekt het CIZ niet-ontvankelijk te verklaren, vanwege een termijnovertreding.

  • ECLI:NL:RBOBR:2020:544Rechtbank Oost-Brabant, 30 januari 2020 (personen- en familierecht)

    Wet zorg en dwang (Wzd). Machtiging tot opname en verblijf afgewezen. Op basis van de medische verklaring is er geen sprake van ernstig nadeel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.