Wet toezicht effectenverkeer 1995

Wte

Huidige tekst

Artikel 29 Wte

Geldt sinds 1 juli 2021

  1. 1

    Onze Minister kan bij: a.vervallen; b.vervallen; c.vervallen; d.vervallen; e.vervallen; f.vervallen; g.vervallen; h.vervallen; i.vervallen; j.vervallen; k.vervallen; l.vervallen; m.vervallen; n.vervallen. o. aanvragers van een ontheffing als bedoeld in artikel 25, eerste lid; p. vervallen; q. vervallen;

  2. 2

    Degene van wie de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, worden verlangd, verstrekt deze binnen de door Onze Minister te stellen termijn.

  3. 3

    Ten aanzien van de personen die door Onze Minister zijn belast met het inwinnen van inlichtingen of met de uitoefening van andere taken en bevoegdheden die Onze Minister heeft op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde, zijn de artikelen 5:12, 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien een onderzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid, wordt ingesteld, degene bij wie het onderzoek wordt ingesteld en die niet ingevolge deze wet onder toezicht staat, slechts is gehouden tot het verlenen van inzage in zakelijke gegevens en bescheiden.

  4. 4

    Onze Minister is bevoegd tot overeenkomstige toepassing van artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van de in het derde lid bedoelde personen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBHAA:2012:BW9858Rechtbank Haarlem, 30 mei 2012 (civiel recht)

    Vermogensbeheer; vergunningplicht; zorgplicht; Safe Haven; cessie; deskundigenbericht; tussenvonnis. Vervolg op Rb. Haarlem 28-09-2010, LJN: BO0550 In het tussenvonnis van 28 september 2010 heeft de…

  • ECLI:NL:CBB:2007:AZ9465College van Beroep voor het bedrijfsleven, 30 januari 2007 (bestuursrecht)

    Wet toezicht effectenverkeer 1995

  • ECLI:NL:RBROT:2006:AZ0060Rechtbank Rotterdam, 10 oktober 2006 (bestuursrecht)

    Boeteoplegging in verband met overtreding Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999; misleidende brochure; ontbreken cliëntenprofiel; ontvankelijkheid anoniem beroep; openbaarheid van…

  • ECLI:NL:RBROT:2006:AY9724Rechtbank Rotterdam, 29 september 2006 (bestuursrecht)

    Daghandelcentrum is in casu noch effectenremisier noch orderremisier en valt derhalve buiten het bereik van de artikelen 7 en 21 van de Wte 1995. Sprongberoep. Het beroep tegen de weigering…

  • ECLI:NL:RBROT:2005:AU4849Rechtbank Rotterdam, 11 oktober 2005 (bestuursrecht)

    Aanwijzing AFM. Timeshare-product is in casu een effect. Gelijkheidsbeginsel. Omvang geding.

  • ECLI:NL:RBROT:2005:AU1260Rechtbank Rotterdam, 8 augustus 2005 (bestuursrecht)

    Overleggen prospectus. Last onder dwangsom na onherroepelijke aanwijzing. Handhavingsplicht. Verjaring en procesbelang.

  • ECLI:NL:RBROT:2005:AU0343Rechtbank Rotterdam, 29 juli 2005 (bestuursrecht)

    Doorhaling cliëntenremisier (artikel 21 lid 5 Wet toezicht effectenverkeer 1995). Gezag van gewijsde van eerdere uitspraak tussen partijen. Nevendicta.

  • ECLI:NL:RBROT:2005:AT3564Rechtbank Rotterdam, 5 april 2005 (bestuursrecht)

    Omvang aanwijzingsbevoegdheid van de AFM. Beoordeling prospectus levert in casu geen besluit op.

16 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.