Wet toezicht effectenverkeer 1995

Wte

Huidige tekst

Artikel 48e Wte

Geldt sinds 1 januari 2002

Degene jegens wie door Onze Minister een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat hem wegens een overtreding een boete zal worden opgelegd, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2006:AZ0060Rechtbank Rotterdam, 10 oktober 2006 (bestuursrecht)

    Boeteoplegging in verband met overtreding Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999; misleidende brochure; ontbreken cliëntenprofiel; ontvankelijkheid anoniem beroep; openbaarheid van…

  • ECLI:NL:RBROT:2005:AU4623Rechtbank Rotterdam, 11 oktober 2005 (bestuursrecht)

    Beboeting door AFM aan bieder en doelvennootschap wegens meermaals overtreden artikel 9v Bte 1995. Na-aanmeldingstermijn. Matiging boeten wegens overschrijding redelijke termijn.

  • ECLI:NL:RBROT:2003:AH8853Rechtbank Rotterdam, 27 juni 2003 (bestuursrecht)

    Bij brief van 7 mei 2001 heeft verweerster eiseres bericht voornemens te zijn haar een boete op te leggen wegens overtreding van artikel 25 en artikel 32 van de NR 1999, omdat MeesPierson voor eigen…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.