Wet toezicht effectenverkeer 1995

Wte

Huidige tekst

Artikel 40 Wte

Geldt sinds 31 december 2006

  1. 1

    Taken en bevoegdheden die Onze Minister op grond van deze wet heeft, kunnen, met uitzondering van de taken en bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 8, 10, 18, 22, 25, 26, 26a, 27, 28a, vierde lid, 41, 42, 45, 46b, derde lid, onder c, en vijfde lid, 46d, 48a, 48b, derde lid, 48c, derde lid, en 48m, tweede lid, en met uitzondering van het verlenen van een vrijstelling als bedoeld in de artikelen 4, 5, 5a, 6c en 18b, bij algemene maatregel van bestuur worden overgedragen aan een of meer rechtspersonen. Alsdan gelden de verplichtingen op grond van deze wet jegens Onze Minister als verplichtingen jegens de desbetreffende rechtspersoon of rechtspersonen.

  2. 2

    Een overdracht als bedoeld in het eerste lid vindt slechts plaats indien de betrokken rechtspersoon aan de volgende vereisten voldoet: a.hij dient in staat te zijn de in het eerste lid bedoelde taken en bevoegdheden naar behoren te vervullen; b.de voorwaarden dienen aanwezig te zijn voor een zodanige besluitvorming binnen de rechtspersoon dat een onafhankelijke vervulling van de in het eerste lid bedoelde taken en bevoegdheden zoveel mogelijk is gewaarborgd; c.de statuten van de rechtspersoon dienen te bepalen dat de benoeming, de schorsing en het ontslag van de bestuurders van de rechtspersoon geschiedt door Onze Minister.

  3. 3

    Aan de overdracht, bedoeld in het eerste lid, kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.

  4. 4

    Onze Minister kan aan een rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid voorschriften geven ter uitvoering van richtlijnen inzake het effectenverkeer van de Raad van de Europese Unie dan wel van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie gezamenlijk.

  5. 5

    De rechtspersoon of rechtspersonen brengt onderscheidenlijk brengen eenmaal per jaar, uiterlijk op 1 mei, verslag uit aan Onze Minister over de uitoefening van de overgedragen taken en bevoegdheden in het voorgaande kalenderjaar. Dit verslag wordt door de zorg van Onze Minister openbaar gemaakt, met dien verstande dat gegevens met betrekking tot afzonderlijke ondernemingen en instellingen niet openbaar worden gemaakt zonder hun schriftelijke toestemming.

  6. 6

    Indien ingevolge het eerste lid taken en bevoegdheden zijn overgedragen aan een of meer rechtspersonen, kan of kunnen deze worden gehoord alvorens: a.een erkenning als bedoeld in artikel 22 wordt verleend of ingetrokken; b.voorschriften als bedoeld in de artikelen 24, tweede lid, en 27, tweede lid, worden gegeven; c.een ontheffing als bedoeld in artikel 25 wordt verleend of ingetrokken; d.een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 26a wordt verleend, gewijzigd of ingetrokken; e.een termijn als bedoeld in artikel 45, vierde lid, wordt bepaald.

  7. 7

    De rechtspersoon aan wie een advies als bedoeld in het zesde lid wordt gevraagd, is verplicht dit advies uit te brengen.

  8. 8

    De rechtspersoon of rechtspersonen verstrekt onderscheidenlijk verstrekken Onze Minister desgevraagd de inlichtingen die nodig zijn voor de beoordeling van de uitvoerbaarheid van voorgenomen wettelijke voorschriften en algemene beleidsvoornemens, voor zover deze betrekking hebben op het effectenverkeer.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2011:BP4023Parket bij de Hoge Raad, 8 april 2011 (civiel recht)

    Aansprakelijkheidsrecht. Is gefailleerde, beherend vennoot van commanditaire vennootschappen, waarin stille vennoten vermogen hebben ingebracht teneinde dit door deze beherend vennoot te laten…

  • ECLI:NL:PHR:2010:BN5665Parket bij de Hoge Raad, 22 oktober 2010 (civiel recht)

    Effectenrecht. Schade als gevolg van door Observer van de beurs niet doorgehaalde transacties, verricht op basis van een vergissing van aanbieder bij invoering van ‘future-spreads’ in elektronisch…

  • ECLI:NL:PHR:2006:AV0046Parket bij de Hoge Raad, 24 februari 2006 (civiel recht)

    Jaarrekeningenrecht. Kort geding, geschil tussen een vermogensbeheerder voor obligatiehouders en Ahold c.s. over het beschikbaar stellen van enkelvoudige jaarstukken, gevolgen van groepsvrijstelling…

  • ECLI:NL:PHR:2005:AU3713Parket bij de Hoge Raad, 23 december 2005 (civiel recht)

    Collectieve actie (art. 3:305a BW), gelijksoortigheid belangen; onrechtmatige daad, bijzondere zorgplicht van bank tegen opzichte van de beleggers die gelden hebben gestort op betaalrekening van…

  • ECLI:NL:CBB:2013:210College van Beroep voor het bedrijfsleven, 17 oktober 2013 (bestuursrecht)

    Financieel toezicht; heffingen voor doorlopend prudentieel toezicht 2005 en 2007; vervolg op CBb 18 juni 2008 (BD4847) geen aanleiding om van DNB nadere gegevens te verlangen; geen kosten ten…

  • ECLI:NL:CBB:2009:BK2641College van Beroep voor het bedrijfsleven, 6 november 2009 (europees bestuursrecht)

    Wet toezicht effectenverkeer 1995, Marktmanipulatie, Marktmisbruik, Koersmanipulatie, Interpretatie/ reikwijdte richtlijn, Bepaaldheidsgebod, Prejudiciële vraag, Op de zaak betrekking hebbende…

  • ECLI:NL:GHAMS:2008:BG9422Gerechtshof Amsterdam, 23 december 2008 (civiel recht)

    Stichting, door AFM ingeschreven als cliëntenremisier, trad op als beherend vennoot voor commanditaire vennootschappen met natuurlijke of rechtspersoon als stille vennoot. Geen bijzondere…

  • ECLI:NL:CBB:2008:BD4847College van Beroep voor het bedrijfsleven, 18 juni 2008 (bestuursrecht)

    Wet toezicht effectenverkeer 1995

58 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.