Wet personenvervoer 2000

Wp

Huidige tekst

Artikel 98 Wp

Geldt sinds 1 mei 2015

  1. 1

    Indien de reiziger handelt in strijd met de artikelen 70 tot en met 73 en de krachtens artikel 74 gestelde regels zijn de in de artikelen 87 en 89 bedoelde ambtenaren en personen bevoegd zijn vervoerbewijs in te trekken en hem zo nodig met behulp van de sterke arm het gebruik van het gehele openbaar vervoer te ontzeggen.

  2. 2

    Indien degene die zich bevindt in of in de onmiddellijke nabijheid van een station, halteplaats of een andere bij het openbaar vervoer behorende voorziening of daarbij behorende locatie als bedoeld in artikel 72, in strijd handelt met de artikelen 72, 73 of de krachtens artikel 74 gestelde regels, zijn de in artikel 89 bedoelde ambtenaren en personen bevoegd deze persoon zo nodig met behulp van de sterke arm de toegang tot een station, halteplaats of een andere bij het openbaar vervoer behorende voorziening of de daarbij behorende locatie als bedoeld in artikel 72, te ontzeggen.

  3. 3

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de duur van een ontzegging als bedoeld in het eerste lid of het tweede lid.

  4. 4

    Het is verboden in strijd te handelen met een op grond van het eerste lid of het tweede lid opgelegde ontzegging.

  5. 5

    De in de artikelen 87 en 89 bedoelde ambtenaren en personen zijn bevoegd bij vermoeden van een ten aanzien van handbagage gepleegde overtreding van het in artikel 72 bepaalde, zich in tegenwoordigheid van de reiziger van aard en inhoud daarvan te overtuigen en onbevoegd meegenomen handbagage uit de vervoermiddelen te weren of verwijderen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2008:BC2904Hoge Raad, 15 april 2008 (strafrecht)

    Bevel krachtens enig wettelijk voorschrift en ambtelijk bevel. Spoorwegwet 1875, ARV, WPV, BPV en art. 184 Sr. Verdachte heeft niet voldaan aan 2 aanwijzingen en een vordering van de Spoorwegpolitie…

  • ECLI:NL:HR:2006:AU8060Hoge Raad, 7 november 2006 (strafrecht)

    1. Verwijderingsbevel van station voor 14 dagen o.g.v. Algemeen Reglement Vervoer (ARV). 2. Krachtens wettelijk voorschrift met enige openbare dienst belast ex art. 184.2 Sr. Ad 1. Met de Wet…

  • ECLI:NL:RBGEL:2019:908Rechtbank Gelderland, 5 maart 2019 (strafrecht)

    Deels voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden voor vernieling, wederspannigheid, aanrandingen en diefstal met (bedreiging met) geweld

  • ECLI:NL:GHAMS:2014:5872Gerechtshof Amsterdam, 1 december 2014 (strafrecht)

    Art. 184 Sr, het niet opvolgen van een ambtelijk bevel door zich in tram 5 te begeven terwijl verdachte een tramverbod had. Bewijsoverweging met betrekking tot de vraag of bewezen kan worden dat de…

  • ECLI:NL:RBAMS:2011:BU7799Rechtbank Amsterdam, 8 november 2011 (strafrecht)

    Bevoegdheid tot het opleggen van een zgn. tramverbod voor langere duur; artikelen 72, 73, 74 en 98 Wet personenvervoer 2000; bevoegdheid aangenomen o.g.v. wetsgeschiedenis.

  • ECLI:NL:RBLEE:2005:AS4003Rechtbank Leeuwarden, 27 januari 2005 (strafrecht)

    Treinverbod, Wet Personenvervoer 2000, ambtelijk bevel, zwartrijden, veroordeling

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.