Wet personenvervoer 2000

Wp

Huidige tekst

Artikel 1 Wp

Geldt sinds 7 maart 2019

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: auto: personenauto op ten minste vier wielen, zoals nader omschreven bij ministeriële regeling, ingericht voor het vervoer van ten hoogste acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen; Autoriteit Consument en Markt: de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt; besloten busvervoer: personenvervoer per bus, niet zijnde openbaar vervoer; betaaldienst: betaaldienst in de zin van de Wet op het financieel toezicht; betaaldienstverlening in het openbaar vervoer: samenstel van betaaldiensten en andere diensten dat de betaalwijzen ondersteunt; betaalwijze: elke manier om te kunnen voldoen aan de betalingsverplichting voor het openbaar vervoer; bus: motorrijtuig, al dan niet voorzien van een aanhangwagen, ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen; communautaire vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 4 van verordening 1073/2009/EG; concessie: recht om met uitsluiting van anderen openbaar vervoer te verrichten in een bepaald gebied gedurende een bepaald tijdvak; concessiehouder: vergunninghoudende vervoerder aan wie een concessie is verleend; concessieverlener: het tot verlening van een concessie bevoegde gezag, bedoeld in artikel 20; dienstregeling: voor een ieder kenbaar schema van reismogelijkheden waarin zijn aangeduid de halteplaatsen waartussen en de tijdstippen waarop openbaar vervoer wordt verricht, zo nodig onder de vermelding of de halteplaatsen of de tijdstippen door de reiziger kunnen worden beïnvloed; doorgaand ticket: doorgaand ticket als bedoeld in artikel 3, onderdeel 35, van richtlijn 2012/34 /EU; elektronisch vervoerbewijs: bewijs dat toegang geeft tot en voorziet in betaling voor het gebruik van openbaar vervoer door elektronische registratie van de reis of een deel daarvan; hogesnelheidspassagiersvervoer: hogesnelheidspassagiersvervoer als bedoeld in artikel 3, onderdeel 36, van richtlijn 2012/34 /EU; internationale passagiersvervoerdienst: een passagiervervoerdienst als bedoeld in artikel 3, onderdeel 5, van richtlijn 2012/34/EU; Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu; openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling met een auto, bus, trein, metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig; richtlijn 2012/34/EU: richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte (PbEU 2012, L 343/32); taxivervoer: personenvervoer per auto tegen betaling, niet zijnde openbaar vervoer; verordening (EU) nr. 181/2011: verordening (EU) nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PbEU 2011, L 55); verordening 1071/2009/EG: verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad (PbEU L 300); verordening 1073/2009/EG: verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2009 (PbEU L 300); verordening (EG) 1370/2007: verordening nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1191/69 van de Raad en Verordening (EEG) nr. 1107/70 van de Raad (PbEU 2007, L 315); verordening 1371/2007/EG: verordening nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (PbEU L 315); vervoerder: degene die openbaar vervoer of besloten busvervoer verricht, niet in de hoedanigheid van bestuurder van een auto, bus, trein, metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig; vervoersmanager: vervoersmanager als bedoeld in artikel 2 van verordening 1071/2009/EG.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2019:782Hoge Raad, 4 juni 2019 (strafrecht)

    Economische zaak. Illegaal taxivervoer, art. 76.1 Wet personenvervoer 2000. Is sprake van het verrichten van taxivervoer a.b.i. art. 76.1 Wp 2000 indien daadwerkelijke betaling achterwege is…

  • ECLI:NL:PHR:2019:167Parket bij de Hoge Raad, 9 april 2019 (strafrecht)

    CAG over uitleg begrip taxivervoer zonder vergunning, gelet op art. 1 Wet Personenvervoer 2000. Is voor strafbaarheid vereist dat de passagier daadwerkelijk de ritprijs heeft betaald?

  • ECLI:NL:PHR:2012:BV7047Parket bij de Hoge Raad, 3 april 2012 (strafrecht)

    OM-cassatie. Artt. 70 en 102 Wet Personenvervoer 2000 en art. 48 Besluit Personenvervoer 2000. ’s Hofs oordeel dat uit art. 48 Besluit volgt dat het OM n-o is in de vervolging als uit het…

  • ECLI:NL:PHR:2011:BN8042Parket bij de Hoge Raad, 25 februari 2011 (belastingrecht)

    Art. 16, leden 1 en 5, Wet BPM; art. 1, aanhef en letter j, en art. 2, lid 3, Wet personenvervoer 2000. Vakantierit met betalende familieleden. Het gebruik van een taxi-auto voor vervoer van personen…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:23773Rechtbank Den Haag, 27 november 2025 (bestuursrecht)

    Beroep. Eiser heeft beroep ingesteld tegen de verlening van een subsidie aan eiser op grond van de Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij bedrijven (SPRILA). De aanvraag ziet op…

  • ECLI:NL:RBNNE:2023:3447Rechtbank Noord-Nederland, 11 augustus 2023 (bestuursrecht)

    Beroep tegen de oplegging van een last onder dwangsom vanwege overtreding van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19. Ten tijde van de oplegging van de last onder dwangsom (primair besluit) was…

  • ECLI:NL:CBB:2022:811College van Beroep voor het bedrijfsleven, 20 december 2022 (bestuursrecht)

    Westpoortbus; ontheffing voor het verlenen van openbaar busvervoer op grond van artikel 29 Wet personenvervoer 2000; uitleg begrip concessiehouder; geen algeheel verbod voor een interne exploitant en…

  • ECLI:NL:GHSHE:2022:717Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23 februari 2022 (strafrecht)

    Verrichten van taxivervoer zonder vergunning. Schending redelijke termijn. Hof veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 1.500 waarvan € 1.000 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

32 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.