Wet op het primair onderwijs

WPO

Huidige tekst

Artikel 4 WPO

Geldt sinds 1 oktober 2021

Kosten van leerlingenvervoer 1 Ten behoeve van het schoolbezoek verstrekt het college van burgemeester en wethouders aan ouders van in de gemeente verblijvende leerlingen op aanvraag vergoeding van de door het college van burgemeester en wethouders noodzakelijk te achten vervoerskosten. De gemeenteraad stelt daartoe een nadere regeling vast, met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden. 2 De regeling maakt geen onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs. 3 De regeling eerbiedigt de op godsdienst of levensbeschouwing van de ouders berustende keuze van een school. 4 De regeling houdt rekening met de van ouders redelijkerwijs te vergen inzet en voorziet erin dat het vervoer kan plaatsvinden op een wijze die voor de leerling passend is. De regeling bepaalt op welke wijze het college van burgemeester en wethouders terzake advies van deskundigen inwint. 5 De regeling bepaalt dat de kosten worden vergoed van vervoer over de afstand tussen de woning van de leerling en a. de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke basisschool of, indien een leerling op het onderwijs van een speciale school voor basisonderwijs is aangewezen, de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs, b. een andere basisschool of speciale school voor basisonderwijs, indien het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de basisschool onderscheidenlijk speciale school voor basisonderwijs, bedoeld onder a, en de ouders met het vervoer naar die andere school instemmen, c. de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is, indien de ouders met het vervoer naar die speciale school voor basisonderwijs instemmen, of d. een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder c bedoelde samenwerkingsverband, indien het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs, bedoeld onder c, en de ouders met het vervoer naar die andere school instemmen. 6 Bij de toepassing van het vijfde lid worden de afstanden gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg en wordt de keuze van de ouders, bedoeld in het derde lid, in acht genomen. 7 De regeling kan ten aanzien van ouders wier inkomen tezamen meer bedraagt dan € 17 700 bepalen dat slechts vergoeding wordt verstrekt voor zover de kosten van vervoer de kosten van het openbaar vervoer over de door de gemeenteraad op grond van het achtste lid vastgestelde afstand te boven gaan, welke afstand ten hoogste 6 kilometer bedraagt. Bij de berekening van het inkomen wordt uitgegaan van het inkomen in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het schooljaar waarvoor vergoeding wordt gevraagd, begint. De kosten van het openbaar vervoer, bedoeld in de eerste volzin, betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van de zone-indeling in de regeling die is gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000, voor de afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Ingeval toepassing wordt gegeven aan het tiende lid voorziet de regeling in een overeenkomstig de derde volzin berekende financiële bijdrage van de ouders. Het bedrag, bedoeld in de eerste volzin, wordt met ingang van 1 januari 1999 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar, en afgerond op een veelvoud van € 450. Het aangepaste bedrag treedt in de plaats van het in de eerste volzin bedoelde bedrag. 8 De regeling kan bepalen dat geen aanspraak op vergoeding bestaat op grond van de afstand tussen de voor de leerling toegankelijke school en de woning van de leerling, gemeten langs de kortste, voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg. 9 De regeling kan bepalen dat voor een leerling die ouder is dan een bepaalde leeftijd, de aanspraak op vergoeding wordt beperkt tot de kosten van openbaar vervoer, dan wel, indien zulks in redelijkheid kan worden verlangd, een goedkopere wijze van vervoer. In dat geval dient de regeling erin te voorzien, dat uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde in het vierde lid voor die leerlingen voor wie openbaar vervoer ontbreekt en de in de vorige volzin bedoelde goedkopere wijze van vervoer in redelijkheid niet kan worden verlangd. 10 De regeling kan bepalen dat de gemeente, in plaats van vergoeding in geld te geven, het vervoer verzorgt of doet verzorgen. 11 De regeling kan voor leerlingen voor wie de afstand bedoeld in het vijfde lid, meer bedraagt dan 20 kilometer, bepalen dat de hoogte van de vergoeding afhankelijk is van de financiële draagkracht van de ouders, of dat het vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen geschiedt tegen een van de financiële draagkracht van de ouders afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer van de desbetreffende leerling. In dat geval bevat de regeling tevens voorschriften omtrent de bepaling van de financiële draagkracht van de ouders. De eerste volzin is niet van toepassing voor een leerling van een speciale school voor basisonderwijs voor wie geldt dat de afstand tot de dichtstbijzijnde openbare of bijzondere speciale school voor basisonderwijs meer dan 20 kilometer bedraagt. 12 De regeling kan bepalen dat het college van burgemeester en wethouders in bijzondere gevallen de bevoegdheid heeft ten gunste van de ouders van de inhoud van de regeling af te wijken. 13 Het zevende tot en met negende lid en het elfde lid zijn niet van toepassing op leerlingen die wegens hun lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan wel vanwege een zodanige handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2014:3122Hoge Raad, 7 november 2014 (belastingrecht)

    Omzetbelasting; art. 2 en 9 BTW-richtlijn 2006; art. 4 en 7 Wet OB; economische activiteit; houdt de door ouders betaalde bijdrage rechtstreeks verband met het door de gemeente verrichte…

  • ECLI:NL:RBZWB:2022:3046Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 3 juni 2022 (bestuursrecht)

    Toekennen bekostiging van leerlingenvervoer op basis van openbaar vervoer met aftrek van een eigen bijdrage

  • ECLI:NL:RVS:2021:1891Raad van State, 25 augustus 2021 (bestuursrecht)

    Bij onderscheiden besluiten van 18 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar de aanvragen van [appellante] om leerlingenvervoer voor haar [kinderen] van en naar de…

  • ECLI:NL:RBMNE:2020:4440Rechtbank Midden-Nederland, 16 oktober 2020 (bestuursrecht)

    Aanvraag kostenvergoeding leerlingenvervoer. Dichtstbijzijnde school is toegankelijk. Valt binnen kilometergrens van 6 km vanaf huis. Hardheidsclausule niet hoeven toepassen. Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBLIM:2020:6774Rechtbank Limburg, 9 september 2020 (bestuursrecht)

    Eiseres en haar zoon wonen in [woonplaats], gemeente Roermond. Eiseres vraagt voor haar zoon aangepast leerlingenvervoer aan van hun woonadres naar SBO [naam SBO 1] in Echt voor het schooljaar…

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:6862Rechtbank Den Haag, 11 juli 2019 (civiel recht)

    Eiseres vordert dat de publicatie van een rapport van de onderwijsinspectie over de Algemene Hindoe basisschool wordt verboden. Volgens eiseres is het rapport op verschillende punten eenzijdig…

  • ECLI:NL:RVS:2018:1095Raad van State, 4 april 2018 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 7 april 2017 heeft het college een aanvraag van [appellante] om leerlingenvervoer in de vorm van aangepast vervoer ten behoeve van haar zoon [naam zoon] van en naar de Belle van…

  • ECLI:NL:RBROT:2017:5290Rechtbank Rotterdam, 12 juli 2017 (bestuursrecht)

    Leerlingenvervoer. Vergoeding toegekend voor openbaar vervoer met begeleiding. Verweerder heeft onvoldoende onderzoek verricht naar de vraag of de leerling gelet op zijn verstandelijke handicap in…

50 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.