Wet op het primair onderwijs

WPO

Huidige tekst

Artikel 157 WPO

Geldt sinds 1 augustus 2023

Beëindiging bekostiging/opheffing 1 Indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, kan Onze Minister besluiten dat met ingang van een in dat besluit bepaalde datum een openbare school wordt opgeheven en de bekostiging van een bijzondere school wordt beëindigd. 2 Alvorens Onze Minister toepassing geeft aan het eerste lid: a.heeft de inspectie een onderzoek als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht verricht en heeft de inspectie Onze Minister meegedeeld dat het bevoegd gezag naar aanleiding van dit onderzoek niet bereid is afspraken te maken over verbeteringen dan wel dat uit het onderzoek naar de verbeteringen, bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht blijkt dat sprake is van onvoldoende verbeteringen; b.heeft de inspectie daarover een inspectierapport als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet op het onderwijstoezicht uitgebracht; en c.stelt Onze Minister het bevoegd gezag vervolgens vier weken in de gelegenheid zijn zienswijze met betrekking tot de voorgenomen opheffing of de voorgenomen beëindiging van de bekostiging naar voren te brengen. 3 Op een basisschool die minder dan 2 jaar wordt bekostigd en waarvan de kwaliteit van het onderwijs in deze periode zeer zwak is als bedoeld in artikel 10a, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing, indien het bevoegd gezag: a.tekortschiet in de naleving van drie of meer bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften, en dientengevolge b. tekortschiet in het zorgdragen voor de veiligheid op de school als bedoeld in artikel 4c, of in het zodanig inrichten van het onderwijs dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen dan wel in het afstemmen van het onderwijs op de voortgang in de ontwikkeling van leerlingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid. 4 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien uit een inspectierapport als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet op het onderwijstoezicht blijkt dat een bevoegd gezag niet of niet volledig heeft voldaan aan een aanwijzing wegens wanbeheer als bedoeld in artikel 153, tweede lid, onderdeel f of g, en dat het wanbeheer niet is beëindigd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2016:6591Rechtbank Amsterdam, 12 oktober 2016 (civiel recht)

    Kort geding: eiseres niet-ontvankelijk; bestuursrechter bevoegd. De gemeenteraad heeft na de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 14 juli 2016 opnieuw beslist op de…

  • ECLI:NL:RVS:2004:AQ6017Raad van State, 29 juli 2004 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 27 april 2004 heeft verweerder de bekostiging van de door verzoekster in stand gehouden basisschool Rehoboth te Hemrik (hierna: de basisschool) met ingang van 1 augustus 2004…

  • ECLI:NL:RVS:2004:AP0366Raad van State, 2 juni 2004 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 28 april 2003 heeft verweerder meegedeeld dat de openbare basisschool "Bello" te Alkmaar op 1 augustus 2003 dient te worden opgeheven.

  • ECLI:NL:RVS:2004:AP0396Raad van State, 2 juni 2004 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 28 april 2003 heeft verweerder meegedeeld dat de openbare basisschool "Bello" te Alkmaar op 1 augustus 2003 dient te worden opgeheven.

  • ECLI:NL:RVS:2003:AI0537Raad van State, 25 juli 2003 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 23 april 2003 heeft verweerder, krachtens artikel 160, derde lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO) aan verzoekster medegedeeld dat de openbare basisschool Het Kompas te Ter…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.