Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994

MRB

Huidige tekst

Artikel 84a MRB

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Voor de toepassing van dit hoofdstuk is in afwijking van artikel 10 het tijdvak een kalenderjaar.

  2. 2

    Op verzoek bedraagt het toe te passen tarief over het tijdvak het bedrag aan belasting, genoemd in de artikelen 23, 24, 24a, 24b, 25, 25a of 25c, zoals deze artikelen luidden op 31 december voorafgaand aan het tijdvak. Het ingevolge de eerste volzin bepaalde bedrag aan belasting bedraagt, met inbegrip van de provinciale opcenten, bedoeld in artikel 222 van de Provinciewet, ten hoogste € 158,00.

  3. 3

    Het tarief, bedoeld in het tweede lid, kan uitsluitend worden toegepast indien: a.het motorrijtuig vóór 1 januari 1988 voor het eerst in gebruik is genomen, maar het tijdstip van eerste ingebruikneming nog geen 40 jaar geleden is; b.het motorrijtuig, indien het een personenauto of bestelauto betreft, is bestemd om te worden aangedreven door een kracht die uitsluitend wordt ontleend aan benzine als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel c; c.met het motorrijtuig geen gebruik van de weg wordt gemaakt in de maanden januari, februari en december van hetzelfde tijdvak, met uitzondering van de dag waarop het motorrijtuig aan een keuring wordt onderworpen ter zake van de afgifte van een keuringsbewijs als bedoeld in artikel 72 van de Wegenverkeerswet 1994; d.het motorrijtuig, indien het een vrachtauto of autobus betreft, niet bedrijfsmatig wordt gebruikt; en e.het bedrag aan belasting, bedoeld in het tweede lid, is betaald bij de aanvang van het tijdvak.

  4. 4

    Het verzoek, bedoeld in het tweede lid, wordt aangemerkt als het doen van een aanvullende aangifte.

  5. 5

    De betaling van het over het tijdvak verschuldigde bedrag aan belasting wordt, onder vermelding van het betalingskenmerk als aangegeven door de inspecteur, voor de toepassing van dit hoofdstuk aangemerkt als het verzoek, bedoeld in het tweede lid.

  6. 6

    Voor een motorrijtuig waarvoor in de loop van het tijdvak een kenteken is opgegeven, vangt, voor de toepassing van dit hoofdstuk, het tijdvak aan met ingang van de dag van dagtekening van de eerste tenaamstelling van dat motorrijtuig en vervolgens telkenmale met ingang van 1 januari.

  7. 7

    Bij wijziging van de tenaamstelling van het motorrijtuig in de loop van het tijdvak wordt de belasting door degene op wiens naam het motorrijtuig wordt gesteld, verschuldigd met ingang van het eerstvolgende tijdvak. De eerste volzin is niet van toepassing indien degene op wiens naam het motorrijtuig wordt gesteld niet of niet langer voldoet aan de bij of krachtens dit artikel gestelde voorwaarden.

  8. 8

    Indien niet of niet langer wordt voldaan aan de bij of krachtens dit artikel gestelde voorwaarden wordt dit aangemerkt als een verandering aan het motorrijtuig en doet de houder een aanvullende aangifte uiterlijk op de dag voorafgaand aan de dag dat niet of niet langer aan de voorwaarden wordt voldaan. De aanvullende aangifte geldt: a.indien deze wordt gedaan door degene die bij aanvang van het tijdvak het motorrijtuig houdt, voor het lopende tijdvak; b.indien deze wordt gedaan door een andere houder dan als bedoeld in onderdeel a, voor de tijdvakken die aanvangen na het lopende tijdvak dat is bepaald zonder toepassing van dit hoofdstuk.

  9. 9

    Bij constatering van het feit dat met betrekking tot een motorrijtuig waarvoor de belasting is betaald op de voet van dit artikel, niet wordt voldaan aan de bij of krachtens dit artikel gestelde voorwaarden, kan de belasting die zonder toepassing van dit artikel over het gehele kalenderjaar verschuldigd zou zijn geweest, worden nageheven met overeenkomstige toepassing van artikel 76. Artikel 67c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van toepassing.

  10. 10

    Voor de toepassing van dit hoofdstuk blijven de artikelen 11, 12, 13, 15, derde lid, 17, vierde lid, 18, 19, 20, 21, 27, 30, 33, tweede, derde en vierde lid, en 36 buiten toepassing.

  11. 11

    Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit hoofdstuk.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:5516Rechtbank Noord-Holland, 11 mei 2026 (belastingrecht)

    Belanghebbende is in bezwaar terecht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij de rekening mrb niet heeft betaald. De rechtbank komt daarom niet toe aan de behandeling van de inhoudelijke…

  • ECLI:NL:GHSHE:2021:1364Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 6 mei 2021 (belastingrecht)

    Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994. Artikel 84a, overgangsregeling voor oldtimers. Verzoek gedaan?

  • ECLI:NL:RBZWB:2020:1633Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 maart 2020 (belastingrecht)

    Als gevolg van maatregelen rondom het Corona-virus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting maar is deze uitspraak gepubliceerd.

  • ECLI:NL:GHAMS:2018:1595Gerechtshof Amsterdam, 8 mei 2018 (belastingrecht)

    'Oldtimerregeling-zaak'. De inspecteur erkent dat de hoorplicht is geschonden. Het Hof komt echter tot de conclusie dat belanghebbende daardoor niet is benadeeld. Verder verwerpt het Hof de grief van…

  • ECLI:NL:GHDHA:2018:643Gerechtshof Den Haag, 9 februari 2018 (belastingrecht)

    Overgangsregeling oldtimers (MRB). Het bedrag van € 122 (2016) moet tijdig zijn betaald. In deze zaak is het bedrag te laat betaald. Bezwaar is gericht tegen voldoening reguliere MRB, echter ook te…

  • ECLI:NL:GHSHE:2017:1933Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 4 mei 2017 (belastingrecht)

    Belanghebbende is houder van een viertal personenauto’s. Aan hem zijn ter zake van die auto’s vrijstellingsbeschikkingen “Motorrijtuigenbelasting Vrijstelling 25 jaar en ouder” verzonden. Tot en met…

  • ECLI:NL:GHAMS:2016:5170Gerechtshof Amsterdam, 29 november 2016 (belastingrecht)

    Geen schending hoorplicht. Geen recht op dwangsom. Grieven die belanghebbende aanvoert tegen de voorwaarden van de overgangsregeling van artikel 84a en 84b Wet MRB (‘nieuwe oldtimerregeling’) slagen…

  • ECLI:NL:RBNNE:2016:4589Rechtbank Noord-Nederland, 18 oktober 2016 (belastingrecht)

    Eiser gaat, ten onrechte, uit van informatie die hij via de belastingtelefoon heeft gekregen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt. Aan het dispositievereiste wordt voldaan.

10 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.