Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994

MRB

Huidige tekst

Artikel 7 MRB

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    Een motorrijtuig wordt gehouden door degene: a.op wiens naam het motorrijtuig is gesteld in het kentekenregister; b.die het motorrijtuig waarvoor geen kenteken is opgegeven, feitelijk ter beschikking heeft; c.die een in het buitenland geregistreerd motorrijtuig in Nederland feitelijk ter beschikking heeft.

  2. 2

    Als motorrijtuig waarvoor geen kenteken is opgegeven wordt niet aangemerkt een motorrijtuig waarvoor ingevolge artikel 37 van de Wegenverkeerswet 1994 het voorzien zijn van een kenteken ter zake van het gebruik van de weg niet is voorgeschreven. De eerste volzin is niet van toepassing met betrekking tot artikel 37, eerste lid, onderdeel c, van de Wegenverkeerswet 1994, behoudens voorzover bij ministeriële regeling anders wordt bepaald.

  3. 3

    Een houder als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel c, niet zijnde een lichaam, wordt, behoudens tegenbewijs, geacht in Nederland zijn hoofdverblijf te hebben indien hij in Nederland: a.als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen, genoemd in artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen; of b.niet als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen, genoemd in artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen, maar verplicht is tot het doen van aangifte van verblijf en adres ingevolge artikel 2.38 van die wet.

  4. 4

    Een houder als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, zijnde een onderneming of rechtspersoon, wordt, behoudens tegenbewijs, geacht in Nederland te zijn gevestigd indien hij in Nederland is ingeschreven in het handelsregister, genoemd in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Handelsregisterwet 2007.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2016:2032Hoge Raad, 9 september 2016 (belastingrecht)

    HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

  • ECLI:NL:HR:2014:2148Hoge Raad, 8 augustus 2014 (belastingrecht)

    Motorrijtuigenbelasting. Art. 35, leden 1 en 2, Wet MRB. Tweede naheffingsaanslag berekend over dezelfde periode op grond van ander geconstateerd gebruik van de weg tijdens schorsing, terwijl dit…

  • ECLI:NL:HR:2014:825Hoge Raad, 4 april 2014 (belastingrecht)

    HR: 81.1 RO.

  • ECLI:NL:HR:2014:691Hoge Raad, 28 maart 2014 (belastingrecht)

    Motorrijtuigenbelasting. Art. 35 en 37 Wet MRB 1994. Art. 67c AWR. Gebruik van de weg met een auto waarvan het kentekenbewijs is geschorst. Geen verboden dubbele bestraffing indien de bestuurder van…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:5154Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 juli 2026 (belastingrecht)

    MRB. Naheffing motorrijtuig met buitenlands kenteken. Verzuimboete.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:5804Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 juni 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Individuele inkomenstoeslag, beroep gegrond, intermediaire kosten

  • ECLI:NL:GHARL:2023:4900Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 juni 2023 (belastingrecht)

    MRB. Gebruik van de weg met een in het buitenland geregistreerd motorrijtuig. Verzuimboete.

  • ECLI:NL:GHDHA:2022:1474Gerechtshof Den Haag, 14 juli 2022 (belastingrecht)

    Naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting terecht en tot het juiste bedrag opgelegd. Matiging verzuimboete in verband met financiële omstandigheden van belanghebbende. PKV.

25 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.