Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994

MRB

Huidige tekst

Artikel 24a MRB

Geldt sinds 1 juli 2026

  1. 1

    In afwijking van het bij artikel 24, eerste lid, van overeenkomstige toepassing verklaarde artikel 23, eerste tot en met derde lid, bedraagt onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen de belasting voor een bestelauto die is ingericht en wordt gebruikt voor het vervoer van een gehandicapte persoon in de cabine en voor het gelijktijdige vervoer van een niet-opvouwbare rolstoel ten behoeve van die persoon, op verzoek: bij een massa rijklaar in kilogrammen van over een tijdvak van drie maanden vermeerderd met per 100 kg massa rijklaar boven 600 of minder € 13,11 700 tot en met 1.100 € 22,45 € 6,58 700 kg 1.200 tot en met 2.100 € 55,39 € 7,04 1.200 kg 2.200 tot en met 2.800 € 126,35 € 7,60 2.200 kg 2.900 en meer € 176,55 € 1,75 2.900 kg 2 Het eerste lid is eveneens van toepassing, indien de laadruimte van de bestelauto, in afwijking van artikel 3, eerste lid, ten gevolge van aanpassing van de bestelauto in verband met de handicap van de in het eerste lid bedoelde persoon, niet langer van de bestuurdersplaats onderscheidenlijk de cabine is afgescheiden of niet in haar geheel is voorzien van een vlakke laadvloer. 3 Indien de belasting voor een bestelauto wordt geheven van een ander dan de gehandicapte, is het eerste lid slechts van toepassing indien het verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt gedaan door die ander en de gehandicapte gezamenlijk. 4 Bij een verandering, anders dan aan de bestelauto, waardoor de belasting voor een bestelauto hoger of lager wordt, wordt een aanvullende aangifte gedaan. De constatering van het feit dat voor een bestelauto de aanvullende aangifte niet is gedaan, wordt gelijkgesteld met een dergelijke aangifte. De aanvullende aangifte geldt voor de tijdvakken die aanvangen na het lopende tijdvak. 5 In geval de belasting uitsluitend hoger wordt ten gevolge van het overlijden van de gehandicapte, geldt in afwijking van het vierde lid de aanvullende aangifte voor de tijdvakken die aanvangen na het vierde tijdvak volgend op het lopende tijdvak, indien: a.de bestelauto op naam wordt gesteld van een inwonend gezinslid van het gezin waartoe de gehandicapte behoorde en op naam blijft staan van deze persoon, dan wel, indien de gehandicapte niet de houder was, de bestelauto op naam blijft gesteld van de in het derde lid bedoelde andere persoon; en b.de bestelauto uitsluitend gebruikt blijft worden voor het persoonlijk gebruik van degene op wiens naam deze bestelauto is gesteld, gebruik door inwonende gezinsleden daaronder begrepen. 6 Bij constatering van het feit dat voor een motorrijtuig geen aanvullende aangifte is gedaan in verband met een verandering, anders dan aan het motorrijtuig, waardoor de belasting hoger wordt, kan ter zake van die verandering te weinig geheven belasting worden nageheven. Artikel 33, tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. 7 De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. 8 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2025:246Hoge Raad, 14 februari 2025 (belastingrecht)

    HR: 81.1 RO.

  • ECLI:NL:GHAMS:2023:2764Gerechtshof Amsterdam, 24 oktober 2023 (belastingrecht)

    Art. 24 lid 1 Wet MRB; art. 4a lid 1 UR MRB. Een noodzakelijk hulpmiddel als bedoeld in art. 4a lid 1 UR, niet zijnde een niet-opvouwbare rolstoel in de strikte zin van het woord, kan hooguit een…

  • ECLI:NL:RBNHO:2022:9051Rechtbank Noord-Holland, 30 september 2022 (belastingrecht)

    Het verzoek om toepassing van het lage bestelautotarief is terecht afgewezen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel, evenredigheidsbeginsel, motiveringsbeginsel en de hardheidsclausule kan niet…

  • ECLI:NL:RBZWB:2022:5476Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 september 2022 (belastingrecht)

    Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.

  • ECLI:NL:RBNHO:2022:3171Rechtbank Noord-Holland, 23 maart 2022 (belastingrecht)

    Naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting. Artikel 4:84 van de Awb. Verweerder had het kennelijk beoogd belang van doelmatigheid en uitvoerbaarheid uit het Kaderbesluit motorrijtuigenbelasting om met…

  • ECLI:NL:GHDHA:2019:3783Gerechtshof Den Haag, 12 november 2019 (belastingrecht)

    Belanghebbende heeft verzocht om toepassing van het lage tarief voor gehandicapten voor een door hem gebruikte bestelauto. Dit verzoek is door de Inspecteur afgewezen. Het hof beslist, net als de…

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:4057Rechtbank Den Haag, 23 april 2019 (belastingrecht)

    Eiser heeft ter zake van het houden van een bestelauto geen recht op toepassing van het lage tarief aan motorrijtuigenbelasting. Hij maakt niet aannemelijk dat hij voldoet aan de voorwaarden van…

  • ECLI:NL:GHARL:2018:9736Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 7 november 2018 (belastingrecht)

    Verlaagd MRB-tarief niet van toepassing voor belastingplichtige met handicap die niet voor het vervoer van een rolstoel is aangewezen op een bestelauto. Beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt.

14 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.