Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994

MRB

Huidige tekst

Artikel 22 MRB

Geldt sinds 1 juli 2026

  1. 1

    Voor de toepassing van de tariefbepalingen wordt: a.uitgegaan van het motorrijtuig zoals het is ingericht bij de aanvang van het tijdvak; b.1°. de massa rijklaar van het motorrijtuig afgerond tot het naaste honderdtal kilogrammen, met dien verstande dat 50 kg naar beneden wordt afgerond; 2°. de toegestane maximum massa van het motorrijtuig afgerond tot het naaste duizendtal kilogrammen, met dien verstande dat een gedeelte van 1000 kg naar beneden wordt afgerond; c.als benzine aangemerkt: lichte olie als bedoeld in artikel 27, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de accijns; d.als dieselolie aangemerkt: halfzware olie en gasolie als bedoeld in artikel 27, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de accijns.

  2. 2

    Voor een personenauto of een bestelauto die is voorzien van een installatie voor het verplaatsen of vastzetten van een rolstoel, wordt, onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden, op verzoek het gewicht van die installatie niet meegerekend bij het vaststellen van de massa rijklaar van het motorrijtuig. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHSHE:2004:AO4920Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23 januari 2004 (belastingrecht)

    Naar het Hof begrijpt zijn na cassatie nog in geschil het antwoord op de volgende vragen: 3.1.1. Is de gasinstallatie voor aanvang van het naheffingstijdvak uit het onderhavige voertuig verwijderd?…

  • ECLI:NL:GHARN:2000:AA6396Gerechtshof Arnhem, 30 maart 2000 (belastingrecht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.