Provinciewet

PW

Huidige tekst

Artikel 222 PW

Geldt sinds 1 juli 2026

  1. 1

    Er kunnen provinciale opcenten op de hoofdsom van de motorrijtuigenbelasting worden geheven van de in de provincie wonende of gevestigde houders van personenauto’s en motorrijwielen, bedoeld in artikel 2, onderdelen b en d, en artikel 3 van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 en van degenen op wier naam een kenteken als bedoeld in artikel 62 van die wet is gesteld.

  2. 2

    Het aantal opcenten bedraagt ten hoogste 144,00.

  3. 3

    Voor de berekening van het aan opcenten verschuldigde bedrag wordt uitgegaan van de volgende tarieven voor de motorrijtuigenbelasting: a.voor personenauto’s: bij een massa rijklaar in kilogrammen van over een tijdvak van drie maanden vermeerderd met per 100 kg massa rijklaar boven 600 of minder € 14,50 700 € 17,33 800 € 20,40 900 € 26,98 1.000 € 34,12 1.100 en meer € 45,81 € 11,68 1.100 kg met dien verstande dat: 1°. dit tarief voor motorrijtuigen als bedoeld in artikel 23a van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 wordt gedeeld door twee; 2°. dit tarief voor motorrijtuigen als bedoeld in artikel 23b, eerste lid, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, wordt vermenigvuldigd met het percentage, genoemd in dat lid; 3°. dit tarief voor motorrijtuigen als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 wordt gedeeld door vier; b.voor motorrijwielen: € 7,80; c.voor een kenteken als bedoeld in artikel 37, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994: € 45,81.

  4. 4

    Indien de hoofdsom en de provinciale opcenten zonder toepassing van artikel 84a, tweede lid, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 samen meer bedragen dan het maximum, bedoeld in dat tweede lid, wordt voor de berekening van de provinciale opcenten, het maximum verminderd met de hoofdsom, waarbij het aandeel van de hoofdsom ten hoogste het genoemde maximum kan bedragen.

  5. 5

    Bij het begin van het kalenderjaar wordt het aantal opcenten, genoemd in het tweede lid, bij ministeriële regeling van Onze Minister van Financiën vervangen door een ander aantal. Dit aantal wordt berekend door het te vervangen aantal te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001, en de uitkomst, indien deze twee of meer decimalen telt, af te ronden op één decimaal. Indien het aantal opcenten in het voorafgaande jaar is afgerond, wordt de tabelcorrectiefactor toegepast op het niet afgeronde bedrag van het voorgaande jaar.

  6. 6

    Het aantal opcenten is voor alle motorrijtuigen, bedoeld in het eerste lid, gelijk.

  7. 7

    Onze Minister van Financiën verstrekt de provinciale besturen jaarlijks vóór 1 september een naar soort, gewichtsklasse en aantal gespecificeerd overzicht van de motorrijtuigen, bedoeld in het eerste lid. Het overzicht wordt opgesteld naar de toestand per 1 juli van het lopende jaar.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2016:499Parket bij de Hoge Raad, 2 juni 2016 (belastingrecht)

    Belanghebbende bezit een oldtimer. De vrijstelling van motorrijtuigenbelasting (hierna: mrb) voor dergelijke auto’s is per 1 januari 2014 gewijzigd. Belanghebbende heeft per genoemde datum alleen…

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:2221Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 april 2025 (belastingrecht)

    Motorrijtuigenbelasting, ongegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:7804Rechtbank Den Haag, 26 juli 2022 (belastingrecht)

    Eiser heeft beroep ingesteld tegen twee betalingen op aangiften motorrijtuigenbelasting die hij heeft voldaan. In geschil is of de provinciale opcenten over deze tijdvakken terecht van eiser zijn…

  • ECLI:NL:GHSHE:2022:1748Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 1 juni 2022 (belastingrecht)

    Belanghebbende bestrijdt dat terecht en tot het juiste bedrag mrb in rekening is gebracht voor zijn Daihatsu (eerste toelating 1986) en BMW (eerste toelating 1984). Belanghebbendes stelling dat voor…

  • ECLI:NL:GHAMS:2016:5170Gerechtshof Amsterdam, 29 november 2016 (belastingrecht)

    Geen schending hoorplicht. Geen recht op dwangsom. Grieven die belanghebbende aanvoert tegen de voorwaarden van de overgangsregeling van artikel 84a en 84b Wet MRB (‘nieuwe oldtimerregeling’) slagen…

  • ECLI:NL:RBZWB:2015:2612Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 april 2015 (belastingrecht)

    Provinciale opcenten motorrijtuigenbelasting: onverbindend voor niet-inwoners van Nederland Artikel 222a, vierde lid, van de Provinciewet bepaalt dat houders van motorrijtuigen die niet in Nederland…

  • ECLI:NL:GHAMS:2010:BL7413Gerechtshof Amsterdam, 26 februari 2010 (belastingrecht)

    Belanghebbende is van mening dat van naheffing van MRB zou moeten worden afgezien, omdat de auto reeds bij eerste registratie in Nederland niet voldeed aan de technische eisen welke worden gesteld…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.