Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens

WJG

Huidige tekst

Artikel 39m WJG

Geldt sinds 1 januari 2019

  1. 1

    De betrokkene heeft het recht op diens schriftelijke verzoek van de verwerkingsverantwoordelijke rectificatie van de hem betreffende strafvorderlijke gegevens te verkrijgen, en rekening houdend met het doel van de verwerking, onvolledige strafvorderlijke gegevens te laten aanvullen. Het verzoek bevat de aan te brengen wijzigingen.

  2. 2

    De betrokkene heeft het recht op diens schriftelijke verzoek van de verwerkingsverantwoordelijke zonder onnodige vertraging vernietiging van de hem betreffende strafvorderlijke gegevens te verkrijgen, indien de gegevens in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt of een wettelijk voorschrift tot vernietiging verplicht.

  3. 3

    In plaats van vernietiging draagt de verwerkingsverantwoordelijke zorg voor afscherming van strafvorderlijke gegevens, indien: a.de juistheid van de strafvorderlijke gegevens door de betrokkene wordt betwist en de juistheid of onjuistheid niet kan worden geverifieerd, in welk geval de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene informeert voordat de beperking van de verwerking wordt opgeheven, of b.de persoonsgegevens moeten worden bewaard als bewijsmateriaal.

  4. 4

    De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen vier weken schriftelijk in kennis met betrekking tot de opvolging van zijn verzoek.

  5. 5

    Artikel 22, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daar waar in dit artikel wordt gesproken over «Onze Minister» «het College van procureurs-generaal» wordt gelezen.

  6. 6

    De verwerkingsverantwoordelijke draagt zorg dat een beslissing tot verbetering, aanvulling, vernietiging of afscherming zo spoedig mogelijk wordt uitgevoerd. Hij draagt zorg voor het kenmerken van een gegeven als de juistheid daarvan door de betrokkene wordt betwist en niet kan worden vastgesteld of het gegeven al dan niet juist is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2020:6855Rechtbank Rotterdam, 4 augustus 2020 (bestuursrecht)

    Beroep wegens niet tijdig beslissen. Anders dan het college van procureurs-generaal stelt, heeft het de aanvraag en ingebrekestelling wel degelijk ontvangen. Deze stukken zijn aangetekend verzonden…

  • ECLI:NL:RVS:2017:1936Raad van State, 19 juli 2017 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 1 februari 2016 heeft het college een verzoek van [appellant] op grond van artikel 39m van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (hierna: Wjsg) afgewezen.

  • ECLI:NL:RVS:2016:3480Raad van State, 28 december 2016 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 13 oktober 2014 heeft het college besloten tot afwijzing van het verzoek van [appellant], met een beroep op artikel 39m van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (hierna…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.