Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens

WJG

Huidige tekst

Artikel 36 WJG

Geldt sinds 1 maart 2023

  1. 1

    Onze Minister kan bij zijn onderzoek met betrekking tot de afgifte van de verklaring omtrent het gedrag van een natuurlijk persoon kennis nemen van op de aanvrager betrekking hebbende justitiële gegevens alsmede van politiegegevens als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet politiegegevens, met uitzondering van de gegevens waarover op grond van artikel 21, eerste lid, onderdeel e, geen mededeling kan worden gedaan aan de verzoeker, die gebruik maakt van zijn recht, als bedoeld in artikel 18.

  2. 2

    Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, kan Onze Minister bij zijn onderzoek met betrekking tot de afgifte van de verklaring omtrent het gedrag van een rechtspersoon kennis nemen van op de betrokkenen, bedoeld in artikel 35, betrekking hebbende justitiële gegevens, politiegegevens, als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet politiegegevens, alsmede gegevens uit de registratie, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet controle op rechtspersonen. De uitzondering, bedoeld in het eerste lid, is van toepassing.

  3. 3

    Voorzover dat voor een goede oordeelsvorming noodzakelijk is, kan Onze Minister inlichtingen omtrent betrokkene inwinnen bij het openbaar ministerie en bij instellingen die op grond van artikel 4, eerste lid, van de Reclasseringsregeling 1995 bevoegd zijn om reclasseringswerkzaamheden te verrichten.

  4. 4

    De justitiële gegevens en de politiegegevens die zijn verstrekt worden niet voor een ander doel gebruikt dan waarvoor zij zijn verstrekt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBNNE:2024:3682Rechtbank Noord-Nederland, 20 september 2024 (bestuursrecht)

    Verzoek voorlopige voorziening. Intrekking VOG.

  • ECLI:NL:RBZWB:2024:603Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 februari 2024 (bestuursprocesrecht)

    Afwijzen aanvraag verklaring omtrent het gedrag (VOG)

  • ECLI:NL:RVS:2022:2816Raad van State, 28 september 2022 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 20 maart 2020 heeft de minister voor Rechtsbescherming de aanvraag van [appellant] om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag afgewezen. [appellant] heeft sinds 2015 een…

  • ECLI:NL:RBZWB:2021:4701Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 september 2021 (bestuursrecht)

    VOG

  • ECLI:NL:RBNNE:2021:4004Rechtbank Noord-Nederland, 15 september 2021 (bestuursrecht)

    Voorlopige voorziening. VOG

  • ECLI:NL:RVS:2019:4012Raad van State, 27 november 2019 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 23 mei 2018 heeft de minister de aanvraag van [appellant] om afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag (hierna: VOG) afgewezen.

  • ECLI:NL:RVS:2019:3172Raad van State, 18 september 2019 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 9 februari 2018 heeft de minister de aanvraag van [appellant] om afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag (hierna: VOG) afgewezen.

  • ECLI:NL:RVS:2019:1817Raad van State, 5 juni 2019 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 2 oktober 2017 heeft de minister de aanvraag van [appellant] om afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag (hierna: VOG) afgewezen.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.