Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens

WJG

Huidige tekst

Artikel 39i WJG

Geldt sinds 1 januari 2019

  1. 1

    De betrokkene heeft het recht om op diens schriftelijke verzoek van het College van procureurs-generaal uitsluitsel te krijgen over de al dan niet verwerking van hem betreffende strafvorderlijke gegevens en, wanneer dat het geval is, om die strafvorderlijke gegevens in te zien en om de volgende informatie te verkrijgen: a.de doelen en de rechtsgrond van de verwerking; b.de betrokken categorie van de gegevens; c.de vraag of de deze persoon betreffende strafvorderlijke gegevens gedurende een periode van vier jaar voorafgaande aan het verzoek overeenkomstig de artikelen 39e, 39f en 39ga zijn verstrekt en over de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de gegevens zijn verstrekt, met name ontvangers in derde landen of internationale organisaties; d.de voorziene periode van opslag of indien dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen; e.het recht te verzoeken om verbetering, vernietiging of beperking van de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens; f.het recht een klacht in te dienen bij de Autoriteit persoonsgegevens, en de contactgegevens van die autoriteit; g.de herkomst, voor zover beschikbaar, van de verwerking van hem betreffende strafvorderlijke gegevens.

  2. 2

    Het College van procureurs-generaal geeft op een verzoek als bedoeld in het eerste lid, binnen zes weken uitsluitsel, met uitzondering van het deel van het verzoek om inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c. Het College van procureurs-generaal kan zijn beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen, dan wel voor ten hoogste zes weken indien blijkt dat bij verschillende parketten strafvorderlijke gegevens over de verzoeker worden verwerkt. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan.

  3. 3

    Op het deel van een verzoek om inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, geeft het College van procureurs-generaal binnen vier weken uitsluitsel.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:6091Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 3 juli 2026 (bestuursrecht)

    NTB tot overdracht gegevensverwerkingen t.b.v. beoordeling door Procureur-Generaal - rechtbank kennelijk onbevoegd, feitelijke handeling

  • ECLI:NL:RVS:2025:5739Raad van State, 26 november 2025 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 16 april 2020 heeft het College van procureurs-generaal de verzoeken van [appellanten] om inzage in hen betreffende verwerkte strafvorderlijke gegevens afgewezen. [appellanten] hebben…

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:5122Rechtbank Midden-Nederland, 5 september 2025 (bestuursrecht)

    Het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit is kennelijk niet-ontvankelijk. Eiser heeft een herhaald verzoek om inzage ingediend, terwijl de besluitvorming over zijn eerdere…

  • ECLI:NL:RBLIM:2024:9516Rechtbank Limburg, 18 december 2024 (bestuursrecht)

    Verzoeken om een voorlopige voorziening hangende beroep tegen de buitenbehandelingstelling van twee Woo-verzoeken. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de burgemeester de Woo-verzoeken…

  • ECLI:NL:RBMNE:2024:6092Rechtbank Midden-Nederland, 15 oktober 2024 (bestuursrecht)

    Beroep tegen niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk. Het beroep is gelijktijdig met de ingebrekestelling ingediend en dus te vroeg.

  • ECLI:NL:GHDHA:2024:1099Gerechtshof Den Haag, 9 juli 2024 (verbintenissenrecht)

    Overheidsaansprakelijkheid. Begaclaim-zaak: aansprakelijkheid Staat voor strafvorderlijk optreden OM en politie. A-grond: onrechtmatigheid van meet af aan. Inverzekeringstelling minderjarige van 14…

  • ECLI:NL:RBROT:2023:7309Rechtbank Rotterdam, 18 augustus 2023 (bestuursprocesrecht)

    Veelprocedeerder. Nu niet aannemelijk is dat een aanvraag is ingediend, kan het bestuursorgaan niet in gebreke zijn niet tijdig te beslissen en is de bestuursrechter niet bevoegd om kennis te nemen…

  • ECLI:NL:GHDHA:2023:796Gerechtshof Den Haag, 21 maart 2023 (verbintenissenrecht)

    Schadeclaim tegen Staat na strafvorderlijk optreden en sepot; Begemann-arrest; verdenking bedrieglijke bankbreuk; vordering van onschuldige derden.

14 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.