Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens

WJG

Huidige tekst

Artikel 39e WJG

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    Voorzover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang, kan het College van procureurs-generaal aan de volgende personen of instanties strafvorderlijke gegevens verstrekken: a.Nederlandse rechterlijke ambtenaren; b.Onze Minister; c.lichamen of personen aan wie krachtens artikel 257ba van het Wetboek van Strafvordering de bevoegdheid is toegekend een strafbeschikking uit te vaardigen; d.ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 2, onder a, van de Politiewet 2012 en ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 2, onder c en d, voor zover zij zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak; e.ambtenaren als bedoeld in artikel 141, onderdeel c en d, van het Wetboek van Strafvordering; f.buitengewone opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering; g.instanties die belast zijn met de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen of handelingen, beslissingen van de officier van justitie dan wel van vrijheidsbenemende straffen of maatregelen; h.verwerkingsverantwoordelijken voor de verwerking van politiegegevens als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet politiegegevens; i.bewaarders als bedoeld in artikel 118, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

  2. 2

    Het College van procureurs-generaal verstrekt aan de ambtenaren die werkzaam zijn ten behoeve van de justitiële documentatie strafvorderlijke gegevens.

  3. 3

    Het College van procureurs-generaal kan strafvorderlijke gegevens verstrekken aan Onze Minister van Buitenlandse Zaken ten behoeve van het versturen van notificaties als bedoeld in artikel 5c van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.

  4. 4

    Het College van procureurs-generaal verstrekt strafvorderlijke gegevens aan de geneesheer-directeur en de psychiater, bedoeld in de artikelen 5:4, 7:1, 7:11 en 8:19 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, voor zover dit voortvloeit uit de verplichtingen van de officier van justitie op grond van die artikelen.

  5. 5

    Het College van procureurs-generaal verstrekt strafvorderlijke gegevens aan het CIZ, genoemd in artikel 28a, eerste lid, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten, en aan de arts die de medische verklaring, bedoeld in artikel 28a, tweede lid, onderdeel b, van die wet, vaststelt, voor zover dit voortvloeit uit de in dat artikel bedoelde verplichtingen van de officier van justitie.

  6. 6

    Artikel 9, eerste lid, tweede volzin is van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:931Parket bij de Hoge Raad, 29 september 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Veroordeling voor o.m. medeplegen van poging tot moord en poging tot uitlokking van moord (art. 45, 46a, 47 en 289 Sr). M1: bewijsklacht poging tot uitlokking. M2: wettelijke grondslag…

  • ECLI:NL:PHR:2018:179Parket bij de Hoge Raad, 6 maart 2018 (strafrecht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet betreffende het recht van het slachtoffer op kennisneming van processtukken op grond van artikel 51b Sv in het geval (nog) geen vervolging wordt ingesteld.

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:3431Rechtbank Den Haag, 10 april 2019 (civiel recht)

    Overheidsaansprakelijkheid (Nationale Politie). Verbalisant breekt met zijn knie de neus van eiser, terwijl eiser geboeid werd opgehouden in een politiecel. Eiser stelt dat hij door de politie is…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.