Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden

Huidige tekst

Artikel 38 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden

Geldt sinds 1 maart 1982

In beginsel zullen verzoeken om rechtshulp door de betrokken rechterlijke autoriteiten rechtstreeks tot elkaar worden gericht. Verzoeken om inlichtingen uit het strafregister ten behoeve van strafzaken kunnen rechtstreeks aan de betrokken dienst worden gevraagd. Alleen verzoeken om inlichtingen uit het strafregister ten behoeve van niet-strafrechterlijke doeleinden en verzoeken om tijdelijke terbeschikkingstelling van gedetineerden moeten van Minister van Justitie tot Minister van Justitie worden gericht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.