Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden

Huidige tekst

Artikel 30 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden

Geldt sinds 1 maart 1982

Gerechtelijke stukken bestemd voor een persoon die in een ander land verblijft, kunnen door de autoriteiten of deurwaarders van wie zij uitgaan rechtstreeks per aangetekend schrijven aan de betrokkene worden toegezonden. Ook kunnen deze autoriteiten en deurwaarders voor de toezending de tussenkomst inroepen van het openbaar ministerie van het land waar de geadresseerde verblijf houdt. Indien de bemiddeling van dat openbaar ministerie wordt ingeroepen kan dit het stuk aan de geadresseerde toezenden ofwel, wanneer dit uitdrukkelijk wordt gevraagd, het doen betekenen op dezelfde wijze als voor betekening van overeenkomstige gerechtelijke stukken in zijn land is voorgeschreven. Het aangezochte openbaar ministerie licht de verzoeker in aangaande het gevolg dat aan zijn verzoek is gegeven.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.