Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden

Huidige tekst

Artikel 18 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden

Geldt sinds 1 maart 1982

Het eerste lid van dit artikel geeft aan het gezochte land de bevoegdheid de overgave van een persoon, wiens uitlevering het heeft toegestaan, uit te stellen totdat de betrokkene, in verband met andere feiten, is berecht en een eventuele straf heeft ondergaan. Het tweede lid voorziet de mogelijkheid, een persoon, die een vrijheidsstraf ondergaat, tijdelijk ter beschikking te stellen van de aanvragende partij om zijn berechting mogelijk te maken. De betrokkene blijft in dat geval op het grondgebied van de aanvragende partij gedetineerd. De duur van deze detentie zal op grond van het derde lid in mindering komen van de straf, die hij in de aangezochte Staat ondergaat.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.