Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden

Huidige tekst

Artikel 26 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden

Geldt sinds 1 maart 1982

Indien op het grondgebied van een Beneluxland op verzoek en ten behoeve van de justitiële autoriteiten van een ander Beneluxland een strafrechterlijk onderzoek wordt ingesteld, zullen de justitiële autoriteiten van het aanvragende land bevoegd zijn een of meer ambtenaren af te vaardigen, ten einde aan dit onderzoek mede te werken. Deze ambtenaren zullen bij dit onderzoek een adviserende rol hebben. Het onderzoek zal worden uitgevoerd door de autoriteiten van het aangezochte land. Soortgelijke bepalingen zijn opgenomen in artikel 4 van het Benelux-verdrag nopens de samenwerking op het stuk van douanen en van accijnzen en in artikel 13 van het ontwerp-verdrag betreffende de samenwerking inzake regeling van in-, uit- en doorvoer.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2010:BL5629Parket bij de Hoge Raad, 5 oktober 2010 (strafrecht)

    1. Ontvankelijkheid OM. Rechtmatigheid opsporingsoptreden in buitenland. 2. Art. 152 Sv. Plicht tot opmaken proces-verbaal. 3. Onttrekking aan het verkeer. Ad 1. HR geeft overzicht aangaande de…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.