Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden

Huidige tekst

Artikel 20 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden

Geldt sinds 1 maart 1982

De Verdragsluitende Partijen zullen gehouden zijn binnen de door hun wetgeving toegestane grenzen overtuigingsstukken en voorwerpen, die van het strafbare feit afkomstig zijn, in beslag te nemen en deze, voor zover de bevoegde rechter van de aangezochte partij dit toestaat, aan het aanvragende land over te geven. Overeenkomstig de voorschriften opgenomen in de Belgische en Luxemburgse wetgeving zal de overgave van in beslag genomen voorwerpen slechts plaats kunnen vinden nadat de rechter van het aangezochte land daartoe toestemming heeft verleend. De overgave zal zelfs kunnen plaatsvinden in geval een reeds toegestane uitlevering niet kan worden geëffectueerd door de dood of de ontvluchting van de betrokkene.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.