Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden

Huidige tekst

Artikel 14 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden

Geldt sinds 1 maart 1982

Een persoon, die op grond van het onderhavige verdrag is uitgeleverd, zal slechts met toestemming van het aangezochte land verder mogen worden geleverd aan een Staat, die geen partij is bij het onderhavige verdrag, voor feiten die hij vóór zijn eerste uitlevering heeft bedreven. Deze toestemming is niet vereist in de in het vorige artikel onder b) en c) bedoelde gevallen. Ook is de toestemming niet vereist voor verderlevering aan een ander Beneluxland.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2007:AZ7032Rechtbank Amsterdam, 23 januari 2007 (strafrecht)

    "Executieoverlevering verzocht door Duitsland. Tussenuitspraak. Artikel 6 lid 5 OLW is ook van toepassing op executieoverlevering. De opgeëiste persoon is burger van de EU, maar is niet in het bezit…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.