Rijkswet op het Nederlanderschap

RWN

Huidige tekst

Artikel 9 RWN

Geldt sinds 1 april 2020

  1. 1

    Het verzoek van een vreemdeling die voldoet aan de artikelen 7 en 8 wordt niettemin afgewezen, indien a. op grond van het gedrag van de verzoeker ernstige vermoedens bestaan dat hij gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden, of de veiligheid van het Koninkrijk; b. de verzoeker die een andere nationaliteit bezit, niet het mogelijke heeft gedaan om die nationaliteit te verliezen dan wel niet bereid is het mogelijke te zullen doen om, na de totstandkoming van de naturalisatie, die nationaliteit te verliezen, tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden verlangd; c. de verzoeker op wie een van de uitzonderingen van artikel 8, tweede lid, van toepassing is, zijn hoofdverblijf heeft in het land waarvan hij onderdaan is.

  2. 2

    Indien de verzoeker het Nederlanderschap heeft verloren ingevolge artikel 16, eerste lid, kan het verzoek op de grond bedoeld in het eerste lid, onder a, alleen worden afgewezen, indien hij binnen een periode van tien jaren voorafgaande aan het verzoek veroordeeld is wegens een strafbaar feit tegen de veiligheid van het Koninkrijk of is veroordeeld tot een gevangenisstraf van tenminste vijf jaren wegens een ander strafbaar feit.

  3. 3

    Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op a. de verzoeker die onderdaan is van een Staat die Partij is bij het op 2 februari 1993 te Straatsburg tot stand gekomen Tweede Protocol tot wijziging van het Verdrag betreffende de beperking van gevallen van meervoudige nationaliteit en betreffende militaire verplichtingen in geval van meervoudige nationaliteit (Trb. 1994, 265); b. de verzoeker die in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten is geboren en daar ten tijde van het verzoek zijn hoofdverblijf heeft; c. de verzoeker die gehuwd is met een Nederlander; d. de verzoeker die in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten erkend is als vluchteling.

  4. 4

    Op het verzoek wordt beslist binnen één jaar na de betaling van het verschuldigde recht, bedoeld in artikel 13 of na de beslissing tot algehele ontheffing van die betaling, dan wel na de ontvangst van de gevraagde aanvulling van het verzoek, noodzakelijk voor de beoordeling daarvan. De beslissing kan ten hoogste tweemaal zes maanden worden aangehouden.

  5. 5

    Beslissingen tot afwijzing of aanhouding van verzoeken tot verlening van het Nederlanderschap kunnen door Onze Minister worden genomen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2007:BA2924Hoge Raad, 13 juli 2007 (civiel recht)

    Nationaliteitsrecht; intrekking van naturalisatiebesluiten. Toepasselijkheid van de bij naturalisatie gehanteerde eis tot het doen van afstand van de oorspronkelijke nationaliteit bij huwelijk met…

  • ECLI:NL:PHR:2007:BA2924Parket bij de Hoge Raad, 13 juli 2007 (civiel recht)

    Nationaliteitsrecht; intrekking van naturalisatiebesluiten. Toepasselijkheid van de bij naturalisatie gehanteerde eis tot het doen van afstand van de oorspronkelijke nationaliteit bij huwelijk met…

  • ECLI:NL:PHR:2005:AT7542Parket bij de Hoge Raad, 11 november 2005 (civiel recht)

    Nationaliteitsrecht, verlies van eerder verleend Nederlanderschap in geval van naturalisatiebesluit waarin valse of fictieve persoonsgegevens zijn opgenomen?, strekking van art. 14 RWN.

  • ECLI:NL:HR:1994:ZC1450Hoge Raad, 16 september 1994 (civiel recht)

    Nationaliteitsrecht. Verzoek tot vaststelling Nederlanderschap. De wijzen waarop het Nederlanderschap wordt verkregen zijn limitatief voorzien in de Wet op het Nederlanderschap en de…

  • ECLI:NL:RVS:2026:5645Raad van State, 23 september 2026 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluit van 18 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen (het verzoek) afgewezen. De minister heeft het…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:2374Rechtbank Midden-Nederland, 11 mei 2026 (bestuursrecht)

    Naturalisatie. Beroep ongegrond. Bewijslast aanvangen rehabilitatitermijn ten aanzien van een geldboete opgelegd in het buitenland. Stafmaatvergelijking OM. Gebreken in bestreden besluit gepasseerd.

  • ECLI:NL:OGEABES:2026:24Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 24 april 2026 (vreemdelingenrecht)

    Afwijzing verzoek naturalisatie. Voor het verkrijgen van het Nederlanderschap geldt onder meer het vereiste dat eisers afstand doen van hun Amerikaanse nationaliteit. Op dat afstandsvereiste biedt…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:2509Rechtbank Den Haag, 10 februari 2026 (bestuursrecht)

    Naturalisatieverzoek, ernstige vermoedens gevaar voor de openbare orde, geen zodanig bijzondere omstandigheden die maken dat verweerder van beleid had moeten afwijken.

157 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.