Rijkswet op het Nederlanderschap

RWN

Huidige tekst

Artikel 20 RWN

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    Indien in enige voor een rechterlijke instantie in Nederland, onderscheidenlijk Aruba, Curaçao of Sint Maarten, aanhangige zaak onzeker is of een bij de zaak belanghebbende al dan niet het Nederlanderschap bezit of op een vroeger tijdstip bezat, kan de rechter terzake het advies van Onze Minister, onderscheidenlijk van Onze Minister van Justitie van Aruba, van Curaçao, onderscheidenlijk van Sint Maarten, vragen.

  2. 2

    Indien in enig administratief beroep in Nederland, onderscheidenlijk Aruba, Curaçao en Sint Maarten, ingesteld een in het vorige lid bedoelde onzekerheid bestaat, houdt die instantie de behandeling van de zaak aan en vraagt zij terzake het advies van Onze Minister, onderscheidenlijk van Onze Minister van Justitie van Aruba, van Curaçao, onderscheidenlijk van Sint Maarten.

  3. 3

    De behandeling van de zaak wordt terstond hervat zodra het in de vorige leden bedoelde advies is ontvangen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2018:1426Parket bij de Hoge Raad, 12 oktober 2018 (personen- en familierecht)

    Familierecht; nationaliteit; IPR. Erkenning in Congo van minderjarigen door Nederlandse man die gehuwd was met een ander dan moeder. Tot 1 april 2014 geldend wettelijk beletsel van art. 1:204 BW lid…

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:18288Rechtbank Den Haag, 10 november 2023 (personen- en familierecht)

    Inschrijving van een Engelse geboorteakte gelast in het Nederlandse register van geboorten. Verzoeker stamt af van een Nederlandse vader, die op zijn Engelse geboorteakte staat vermeld. Naar het…

  • ECLI:NL:GHAMS:2023:1098Gerechtshof Amsterdam, 16 mei 2023 (personen- en familierecht)

    verwijzing Hoge Raad (zie ECLI:NL:HR:2018:2377), nauwe persoonlijke betrekking, kinderen in Democratische Republiek Congo hebben Nederlandse nationaliteit verkregen.

  • ECLI:NL:RVS:2022:2695Raad van State, 14 september 2022 (vreemdelingenrecht)

    Bij brief van 12 augustus 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken [appellant] meegedeeld dat aan haar minderjarige kind geen verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap wordt…

  • ECLI:NL:RVS:2021:2344Raad van State, 20 oktober 2021 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 17 oktober 2018 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van [appellanten] voor een Nederlands paspoort voor [zoon] niet in behandeling genomen. [appellanten], die niet…

  • ECLI:NL:RBDHA:2020:11032Rechtbank Den Haag, 28 oktober 2020 (bestuursrecht)

    Paspoortaanvraag niet in behandeling genomen. Geboorteakte niet bevoegd opgemaakt. Verweerder mocht uitgaan van deskundigenadvies.Nietige erkenning op grond van art 1:204, eerste lid, aanhef en onder…

  • ECLI:NL:RBOBR:2020:2205Rechtbank Oost-Brabant, 16 april 2020 (bestuursprocesrecht)

    Trefwoorden: Nederlandse paspoorten. Artikel 3 RWN. Juridische vaderschap. Documenten niet te beoordelen of vals bevonden. Geen vrijstelling overleggen Syrische geboorteakten. Geen belangenafweging.…

  • ECLI:NL:RVS:2017:3009Raad van State, 8 november 2017 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 1 december 2014 heeft de minister de aanvraag van [appellant] om afgifte van een Nederlands paspoort voor zijn minderjarige zoon [kind] (hierna: het kind) niet in behandeling genomen.

15 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.