Rijkswet op het Nederlanderschap

RWN

Huidige tekst

Artikel 15 RWN

Geldt sinds 1 april 2022

  1. 1

    Het Nederlanderschap gaat voor een meerderjarige verloren: a.door het vrijwillig verkrijgen van een andere nationaliteit; b.door het afleggen van een verklaring van afstand; c.indien hij tevens een vreemde nationaliteit bezit en tijdens zijn meerderjarigheid gedurende een ononderbroken periode van dertien jaar in het bezit van beide nationaliteiten zijn hoofdverblijf heeft buiten Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, en buiten de gebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is, anders dan in een dienstverband met Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten dan wel met een internationaal orgaan waarin het Koninkrijk is vertegenwoordigd, of als echtgenoot van of als ongehuwde in een duurzame relatie samenlevend met een persoon in een zodanig dienstverband; d.door intrekking door Onze Minister van het besluit waarbij het Nederlanderschap is verleend, welke kan plaatsvinden, indien de betrokkene heeft nagelaten na de totstandkoming van zijn naturalisatie al het mogelijke te doen om zijn oorspronkelijke nationaliteit te verliezen; e.door intrekking door Onze Minister van het besluit waarbij de verkrijging van het Nederlanderschap is bevestigd, welke kan plaatsvinden, indien de vreemdeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder e, heeft nagelaten na de verkrijging van het Nederlanderschap het mogelijke te doen om zijn oorspronkelijke nationaliteit te verliezen.

  2. 2

    Het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing op de verkrijger a. die in het land van die andere nationaliteit is geboren en daar ten tijde van de verkrijging zijn hoofdverblijf heeft; b. die voor het bereiken van de meerderjarige leeftijd gedurende een onafgebroken periode van tenminste vijf jaren in het land van die andere nationaliteit zijn hoofdverblijf heeft gehad; of c. die gehuwd is met een persoon die die andere nationaliteit bezit.

  3. 3

    De periode bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt geacht niet te zijn onderbroken indien de betrokkene gedurende een periode korter dan één jaar zijn hoofdverblijf in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten heeft, dan wel in de gebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is.

  4. 4

    De periode, bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt gestuit door de verstrekking van een verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap dan wel van een reisdocument, Nederlandse identiteitskaart of vervangende Nederlandse identiteitskaart in de zin van de Paspoortwet. Vanaf de dag der verstrekking begint een nieuwe periode van dertien jaren te lopen. Indien het Nederlanderschap is herkregen op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder p, begint de periode te lopen op de dag dat de optie is bevestigd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:890Parket bij de Hoge Raad, 25 september 2026 (civiel recht)

    Nationaliteitsrecht. Vaststelling Nederlanderschap (art. 17 jo. 4 lid 2 RWN). Stelplicht en bewijslast m.b.t. Nederlanderschap van erkenner ten tijde van erkenning.

  • ECLI:NL:PHR:2026:670Parket bij de Hoge Raad, 3 juli 2026 (civiel recht)

    Nationaliteitsrecht. Verzoek o.g.v. art. 17 RWN. Verliesgrond van art. 15 lid 1 sub c RWN. Stuiting van tienjaarstermijn (art. 15 lid 4 RWN). Uitleg van reisdocument in de zin van Paspoortwet.…

  • ECLI:NL:PHR:2021:1196Parket bij de Hoge Raad, 17 december 2021 (civiel recht)

    Nationaliteitsrecht. Verzoek tot vaststelling Nederlanderschap op voet art. 17 RWN. Verlies Nederlandse nationaliteit (art. 15 lid 1, onder c, RWN); strijd met Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel…

  • ECLI:NL:PHR:2021:1197Parket bij de Hoge Raad, 17 december 2021 (civiel recht)

    Nationaliteitsrecht. Verzoek tot vaststelling Nederlanderschap op voet art. 17 RWN. Verlies Nederlandse nationaliteit (art. 15 lid 1, onder c, RWN); strijd met Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:24082Rechtbank Den Haag, 20 augustus 2026 (bestuursrecht)

    Paspoortaanvraag buiten behandeling gesteld. Grootouderbepaling van artikel 3, derde lid, Rijkswet op het Nederlanderschap

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:16520Rechtbank Den Haag, 19 mei 2026 (civiel recht)

    Rijkswet op het Nederlanderschap. Terugkeer naar Suriname onder gebruikmaking van de Remigratiewet. Afwijzing verzoek. Geen inhoudelijke toets aan Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel.

  • ECLI:NL:RVS:2026:1384Raad van State, 11 maart 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 10 juli 2018 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd om de aanvraag van [appellante] voor een Nederlands paspoort in behandeling te nemen. [appellante] is geboren op…

  • ECLI:NL:RVS:2026:1387Raad van State, 11 maart 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 28 december 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd om de aanvraag van [appellant] voor een Nederlands paspoort in behandeling te nemen. [appellant] is geboren op…

170 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.