Rijkswet op het Nederlanderschap

RWN

Huidige tekst

Artikel 22c RWN

Geldt sinds 1 maart 2017

  1. 1

    Bevoegd tot het geven van een last tot toevoeging aan het bevoegde orgaan, bedoeld in artikel 22B, vijfde lid, is de rechtbank respectievelijk het Gerecht van eerste aanleg, bedoeld in artikel 22A, eerste lid. Ingeval hoger beroep is ingesteld op grond van artikel 22A, vierde lid, is de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dan wel de voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevoegd tot het geven van de last tot toevoeging.

  2. 2

    Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent uitvoering van de artikelen 22A, 22B en 22C en de beloning van toegevoegde raadslieden en de vergoeding van hun onkosten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2022:3759Raad van State, 14 december 2022 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluiten van 15 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken krachtens artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het…

  • ECLI:NL:RVS:2022:1080Raad van State, 13 april 2022 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluiten van 27 januari 2020 (hierna: de besluiten) heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken en hem ongewenst verklaard. [appellant]…

  • ECLI:NL:RVS:2022:149Raad van State, 19 januari 2022 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluiten van 20 januari 2020 (hierna: de besluiten) heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken en hem ongewenst verklaard. [appellant]…

  • ECLI:NL:RVS:2021:1219Raad van State, 9 juni 2021 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluiten van 3 december 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken krachtens artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het…

  • ECLI:NL:RVS:2021:1220Raad van State, 9 juni 2021 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluiten van 6 september 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken krachtens artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het…

  • ECLI:NL:RVS:2021:1222Raad van State, 9 juni 2021 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluiten van 3 december 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken krachtens artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het…

  • ECLI:NL:RVS:2021:929Raad van State, 30 april 2021 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluiten van 27 februari 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken krachtens artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het…

  • ECLI:NL:RVS:2021:930Raad van State, 30 april 2021 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluiten van 10 mei 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellante] ingetrokken krachtens artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het…

15 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.