Leerplichtwet 1969

LPW

Huidige tekst

Artikel 4a LPW

Geldt sinds 1 augustus 2022

Inschrijving 1 De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen zijn verplicht te zorgen dat de jongere overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf staat ingeschreven als leerling, vavo-student of mbo-student bij een school of instelling die volledig dagonderwijs, een bij de wet geregelde combinatie van leren en werken een onderwijsprogramma als bedoeld in artikel 2.107b, tweede lid, of 2.107l, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 dan wel een onderwijsprogramma dat is vormgegeven volgens een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 2.100, eerste lid, of 2.109, derde lid, van die wet verzorgt en dat hij deze school of instelling na inschrijving geregeld bezoekt, als: a.ten aanzien van de jongere de leerplicht, bedoeld in paragraaf 2 van deze wet is geëindigd, en b.de jongere geen startkwalificatie heeft behaald. 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet ten aanzien van jongeren die in het bezit zijn van een schooldiploma praktijkonderwijs, als bedoeld in artikel 2.58, derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, of een verklaring als bedoeld in artikel 2.59, tweede lid, van die wet en jongeren die voortgezet speciaal onderwijs in het uitstroomprofiel, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b dan wel onderdeel c, van de Wet op de expertisecentra hebben gevolgd. 3 Artikel 2, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid. 4 Als de inschrijving, bedoeld in het eerste lid, plaats vindt aan een andere school of instelling dan daarvoor door de jongere werd bezocht, wordt bij de inschrijving een van overheidswege verstrekt document overgelegd waarop de gegevens van de jongere betreffende zijn geslachtsnaam, voorletters, geboortedatum, geslacht en burgerservicenummer zijn vermeld. Bij gebrek aan een burgerservicenummer wordt zo mogelijk het onderwijsnummer van de jongere overgelegd. Als de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen bij de inschrijving aannemelijk hebben gemaakt dat zij geen burgerservicenummer of onderwijsnummer van de jongere kunnen overleggen, leggen zij het burgerservicenummer of onderwijsnummer van de jongere over aan de school zodra zij daarvan kennis hebben verkregen. 5 Tot het tijdstip, bedoeld in artikel XIa, vijfde lid, van de wet van 6 december 2001, Stb. 681, tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met de invoering van persoonsgebonden nummers in het onderwijs, kan, in afwijking van de eerste volzin van het vierde lid, inschrijving van een jongere als mbo-student of vavo-student aan een instelling plaatsvinden zonder overlegging van het onderwijsnummer en, indien de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen aannemelijk maken dat zij geen burgerservicenummer van de jongere kunnen overleggen, eveneens zonder overlegging van het burgerservicenummer. Tot dat tijdstip is de tweede volzin van het vierde lid uitsluitend van toepassing met betrekking tot het burgerservicenummer. 6 Het vierde en vijfde lid zijn van toepassing met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel IV van de wet van 6 december 2001, Stb. 681, tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met de invoering van persoonsgebonden nummers in het onderwijs.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2020:1031Hoge Raad, 9 juni 2020 (strafrecht)

    Jeugdzaak. Als jongere die kwalificatieplichtig is verplichting tot geregeld volgen van onderwijs niet nakomen door veelvuldig ongeoorloofd afwezig te zijn van school, art. 26.2 Leerplichtwet 1969.…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1244Parket bij de Hoge Raad, 3 december 2019 (strafrecht)

    Conclusie AG. Overtreding Leerplichtwet 1969 door moeder wegens het niet zorgdragen van geregeld schoolbezoek van haar dochter (een kwalificatieplichtige jongere). Beroep op vrijstelling wegens…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1245Parket bij de Hoge Raad, 3 december 2019 (strafrecht)

    Conclusie AG. Jeugdzaak. Overtreding Leerplichtwet 1969 wegens niet geregeld schoolbezoek door kwalificatieplichtige jongere. Beroep op vrijstelling wegens ziekte a.b.i. art 11, aanhef en onder d…

  • ECLI:NL:PHR:2015:2712Parket bij de Hoge Raad, 22 december 2015 (strafrecht)

    Leerplichtwet (Lpw), uitleg tenlastelegging, kwalificatie bewezenverklaring. De door het Hof gegeven uitleg van de op art. 26.2 Lpw toegesneden tll is met haar bewoordingen niet onverenigbaar. Gelet…

  • ECLI:NL:RBGEL:2024:7876Rechtbank Gelderland, 14 november 2024 (bestuursrecht)

    Eiseres is bij geboorte erkend door haar vader en voldoet om die reden niet aan de voorwaarden voor een wezenuitkering. Vergelijking met haar zus, die bij geboorte niet is erkend, gaat niet op.…

  • ECLI:NL:RBROT:2023:6579Rechtbank Rotterdam, 18 juli 2023 (strafrecht)

    Minderjarige verdachte van het doen plegen van overtreding van artikel 4a Leerplichtwet 1969. Vrijspraak.

  • ECLI:NL:CRVB:2022:2023Centrale Raad van Beroep, 9 september 2022 (socialezekerheidsrecht)

    Onterechte intrekking wezenuitkering . Appellante voldoet wel aan de twee categorieën van artikel 26, tweede lid, onder c, van de ANW, in samenhang bezien. Weliswaar stond appellante niet…

  • ECLI:NL:RBAMS:2022:4814Rechtbank Amsterdam, 6 april 2022 (bestuursrecht)

    Voor het aannemen van co-ouderschap is een overeenkomst of rechterlijke uitspraak nodig op grond waarvan beide ouders het kind overwegend in gelijke mate verzorgen en onderhouden. Ook geen sprake van…

21 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.