Huidige tekst
Artikel E-5 BWM 2004
Voorschrift E-5 Looptijd en geldigheid van het certificaat 1. Een certificaat wordt afgegeven voor een door de Administratie gespecificeerde termijn die evenwel niet langer is dan vijf jaar. 2. Voor herkeuringen: .1 Onverminderd de vereisten van punt 1, indien de herkeuring wordt afgerond binnen drie maanden voor de datum waarop het bestaande certificaat verstrijkt, is het nieuwe certificaat geldig vanaf de datum waarop de herkeuring is afgerond tot een datum uiterlijk vijf jaar na de datum waarop het bestaande certificaat verstrijkt. .2 Indien de herkeuring wordt afgerond na de datum waarop het bestaande certificaat verstrijkt, is het nieuwe certificaat geldig vanaf de datum waarop de herkeuring is afgerond tot een datum uiterlijk vijf jaar na de datum waarop het bestaande certificaat verstrijkt. .3 Indien de herkeuring meer dan drie maanden voor de datum waarop het bestaande certificaat verstrijkt wordt afgerond, is het nieuwe certificaat geldig vanaf de datum waarop de herkeuring is afgerond tot een datum uiterlijk vijf jaar na de datum waarop de herkeuring is afgerond. 3. Indien een certificaat wordt afgegeven voor een kortere termijn dan vijf jaar, kan de Administratie de geldigheidsduur van het certificaat verlengen tot na de datum van het verstrijken ervan tot de maximumperiode genoemd in punt 1, mits de vereiste onderzoeken bedoeld in voorschrift E-1.1.3 indien een certificaat wordt afgegeven voor een termijn van vijf jaar naar behoren worden uitgevoerd. 4. Indien een herkeuring is afgerond en voor de datum van verstrijken van het bestaande certificaat geen nieuw certificaat kan worden afgegeven of aan boord van het schip kan worden genomen, kan de door de Administratie gemachtigde persoon of organisatie het bestaande certificaat viseren en een dergelijk certificaat dient te worden aanvaard als geldig voor een volgende periode die zich evenwel niet mag uitstrekken tot vijf maanden na de datum van verstrijken. 5. Indien een schip op het tijdstip waarop het certificaat verstrijkt zich niet in de haven bevindt waarin het dient te worden geïnspecteerd, kan de Administratie de geldigheid van het certificaat verlengen, maar verlenging mag alleen geschieden om het schip in staat te stellen de reis naar de haven waarin het dient te worden geïnspecteerd te voltooien en zulks uitsluitend in gevallen waarin dat passend en redelijk lijkt. Geen enkel certificaat wordt verlengd met meer dan drie maanden en een schip waarvan het certificaat wordt verlengd is, na aankomst in de haven waarin het dient te worden geïnspecteerd niet gerechtigd op grond van die verlenging de haven te verlaten zonder nieuw certificaat. Zodra de herkeuring is voltooid, is het nieuwe certificaat geldig tot een datum uiterlijk vijf jaar na de datum van verstrijken van het bestaande certificaat voordat het verlengd werd. 6. Voor een certificaat afgegeven aan een schip dat korte reizen maakt en dat niet is verlengd op grond van de voorgaande bepalingen van dit voorschrift kan door de Administratie ten hoogste een maand uitstel worden verleend vanaf de erop vermelde datum van verstrijken. Zodra de herkeuring is voltooid, is het nieuwe certificaat geldig tot een datum uiterlijk vijf jaar na de datum van verstrijken van het bestaande certificaat voordat het verlengd werd. 7. Onder bijzondere omstandigheden vast te stellen door de Administratie behoeft een nieuw certificaat niet te worden gedateerd vanaf de datum van verstrijken van het bestaande certificaat zoals bepaald in punt 2.2, 5 of 6 van dit voorschrift. Onder deze bijzondere omstandigheden is het nieuwe certificaat geldig tot een datum uiterlijk vijf jaar na de datum van afronding van de herkeuring. 8. Indien een jaarlijks of tussentijds onderzoek wordt afgerond voorafgaand aan de termijn vermeld in voorschrift E-1: .1 wordt de verjaardatum op het certificaat door middel van een aantekening gewijzigd in een datum uiterlijk drie maanden na de datum waarop hetonderzoek werd afgerond; .2 wordt het volgende jaarlijkse of tussentijdse onderzoek vereist op grond van voorschrift E-1 verricht met de in dat voorschrift voorgeschreven tussenpozen uitgaande van de nieuwe verjaardatum; .3 kan de datum van verstrijken ongewijzigd blijven, mits een of meer jaarlijkse of tussentijdse onderzoeken, naar gelang hetgeen van toepassing is, zodanig worden verricht dat de maximumtermijnen tussen de onderzoeken als voorgeschreven in voorschrift E-1 niet worden overschreden. 9. Een certificaat afgegeven uit hoofde van voorschrift E-2 of E-3 is niet langer geldig in de volgende gevallen: .1 bij overdracht van het schip onder de vlag van een andere Staat. Een nieuw certificaat wordt uitsluitend afgegeven wanneer de Partij die het nieuwe certificaat afgeeft er ten volle van overtuigd is dat het schip voldoet aan de vereisten van voorschrift E-1. In het geval van een overdracht tussen Partijen zendt de Partij wier vlag het schip voordien gerechtigd was te voeren, indien zij daarom wordt verzocht binnen drie maanden nadat de overdracht heeft plaatsgevonden, zo spoedig mogelijk aan de Administratie van de andere Partij afschriften van de certificaten die het schip aan boord had vóór de overdracht en, indien beschikbaar, afschriften van de desbetreffende onderzoeksrapporten. .2 indien de desbetreffende onderzoeken niet zijn afgerond binnen de termijnen vermeld in voorschrift E-1.1; of .3 indien het certificaat niet aangetekend is in overeenstemming met voorschrift E-1.1.