Huidige tekst
Artikel E-1 BWM 2004
Voorschrift E-1 Onderzoeken 1. Schepen met een brutotonnage van 400 ton of meer waarop dit Verdrag van toepassing is, met uitzondering van drijvende platforms, FSU's en FPSO's worden onderworpen aan de onderstaand omschreven onderzoeken: .1 een eerste onderzoek voordat het schip in dienst wordt gesteld of voordat het certificaat, vereist op grond van voorschrift E-2 of E-3 voor de eerste maal wordt afgegeven. Bij dit onderzoek wordt geverifieerd of het op grond van voorschrift B-1 vereiste ballastwaterbeheersplan en de bijbehorende bouw, uitrusting, systemen, onderdelen, voorzieningen en materialen of processen volledig voldoen aan de vereisten van dit Verdrag. Bij dit onderzoek wordt bevestigd dat er een test is uitgevoerd bij de inbedrijfstelling om de installatie van een systeem voor ballastwaterbeheer te valideren door aan te tonen dat de mechanische, fysische, chemische en biologische processen daarvan naar behoren functioneren, rekening houdend met de door de Organisatie opgestelde richtlijnen. .2 Een herkeuring met door de Administratie voorgeschreven tussenpozen van ten hoogste vijf jaar, behalve wanneer voorschrift E-5.2, E-5.5, E-5.6 of E-5.7 van toepassing is. Bij dit onderzoek wordt geverifieerd of het op grond van voorschrift B-1 vereiste ballastwaterbeheersplan en de bijbehorende bouw, uitrusting, systemen, onderdelen, voorzieningen en materialen of processen volledig voldoen aan de toepasselijke vereisten van dit Verdrag. .3 Een tussentijds onderzoek binnen drie maanden voor of na de tweede verjaardatum of binnen drie maanden voor of na de derde verjaardatum van het certificaat, in plaats van een van de jaarlijkse onderzoeken omschreven in punt 1.4. De tussentijdse onderzoeken dienen te waarborgen dat de uitrusting, de bijbehorende systemen en processen voor ballastwaterbeheer volledig voldoen aan de toepasselijke vereisten van deze Bijlage en in bedrijfsklare staat verkeren. Deze tussentijdse onderzoeken worden aangetekend op het certificaat, afgegeven krachtens voorschrift E-2 of E-3. .4 Een jaarlijks onderzoek binnen drie maanden voor of na iedere verjaardatum, met inbegrip van een algemeen onderzoek van de bouw, uitrusting, systemen, onderdelen, voorzieningen en materialen of processen die deel uitmaken van het op grond van voorschrift B-1 vereiste ballastwaterbeheersplan om te waarborgen dat zij in overeenstemming met punt 9 worden onderhouden en in goede staat blijven verkeren voor de dienst waarvoor het schip bedoeld is. Deze jaarlijkse onderzoeken worden aangetekend op het certificaat, afgegeven krachtens voorschrift E-2 of E-3. .5 Een aanvullend algemeen of deelonderzoek, afhankelijk van hetgeen de omstandigheden vereisen, vindt plaats na een wijziging, vervanging of ingrijpende reparatie van de bouw, uitrusting, systemen, onderdelen, voorzieningen en materialen die nodig zijn teneinde volledig te kunnen voldoen aan dit Verdrag. Het onderzoek dient zodanig te zijn dat gewaarborgd wordt dat een dergelijke wijziging, vervanging of ingrijpende reparatie doeltreffend is geschied, zodat het schip voldoet aan de vereisten van dit Verdrag. Indien een aanvullend onderzoek wordt uitgevoerd voor de installatie van een systeem voor ballastwaterbeheer, wordt bij dit onderzoek bevestigd dat er een test is uitgevoerd bij de inbedrijfstelling om de installatie van het systeem te valideren door aan te tonen dat de mechanische, fysische, chemische en biologische processen daarvan naar behoren functioneren, rekening houdend met de door de Organisatie opgestelde richtlijnen. 2. De Administratie stelt passende maatregelen vast voor schepen die niet onder de bepalingen van punt 1 vallen om te waarborgen dat voldaan wordt aan de toepasselijke bepalingen van dit Verdrag. 3. Onderzoeken van schepen aangaande de handhaving van de bepalingen van dit Verdrag worden uitgevoerd door functionarissen van de Administratie. De Administratie kan de onderzoeken evenwel toevertrouwen aan hetzij daartoe benoemde inspecteurs, hetzij door haar erkende organisaties. 4. Een Administratie die inspecteurs benoemt of organisaties erkent voor het verrichten van onderzoeken als omschreven in punt 3, verleent deze inspecteurs of organisaties 1) Zie de door de Organisatie bij resolutie A.739(18) aangenomen richtlijnen, die door de Organisatie kunnen worden gewijzigd en de door de Organisatie bij resolutie A.789(19) aangenomen technische beschrijvingen die door de Organisatie kunnen worden gewijzigd. ten minste de bevoegdheid: .1 te vereisen dat het schip dat zij onderzoeken voldoet aan de bepalingen van dit Verdrag; en .2 onderzoeken te verrichten indien zulks wordt verzocht door de desbetreffende autoriteiten van een havenstaat die Partij is. 5. De Administratie stelt de Organisatie in kennis van de specifieke verantwoordelijkheden en voorwaarden voor de aan de benoemde inspecteurs of erkende organisaties gedelegeerde bevoegdheden die deze doorgeeft aan de Partijen ten behoeve van hun functionarissen. 6. Indien de Administratie, een benoemde inspecteur of een erkende organisatie bepaalt dat het ballastwaterbeheer van een schip niet overeenkomt met de gegevens op het ingevolge voorschrift E-2 of E-3 vereiste certificaat of zodanig is dat het schip niet naar zee kan zonder een bedreiging te vormen voor of schade te veroorzaken aan het milieu, de gezondheid van de mens, aan goederen of hulpbronnen, dient de inspecteur of organisatie erop toe te zien dat onverwijld herstelmaatregelen worden getroffen opdat het schip alsnog aan de vereisten voldoet. Een inspecteur of organisatie dient onverwijld in kennis te worden gesteld en erop toe te zien dat het certificaat niet wordt afgegeven danwel wordt ingetrokken, naar gelang hetgeen van toepassing is. Indien het schip in een haven van een andere Partij ligt, dienen ook de bevoegde autoriteiten van de havenstaat onmiddellijk te worden ingelicht. Wanneer een functionaris van de Administratie, een aangewezen inspecteur of een erkende organisatie de bevoegde autoriteiten van de havenstaat, heeft ingelicht, dient de Regering van die havenstaat deze functionaris, inspecteur of organisatie alle nodige hulp te verlenen om hun verplichtingen uit hoofde van dit voorschrift te vervullen, met inbegrip van eventuele maatregelen bedoeld in artikel 9. 7. Wanneer een ongeval plaatsvindt met een schip of een defect wordt ontdekt waardoor de mogelijkheden op een schip om het ballastwater te beheren in overeenstemming met dit Verdrag wezenlijk worden aangetast, rapporteert de eigenaar, exploitant of een andere verantwoordelijke voor het schip dit zo spoedig mogelijk aan de Administratie, de erkende organisatie of de benoemde inspecteur die verantwoordelijk is voor de afgifte van het desbetreffende certificaat, die erop toeziet dat een onderzoek wordt ingesteld om te bepalen of een onderzoek als vereist op grond van punt 1 noodzakelijk is. Indien het schip zich bevindt in een haven van een andere Partij, meldt de eigenaar, exploitant of andere verantwoordelijke voor het schip dit tevens onverwijld aan de desbetreffende autoriteiten van de havenstaat en de benoemde inspecteur of erkende organisatie dient vast te stellen of deze melding heeft plaatsgevonden. 8. In alle gevallen staat de betrokken Administratie volledig garant voor de volledigheid en doeltreffendheid van het onderzoek en dient zij te waarborgen dat de nodige maatregelen worden getroffen om aan deze verplichting te voldoen. 9. De toestand van het schip en zijn uitrusting, systemen en processen dienen zodanig te worden onderhouden dat voldaan wordt aan de bepalingen van dit Verdrag om te waarborgen dat het schip in alle opzichten geschikt blijft om naar zee te gaan zonder een bedreiging te vormen voor of schade te veroorzaken aan het milieu, de gezondheid van de mens, aan goederen of hulpbronnen. 10. Na afronding van een onderzoek van het schip uit hoofde van punt 1, mogen geen wijzigingen plaatsvinden aan de bouw, uitrusting, onderdelen, voorzieningen of materialen die behoren bij het op grond van voorschrift B-1 vereiste ballastwaterbeheersplan en geïnspecteerd zijn zonder sanctie van de Administratie, behalve bij directe vervanging van deze uitrusting of onderdelen.