Huidige tekst
Artikel A-4 BWM 2004
Voorschrift A-4 Ontheffingen 1. „Een Partij kan of Partijen kunnen in de wateren onder haar of hun rechtsmacht, naast de ontheffingen vervat in dit Verdrag, tevens ontheffing verlenen van de vereisten voor de toepassing van voorschriften B-3 of C-1, evenwel uitsluitend indien deze .1 worden verleend aan een schip of aan schepen op reis tussen aangegeven havens of locaties, of aan een schip dat uitsluitend vaart tussen aangegeven havens of locaties; .2 gelden voor een termijn van ten hoogste vijf jaar, onder voorbehoud van tussentijdse herziening; .3 zijn verleend aan schepen die geen ballastwater of sedimenten vermengen anders dan tussen de havens of locaties omschreven in punt 1.1; en .4 zijn verleend op grond van de door de Organisatie opgestelde richtlijnen voor risicoanalyse. 2. Ontheffingen verleend uit hoofde van punt 1 worden pas van kracht na mededeling aan de Organisatie en toezending van de desbetreffende informatie aan de Partijen. 3. Ontheffingen verleend uit hoofde van dit voorschrift mogen niet ten koste gaan van of leiden tot schade aan het milieu, de gezondheid van de mens, of aan goederen of hulpbronnen in aangrenzende of andere Staten. Een Staat die naar het oordeel van de Partij nadelige gevolgen kan ondervinden wordt geraadpleegd teneinde gesignaleerde problemen te verhelpen. 4. Ontheffingen verleend uit hoofde van dit voorschrift worden vastgelegd in het ballastwaterjournaal.