Huidige tekst
Artikel A-3 BWM 2004
Voorschrift A-3 Uitzonderingen De vereisten van voorschrift B-3 of maatregelen aangenomen door een Partij uit hoofde van artikel 2, derde lid, en Afdeling C, zijn niet van toepassing op: 1. het innemen of lozen van ballastwater en sedimenten ten behoeve van de waarborging van de veiligheid van een schip in noodsituaties of voor het redden van mensenlevens op zee; of 2. de onbedoelde lozing of inname van ballastwater en sedimenten als gevolg van beschadiging van een schip of zijn uitrusting: .1 mits voor en na het ontstaan van de schade of na het ontdekken van de schade of de lozing alle redelijke voorzorgen zijn getroffen om de lozing te voorkomen of tot een minimum te beperken; en .2 tenzij de eigenaar, Maatschappij of de verantwoordelijke officier de schade opzettelijk of door roekeloosheid veroorzaakt heeft; of 3. het innemen en lozen van ballastwater en sedimenten wanneer dit geschiedt teneinde voorvallen van verontreiniging door het schip te voorkomen of tot een minimum te beperken; of 4. het innemen en vervolgens lozen op volle zee van datzelfde ballastwater en dezelfde sedimenten; of 5. het lozen van ballastwater en sedimenten door een schip op dezelfde locatie waar dat ballastwater en die sedimenten geheel van afkomstig zijn en mits er geen vermenging met onbeheerd ballastwater uit andere gebieden heeft plaatsgevonden. Indien vermenging heeft plaatsgevonden, valt het ballastwater afkomstig van andere gebieden onder ballastwaterbeheer in overeenstemming met deze Bijlage.