Geneesmiddelenwet

Gnw

Huidige tekst

Artikel 48 Gnw

Geldt sinds 1 januari 2012

  1. 1

    Het College verleent, op aanvraag, binnen vijfenveertig dagen een parallelhandelsvergunning indien het geneesmiddel waarop de aanvraag betrekking heeft, is betrokken uit een andere lidstaat en gelijk of nagenoeg gelijk is aan een referentiegeneesmiddel waarvoor het College een handelsvergunning heeft verleend.

  2. 2

    Een parallelhandelsvergunning geldt voor dezelfde indicaties, contra-indicaties, bijwerkingen, dosering, wijze van gebruik en van toediening als die van het referentiegeneesmiddel. Het overeenkomstig artikel 46, eerste lid, genomen besluit tot goedkeuring van de samenvatting van de kenmerken van het referentiegeneesmiddel, is tevens van toepassing op het geneesmiddel waarvoor de desbetreffende parallelhandelsvergunning is verleend.

  3. 3

    Het College schorst een parallelhandelsvergunning zolang de handelsvergunning voor het referentiegeneesmiddel is geschorst.

  4. 4

    Het College trekt een parallelhandelsvergunning in zodra de handelsvergunning voor het referentiegeneesmiddel anders dan op verzoek van de houder daarvan wordt ingetrokken dan wel van rechtswege vervalt.

  5. 5

    De houder van een parallelhandelsvergunning stelt de houder van de handelsvergunning voor het referentiegeneesmiddel onverwijld ervan in kennis dat hem door het College een parallelhandelsvergunning is verleend.

  6. 6

    Na intrekking van de handelsvergunning voor het referentiegeneesmiddel op verzoek van de houder daarvan blijft de parallelhandelsvergunning van kracht, tenzij het College besluit dat door het geneesmiddel in de handel te laten een reëel gevaar voor de gezondheid van personen ontstaat.

  7. 7

    Indien de aanvraag betrekking heeft op een in Nederland octrooirechtelijk of door middel van een aanvullend beschermingscertificaat beschermd geneesmiddel dat wordt betrokken uit Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Slovenië, Slowakije of Tsjechië en daarvoor ten tijde van de registratie van het octrooi of het aanvullende beschermingscertificaat in de desbetreffende nieuwe lidstaat niet een dergelijke bescherming kon worden verkregen, wordt bij de aanvraag om een parallelhandelsvergunning tevens overgelegd een afschrift van de schriftelijke kennisgeving aan de houder van het octrooi of het aanvullende beschermingscertificaat of de begunstigde van die bescherming met betrekking tot het referentiegeneesmiddel waaruit blijkt dat de kennisgeving is gedaan ten minste 1 maand vóór de dag waarop de aanvraag is ingediend.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:832Parket bij de Hoge Raad, 20 september 2022 (strafrecht)

    Conclusie AG. Art. 69.3 AWR en art. 40.2 Geneesmiddelenwet. Falende klachten met betrekking tot 1. beroep op inkeerregeling van art. 69.3 AWR, 2. omstandigheid dat hof bij straftoemeting rekening…

  • ECLI:NL:GHSHE:2021:214Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 26 januari 2021 (belastingrecht)

    Fiscale fraudezaak. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk doen van onjuiste en onvolledige aangiften omzetbelasting voor haar…

  • ECLI:NL:RVS:2018:1353Raad van State, 25 april 2018 (bestuursrecht)

    Bij afzonderlijke besluiten van 3 juli 2012 heeft het College ter beoordeling van geneesmiddelen (hierna: het College) de door IPS aangevraagde parallelhandelsvergunningen voor de geneesmiddelen…

  • ECLI:NL:RBLIM:2017:7499Rechtbank Limburg, 28 juli 2017 (strafrecht)

    vrijspraak mensenhandel

  • ECLI:NL:RVS:2016:2947Raad van State, 9 november 2016 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 6 november 2014 heeft het College aan de besloten vennootschap Dr. Fisher Farma B.V. een parallelhandelsvergunning verleend voor het geneesmiddel D-Cure 25.000 IE, drank.

  • ECLI:NL:RBMNE:2015:4702Rechtbank Midden-Nederland, 25 juni 2015 (europees bestuursrecht)

    De rechtbank doet uitspraak in een beroepsprocedure tegen een besluit van het College ter beoordeling van geneesmiddelen, waarbij een parallelhandelsvergunning is verleend voor het geneesmiddel…

  • ECLI:NL:RBMNE:2015:4985Rechtbank Midden-Nederland, 25 juni 2015 (bestuursrecht)

    Het College ter beoordeling van geneesmiddelen heeft aanvragen om parallelhandelsvergunningen getoetst aan het in artikel 48 van de Geneesmiddelenwet (Gmw) neergelegde criterium van al dan niet…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.