Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester en de heffingsambtenaar en de invorderingsambtenaar van de gemeente Woerden, ieder handelend voor zover het de eigen bevoegdheden betreft;
Gelet op het bepaalde in de artikelen van de afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 231 van de Gemeentewet en de Organisatieregeling;
BESLUIT:
Het "Mandaatregister gemeente Woerden 2026" vast te stellen.
Hoofdstuk 1 MANDAATREGELING
Artikel 1 Mandaat
1De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden mandateren de directie, de directieleden (Algemeen directeur/Gemeente Secretaris en Directeur II), concerncontroller (Adviseur I), teammanagers (Manager I en II) en programmamanagers (Programmamanager II en III) om, binnen de grenzen van hun respectievelijke takenpakket, namens hen besluiten te nemen.
2Het mandaat omvat zowel het nemen van het besluit als de ondertekening daarvan.
3Het mandaat omvat eveneens de bevoegdheid om de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden te vertegenwoordigen in procedures waarbij deze als verweerder optreden in bezwaar en (hoger) beroep vanwege door hen genomen besluiten als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).
4Het bepaalde in dit besluit met betrekking tot mandaat is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot volmacht voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en met betrekking tot machtiging tot het verrichten van handelingen die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn (ex artikel 10:12 Awb).
5Het mandaat omvat mede het nemen van een beslissing op bezwaar door een teammanager (Manager I en II), met uitzondering van die gevallen waarin:
a.(het voorstel tot) de beslissing op bezwaar materieel afwijkt van het advies van de commissie bezwaarschriften;
b.de teammanager zelf het besluit heeft genomen waartegen het bezwaar zich richt;
c.het bezwaar zich richt tegen een door het college van burgemeester en wethouders of ander bestuursorgaan genomen besluit.
6De teammanager (Manager II) Juridische Zaken is bevoegd om op bezwaar te beslissen in die gevallen waarin de commissie bezwaarschriften heeft geadviseerd het bezwaar niet-ontvankelijk of ongegrond te verklaren, tenzij:
a.de teammanager zelf het besluit heeft genomen waartegen het bezwaar zich richt;
b.de commissie in haar advies andere aanbevelingen doet dan over gegrondheid en ontvankelijkheid;
c.het bezwaar zich richt tegen een door het college van burgemeester en wethouders of ander bestuursorgaan genomen besluit.
7De teammanager (Manager II) Veiligheid is bevoegd om opsporingsambtenaren en toezichthouders die vallen onder het team Veiligheid aan te wijzen.
Artikel 2 Volmacht
De burgemeester verleent de directie, de directieleden (Algemeen directeur/Gemeente Secretaris en Directeur II), concerncontroller (Adviseur I), teammanagers (Manager I en II) en programmamanagers (Programmamanager II en III) volmacht om de gemeente Woerden binnen de grenzen van hun respectievelijke takenpakket in en buiten rechte te vertegenwoordigen, als bedoeld in artikel 171 van de Gemeentewet.
Artikel 3 Uitzonderingen
1Het mandaat als bedoeld in artikel 1 en de volmacht als bedoeld in artikel 2 heeft, onverminderd artikel 10:3 van de Awb, geen betrekking op:
a.besluiten die ingrijpende gevolgen voor de gemeente Woerden hebben;
b.besluiten als bedoeld in artikel 160, tweede lid, van de Gemeentewet (deelneming privaatrechtelijke rechtspersoon);
c.besluiten als bedoeld in artikel 169, vierde lid, van de Gemeentewet (inlichtingen aan de raad over uitoefening bevoegdheden);
d.besluiten als bedoeld in artikelen 151b (veiligheidsrisicogebied), 151c (cameratoezicht), 154a (bestuurlijke ophouding), 172 (handhaving openbare orde), 174a (sluiten woning), 174b (veiligheidsrisicogebied), 175 (noodbevel), 176 (noodverordening) en 176a (bestuurlijke ophouding) van de Gemeentewet;
e.besluiten tot het vaststellen van beleidsregels (als bedoeld in artikel 1:3 Awb), algemeen verbindende voorschriften en bestuurlijke convenanten;
f.besluiten tot aanwijzing van opsporingsambtenaren en toezichthouders, anders dan besluiten zoals bedoeld in artikel 1, zevende lid.
Artikel 4 Ondermandaat
1Teammanagers mogen hun bevoegdheden, als bedoeld in artikel 1 en 2, binnen hun team aan ondergeschikten ondermandateren.
2Voor dit ondermandaat gelden de volgende voorwaarden:
a.ondermandaten treden alleen in werking indien zij in het Mandaatregister van de gemeente Woerden zijn opgenomen;
b.een ondermandaat wordt bekendgemaakt op de wijze als bedoeld in artikel 3:42 Awb;
c.het doormandateren van een ondermandaat is niet toegestaan.
3De volgende besluiten mogen niet in ondermandaat worden genomen:
a.het afdoen van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Awb;
b.het besluiten tot het opleggen van een bestuurlijke boete;
c.de beslissing op bezwaar;
d.het aanwijzen van opsporingsambtenaren en toezichthouders.
Artikel 5 Voorwaarden
1De uitoefening van (onder)gemandateerde bevoegdheden en verleende machtigingen geschiedt binnen de grenzen van de in de Organisatieregeling gemeente Woerden vastgestelde taken en met inachtneming van het geldend recht, alsmede de geldende beleids- en uitvoeringsregels.
2Het nemen van besluiten over en het ondertekenen van stukken die financiële gevolgen hebben, geschiedt overeenkomstig de geldende budgethoudersregeling en alleen voor zover daarvoor in een vastgestelde begroting financiële middelen beschikbaar zijn.
3De (onder)gemandateerden en de gemachtigden stellen de burgemeester, het college van burgemeester en wethouders, de portefeuillehouder en/of hun leidinggevende in kennis van te nemen besluiten en te verrichten handelingen, als zij mogen aannemen dat het verstrekken van informatie daarover gewenst is.
4Het besluit om een privaatrechtelijke rechtshandeling te verrichten geschiedt op basis van een schriftelijk voorstel aan de gemandateerde. Dit besluit wordt inclusief het voorafgaande voorstel in het archief opgenomen.
Artikel 6 Vervanging
De teammanager wordt bij afwezigheid vervangen door een collega-teammanager. De teammanagers spreken onderling af wie wie vervangt voor welke onderwerpen.
Artikel 7 Hiërarchie
1Het aan een bepaalde functionaris verleende mandaat wordt eveneens geacht te zijn verleend aan de betrokken hiërarchisch hogere functionarissen.
2De mandaatverlening laat de hiërarchische zeggenschapsverhoudingen binnen de organisatie onverlet. Leidinggevenden kunnen instructies en aanwijzingen geven voor de uitoefening van het mandaat, mits zij blijven binnen de grenzen van het mandaat en de eventueel door de mandaatgever gegeven instructies als bedoeld in artikel 10:6 Awb.
Artikel 8 Mandaat en de hiërarchische lijn
1Indien de functionaris aan wie een bevoegdheid is gemandateerd in een concreet geval vanwege de omstandigheden en/of zijn positie van deze bevoegdheid geen gebruik mag of wenst te maken, legt hij de besluitvorming aan de hiërarchisch hogere functionaris voor.
2De besluitvorming wordt aan het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan voorgelegd voor zover de in het vorige lid bedoelde verhinderende omstandigheden zich ten aanzien van alle hiërarchisch hogere functionarissen voordoen.
De budgethoudersregeling wordt met een separaat besluit door het college vastgesteld en bekendgemaakt.
Hoofdstuk 3 MANDAAT DIRECTIE
Artikel 1 Algemeen
Onverminderd de in hoofdstuk 1 aan haar verleende bevoegdheden is de directie in ieder geval bevoegd tot het nemen van besluiten en het verrichten van (rechts)handelingen, zoals in dit hoofdstuk vermeld.
Artikel 2 Ondermandaat directiebevoegdheden
1De directie mag haar bevoegdheden ondermandateren.
2Voor dit ondermandaat gelden de volgende voorwaarden:
a.ondermandaten treden alleen in werking indien zij in het Mandaatregister van de gemeente Woerden zijn opgenomen;
b.een ondermandaat wordt bekendgemaakt op de wijze als bedoeld in artikel 3:42 Awb;
c.het doormandateren van een ondermandaat is niet toegestaan.
3De volgende besluiten mogen niet in ondermandaat worden genomen:
a.het afdoen van klachten als bedoeld in artikel 3 van dit hoofdstuk;
b.het benoemen van een teammanager.
Artikel 3 Financiële bevoegdheden
1Het vaststellen van de teamplannen.
2Het vaststellen van uitwerkingen van de (sector)producten in functieclassificaties.
Artikel 4 Personele bevoegdheden
Alle personele besluiten op grond van de CAO Gemeenten en/of het Personeelshandboek, met uitzondering van:
1alle personele besluiten, inclusief benoeming en ontslag, ten aanzien van de gemeentesecretaris en een directeur;
2het vaststellen van de functiebeschrijving van de gemeentesecretaris en directeur;
3het vaststellen van het functiewaarderingssysteem, het functieboek en het wijzigen en toevoegen van nieuwe generieke functies in het functieboek met financiële gevolgen.
Artikel 5 Individuele directieleden
1Het college verleent de directeuren (Algemeen directeur/Gemeente Secretaris en Directeur II) mandaat voor alle personeelsbevoegdheden ten behoeve van de aansturing van de onder hen vallende teammanagers en andere medewerkers, voor zover niet uitgezonderd in het derde lid.
2Het college verleent de directeuren (Algemeen directeur/Gemeente Secretaris en Directeur II) mandaat voor het behandelen van een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Awb gericht tegen een teammanager.
3Bij afwezigheid van de betreffende directeur (Algemeen directeur/Gemeente Secretaris en Directeur II) wordt hij / zij vervangen door een collega directeur (Algemeen directeur/Gemeente Secretaris of Directeur II) voor de aansturing van de betreffende teammanagers en andere medewerkers.
4Het in het eerste lid verleende mandaat omvat niet de bevoegdheden op grond van:
a.het toepassen van sancties door te korten op het salaris, de aanvullende WW en de na-wettelijke WW wegens niet voldoen aan inspanningsverplichtingen betreffende re-integratie of wegens op andere wijze niet nakomen van verplichtingen.
b.het nemen van maatregelen na vermoedens van misstanden.
c.het opleggen van een schorsing als ordemaatregel.
d.het aanwijzen om werkzaamheden te verrichten bij buitengewone omstandigheden op grond van artikel 11.6 Cao Gemeenten.
Hoofdstuk 4 MANDAAT HEFFINGS- EN INVORDERINGSAMBTENAAR
§ 1 Mandaten van de Heffingsambtenaar
Artikel 1 Algemeen
1Het mandaat wordt gegeven met inachtneming van artikel 231, tweede lid, sub b van de Gemeentewet, en het aanwijsbesluit voor de verzending of uitreiking van aanslagbiljetten.
2Teammanagers (Manager I en II) mogen hun bevoegdheden binnen hun team aan ondergeschikten ondermandateren.
3Voor dit ondermandaat gelden de volgende voorwaarden:
a.ondermandaten treden alleen in werking indien zij in het Mandaatregister van de gemeente Woerden zijn opgenomen;
b.een ondermandaat wordt bekendgemaakt op de wijze als bedoeld in artikel 3:42 Awb;
c.het doormandateren van een ondermandaat is niet toegestaan.
Artikel 2 Mandaat teammanager (Manager II) Veiligheid en teammanager (Manager II) Fysieke Dienstverlening
1Vaststellen en verzenden van nota's inzake leges genoemd in de tarieventabel behorende bij de geldende legesverordening.
2Optreden als ambtenaar, jegens wie mede de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet gelden, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten die zijn ondergebracht in de tarieventabel behorende bij de geldende legesverordening.
Artikel 3 Mandaat teammanager (Manager I) Strategie, Financiën en Control
Vaststellen en verzenden van aanslagen en nota's conform de vigerende belastingverordening inzake aanslagen precariobelasting, nota's lijkbezorgingsrechten, nota's marktgelden, nota's havengelden, nota's reinigingsrechten, nota's leges, nota's recognities.
Artikel 4 Mandaat overige teammanagers (Manager I en II)
1Vaststellen van nota's conform de geldende belastingverordeningen.
2Optreden als ambtenaar, jegens wie mede de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet gelden, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten die zijn ondergebracht in de geldende belastingverordeningen.
Artikel 5 Extern mandaat Regionaal Historisch Centrum
De Streekarchivaris en de Medewerker gegevens III:
1Vaststellen van nota's inzake leges genoemd in de tarieventabel behorende bij de geldende legesverordening.
2Optreden als ambtenaar, jegens wie mede de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet gelden, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten die zijn ondergebracht in de tarieventabel behorende bij geldende legesverordening.
§ 2 Mandaten van de Invorderingsambtenaar
Artikel 6 Mandaat team Veiligheid
De medewerker locatie II belast met markt- en/of havenbeheer:
Optreden als invorderingsambtenaar ten aanzien van marktgelden, met uitzondering van de kwijtschelding daarvan.
Artikel 7 Mandaat team Publiek
De teammanager (Manager II), medewerker beleidsuitvoering III en medewerker publiek II belast met Burgerzaken:
Optreden als invorderingsambtenaar.
Artikel 8 Mandaat team Strategie, Financiën en Control
De tactisch leidinggevende III en medewerker bedrijfsvoering II en III belast met invordering:
Optreden als invorderingsambtenaar.
Hoofdstuk 5 MANDAAT LEERPLICHTAMBTENAAR
Artikel 1 Medewerker administratief & secretarieel I
De bevoegdheid/taak, genoemd in artikel 16, derde lid, van de Leerplichtwet 1969.
Hoofdstuk 1 MANDAAT GRIFFIE EN VOORZITTER REKENKAMERCOMMISSIE
Artikel 1 Voorzitter van de rekenkamercommissie
1Het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen met betrekking tot de aangelegenheden die verband houden met de taken van de rekenkamercommissie.
2Aan dit mandaat zijn de volgende voorschriften verbonden:
a.ondermandaat van deze bevoegdheden is niet toegestaan;
b.brieven en besluiten ter uitvoering van het door het college verleende mandaat worden in de meervoudsvorm geredigeerd en als volgt ondertekend:
met vriendelijke groet,
namens burgemeester en wethouders van Woerden,
de voorzitter van de rekenkamercommissie,
(handtekening).
3Volmacht voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen met betrekking tot de aangelegenheden die verband houden met de taken van de rekenkamercommissie.
4Brieven en besluiten ter uitvoering van de door de burgemeester verleende volmacht worden in de ik vorm geredigeerd en als volgt ondertekend:
namens de burgemeester van Woerden;
de voorzitter van de rekenkamercommissie,
(handtekening).
Hoofdstuk 2 ONDERTEKENINGSMANDAAT OFFICIER VAN JUSTITIE
Artikel 1 Extern mandaat
De hulpofficier van justitie belast met de uitvoering van het huisverbod:
1ondertekeningsmandaat (namens de burgemeester) voor het opleggen van een huisverbod als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet tijdelijk huisverbod
2aan dit ondertekeningsmandaat zijn de volgende voorschriften verbonden:
a.mandatering aan andere functionarissen of verdere ondermandatering is niet toegestaan en dient dan ook uitdrukkelijk te worden uitgesloten;
b.van het mandaat mag slechts gebruik gemaakt worden nadat de burgemeester hierover vooraf is geïnformeerd door de hulpofficier van justitie;
c.dit mandaat geldt uitsluitend voor huisverboden geredigeerd conform een door de burgemeester op 16 juni 2009 vastgestelde standaard concept beschikking;
d.een ter uitvoering van dit mandaat opgemaakt stuk wordt in de enkelvoudvorm geredigeerd en als volgt ondertekend:
De burgemeester van Woerden
namens deze
(functie)
(handtekening)
(naam)
e.de ondertekening geschiedt door de functionaris die het mandaat heeft; ondertekening per order of bij afwezigheid is daarom niet toegestaan;
f.de ondertekening van een ter uitvoering van dit mandaat opgemaakt stuk geschiedt schriftelijk en niet door het plaatsen van een handtekeningstempel of elektronische handtekening;
3machtiging om de volgende handelingen namens de burgemeester te verrichten:
a.ingeval van kindermishandeling of een ernstig vermoeden daarvan, alvorens wordt besloten over het opleggen van een tijdelijk huisverbod, overleg te plegen met Bureau Jeugdzorg;
b.in een dermate spoedeisende situatie dat het huisverbod niet tevoren op schrift kan worden gesteld, het huisverbod - met inachtneming van het hierboven in artikel 1, tweede lid bepaalde - mondeling aan te zeggen aan de uit huis te plaatsen persoon;
c.het mededelen van het huisverbod en de consequenties van het niet-naleven aan de huisgenoten van de uithuisgeplaatste, de aangewezen instantie voor advies of hulpverlening en, ingeval van kindermishandeling of een vermoeden daarvan, aan bureau Jeugdzorg;
d.het binnen 24 uur regelen van juridische bijstand voor de uithuisgeplaatste nadat deze hiertoe de wens te kennen heeft gegeven.
Hoofdstuk 3 MANDAAT COÖPERATIE PARKEERSERVICE U.A.
Artikel 1 Extern mandaat
1Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden mandateert de Manager Centrale Diensten van de Coöperatie Parkeerservice U.A. om in naam van burgemeester en wethouders van Woerden besluiten en overige correspondentie op grond van de Wegenverkeerswet 1994, Gemeentewet, Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, de geldende Parkeerverordening inclusief bijbehorend(e) Besluit(en) en de Wet open overheid
a.voor te bereiden;
b.te nemen, in te trekken of te wijzigen;
c.te ondertekenen en
d.af te doen
ten aanzien van de producten en diensten zoals opgenomen in Bijlage I behorende bij de Overeenkomst van Opdracht aan Coöperatie Parkeerservice U.A. en waarvoor het college van burgemeester en wethouders het bevoegd gezag is.
2Het mandaat omvat zowel het nemen van het besluit als de ondertekening daarvan.
3Aan de manager Centrale Diensten van de Coöperatie Parkeerservice U.A. mandaat dan wel machtiging te verlenen om de gemeente te (laten) vertegenwoordigen in bezwaarzaken bij de gemeente en beroepszaken bij de rechtbank, het gerechtshof, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en/of de Hoge Raad. Hieronder valt in ieder geval: vertegenwoordiging ter zitting, opstellen van verweerschriften, het voeren van mondeling en schriftelijk verweer en het verrichten van overige proceshandelingen, in de meest ruime zin. De manager Centrale Diensten is tevens gemachtigd om namens hem of haar, medewerkers of ingehuurde krachten die tot vertegenwoordiging gerechtigd zijn, in zijn of haar plaats te laten vertegenwoordigen.
4Aan de manager Centrale Diensten van de Coöperatie Parkeerservice U.A. mandaat te verlenen voor het afdoen van bezwaarschriften. Onder het afdoen van bezwaarschriften vallen alle handelingen die nodig zijn om te komen tot een beslissing op bezwaar. Dat wil zeggen alle voorbereidingshandelingen, zoals het inwinnen van advies, het horen en het verzoeken om aanvullende informatie, tot het opstellen en ondertekenen van de beslissing op bezwaar.
5Bij de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden worden wetgeving, beleidsregels en circulaires van rijk, provincie en/of gemeente in acht genomen;
6De gemandateerde maakt geen gebruik van de gemandateerde bevoegdheid, indien:
a.de verwachting gerechtvaardigd is dat de uitoefening van de bevoegdheid grote financiële, juridische of politiek/bestuurlijke gevolgen krijgt of vermoedelijk zal krijgen;
b.het een onderwerp betreft dat sterk in de publieke belangstelling staat of vermoedelijk zal staan en/of politiek gevoelig ligt;
c.er sprake is van mogelijke strijdigheid met vastgesteld beleid.
7In geval van uitoefening van mandaat worden besluiten of uitgaande stukken ondertekend met:
"Namens het college van burgemeester en wethouders van gevolgd door de functieaanduiding van de gemandateerde en zijn of haar naam en handtekening.
8het verlenen van ondermandaat is toegestaan.
Artikel 2 Mandaat van Heffings- en invorderingsambtenaar
1Aan de manager Centrale Diensten van de Coöperatie Parkeerservice U.A., mandaat te verlenen om namens de heffingsambtenaar en/of invorderingsambtenaar besluiten en correspondentie met betrekking tot parkeerbelastingen als bedoeld in artikel 225 van de Gemeentewet voor te bereiden, te nemen, te wijzigen en te ondertekenen, met betrekking tot bij of krachtens de wet aan hem gegeven bevoegdheden.
2Aan de manager Centrale Diensten van de Coöperatie Parkeerservice U.A., mandaat te verlenen om namens de heffingsambtenaar en/of invorderingsambtenaar besluiten en overige correspondentie op grond van artikel 225 van de Gemeentewet, de Parkeerverordening, de Parkeerbelastingverordening inclusief bijbehorend(e) Besluit(en) en de Wet open overheid
a.voor te bereiden;
b.te nemen, in te trekken of te wijzigen;
c.te ondertekenen en
d.af te doen
ten aanzien van de producten en diensten zoals opgenomen in Bijlage I behorende bij de Overeenkomst van Opdracht aan Coöperatie Parkeerservice UA en waarvoor de heffingsambtenaar en/of invorderingsambtenaar het bevoegd gezag is. Het mandaat wordt gegeven met inachtneming van artikel 231, tweede lid, sub b van de Gemeentewet en het Aanwijsbesluit voor de verzending of uitreiking van aanslagbiljetten.
3Aan de manager Centrale Diensten van de Coöperatie Parkeerservice U.A. mandaat te verlenen voor het afdoen van bezwaarschriften.
4De manager Centrale Diensten van de Coöperatie Parkeerservice U.A. kan ondermandaat verlenen aan medewerkers van de afdeling Centrale Diensten van de Coöperatie Parkeerservice U.A. Het verleende mandaat strekt zich niet uit tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van beleidsregels.
5Waar gesproken wordt over "manager Centrale Diensten" wordt ook bedoeld diens rechtsopvolger na mogelijke reorganisatie van de Coöperatie Parkeerservice U.A.
6Het afdoen van bezwaarschriften mag de manager Centrale Diensten ondermandateren aan de medewerkers van de afdeling Centrale Diensten van de Coöperatie Parkeerservice U.A. Voorwaarde is dat de ondergemandateerde niet betrokken is geweest bij het besluit in primo. Onder de bevoegdheid om bezwaarschriften af te doen vallen alle handelingen die vereist zijn om tot een beslissing op bezwaar komen. Dat wil zeggen alle voorbereidingshandelingen, zoals het inwinnen van advies, het horen en het verzoeken om aanvullende informatie tot het opstellen en ondertekenen van de beslissing op bezwaar.
7In geval van uitoefening van mandaat worden besluiten of uitgaande stukken ondertekend met:
"Namens de heffings- of invorderingsambtenaar van de gemeente Woerden", gevolgd door de functieaanduiding van de gemandateerde en zijn of haar naam en handtekening.
Hoofdstuk 4 MANDAAT VEILIGHEIDSREGIO UTRECHT
Artikel 1 Extern mandaat
1Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden mandateert de algemeen directeur van de Veiligheidsregio Utrecht voor het aanwijzen van toezichthouders als bedoeld in artikel 5:11 Awb en artikel 18.6, eerste lid, Omgevingswet, belast met het toezicht op de naleving van de volgende voorschriften op het gebied van brand- en fysieke veiligheid:
-De Omgevingswet, inclusief Besluit kwaliteit leefomgeving, Besluit activiteiten leefomgeving en Besluit bouwwerken leefomgeving;
-het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen als bedoeld in artikel 3, derde lid, Wet veiligheidsregio’s.
2Ondermandaat is enkel toegestaan aan de directeur Risicobeheersing van de Veiligheidsregio Utrecht.
Hoofdstuk 5 EXTERN MANDAAT KHONRAAD
Artikel 1 Mandaat Khonraad Software Engineering B.V.
De burgemeester mandateert de medewerkers van Khonraad Software Engineering B.V. voor het uitvoeren van de hoorplicht ex artikel 7, eerste lid, sub 3 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg.
Hoofdstuk 6 EXTERN MANDAAT Menzing en Partners
Artikel 1 Mandaat Menzing en Partners V.O.F.
Het college van burgemeester en wethouders mandateert de directeur van Menzing en Partners V.O.F. voor het opstellen en afgeven van Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp)-verklaringen inzake de dossiers waarin Menzing en Partners V.O.F. in opdracht dan wel met toestemming van de gemeente Woerden het minnelijk schuldbemiddelingstraject uitvoert.
Hoofdstuk 7 MANDAAT URGENTIEVERLENING
Artikel 1 Extern mandaat Stichting Urgentieverlening West-Utrecht
1Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden mandateert het bestuur van de Stichting Urgentieverlening West-Utrecht te besluiten aangaande
a.Het al dan niet verlenen van een urgentieverklaring als bedoeld in de geldende huisvestingsverordening, met uitzondering van een urgentieverlening op volkshuisvestelijke indicatie bij sloop- en verbeterprojecten van Stichting Cazas Wonen.
b.Het verlenen van een urgentieverklaring op basis van de in de geldende huisvestingsverordening opgenomen hardheidsclausule.
c.Het vaststellen en afwijken van een zoekprofiel bij verlening van urgentie als bedoeld in de geldende huisvestingsverordening.
2Het mandaat omvat zowel het nemen van het besluit als de ondertekening daarvan.
3Ondermandaat is voor zover het betreft het nemen van de in het eerste lid bedoelde besluiten toegestaan en wordt geacht te worden verleend aan de urgentiecommissie van de Stichting Urgentieverlening West-Utrecht.
4Ondermandaat is voor zover het betreft de ondertekening van de in het eerste lid bedoelde besluiten toegestaan en wordt geacht te worden verleend aan de voorzitter van de urgentiecommissie of aan zijn plaatsvervanger.
5Het mandaat omvat de bevoegdheid om het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden te vertegenwoordigen in procedures waarbij deze als verweerder optreedt in bezwaar vanwege door haar genomen besluiten als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht.
6Ondermandaat is, voor zover het betreft de in het vijfde lid bedoelde vertegenwoordiging in procedures in bezwaar, toegestaan en wordt geacht te worden verleend aan WoningNet N.V..
Artikel 2 Mandaat toepassen hardheidsclausule
1Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden mandateert de teammanager (Manager I en II) Strategie en Beleid Fysieke Leefomgeving 2 om:
a.de hardheidsclausule als bedoeld in de geldende huisvestingsverordening toe te passen;
b.besluiten op bezwaar te nemen bij het verlenen van een urgentieverklaring als bedoeld in de geldende huisvestingsvergoeding
c.bij toepassing van sub a en/of b, een zoekprofiel als bedoeld in de geldende huisvestingsverordening, toe te passen;
2Het mandaat omvat zowel het nemen van het besluit als de ondertekening daarvan.
3Ondermandaat is niet toegestaan.
Hoofdstuk 8 MANDAAT VOLKSHUISVESTING
Artikel 1 Extern Mandaat Stichting Cazas Wonen
1Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden mandateert de directeur-bestuurder van de Stichting Cazas Wonen om, binnen de grenzen van vastgesteld beleid, namens het college te beslissen op aanvragen om urgentieverklaring op volkshuisvestelijke indicatie bij sloop- en verbeterprojecten van de stichting.
2Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden mandateert de directeur-bestuur van Stichting Cazas Wonen om, binnen de grenzen van vastgesteld beleid, namens het college te beslissen op aanvragen voor huisvestingsvergunningen, als bedoeld in paragrafen 2.2, 2.4 en 2.5 en het bijhouden van het register van woningzoekenden als bedoeld in paragraaf 2.3 van de geldende huisvestingsverordening.
3Het mandaat omvat zowel het besluit als de ondertekening daarvan.
4Het mandaat omvat de bevoegdheid om het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden te vertegenwoordigen in procedures waarbij deze als verweerder optreden in bezwaar en (hoger) beroep vanwege door hen genomen besluiten als bedoeld in de Awb.
5Ondermandaat aan leidinggevenden in dienst van de stichting is toegestaan.
6Een ondermandaat wordt bekendgemaakt op de wijze als bedoeld in artikel 3:42 Awb.
Hoofdstuk 9 MANDAAT Stichting Samen Veilig Midden-Nederland
Artikel 1 Mandaat
1Het college van burgemeester en wethouders verleent mandaat aan de medewerkers van SAVE (in het primair proces) van de gecertificeerde Stichting Samen Veilig Midden-Nederland, gevestigd te Utrecht aan de Tiberdreef 8 (3561 GG) tot het indienen van een verzoek bij de rechtbank op grond van artikel 6.1.8 van de Jeugdwet om machtiging te verlenen om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven in het vrijwillig kader en tot het voorbereiden van en de vertegenwoordiging in (civiele) procedures bij de rechtbank, het gerechtshof en de Hoge Raad.
2Het college van burgemeester en wethouders verleent mandaat aan de medewerkers van SAVE (in het primair proces) van de Stichting Samen Veilig Midden-Nederland tot het beoordelen en indienen van een verzoek tot onderzoek bij de Raad voor de Kinderbescherming, als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van de Jeugdwet.
3Het college van burgemeester en wethouders geeft toestemming aan de gecertificeerde Stichting Samen Veilig Midden Nederland om ten aanzien van het nemen van de besluiten als bedoeld in het eerste en tweede lid ondermandaat te verlenen aan de volgende drie gecertificeerde instellingen: Stichting William Schrikker Groep (WSG), Stichting Gereformeerde Jeugdbescherming (SGJb) en het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (LJ&R).
Artikel 2 Kaders uitoefening bevoegdheden
1De medewerkers hanteren bij de uitoefening van de opgedragen werkzaamheden het beleid van het college van Woerden alsmede de door de gemeenteraad vastgestelde kaders.
2Indien een medewerker in afwijking van het bepaalde in het eerste lid wenst te besluiten, treedt hij hierover in overleg met het college.
Artikel 3 Informatie, afschriften en voorafgaand overleg
1De medewerkers informeren het college bij zwaarwegende omstandigheden en gebeurtenissen die betrekking hebben op de gemandateerde bevoegdheden.
2De medewerkers zenden afschriften aan de gemeente van relevante correspondentie met betrekking tot de uitoefening van gemandateerde werkzaamheden.
3De medewerkers verschaffen, voorafgaand aan de uitoefening van de werkzaamheden bedoeld in artikel 1 alle benodigde informatie en voeren tevens overleg met het college indien:
a.de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid voor het college naar verwachting politieke en/of maatschappelijke gevolgen kan hebben;
b.een besluit tot consequentie kan hebben dat de gemeente aansprakelijk zal worden gesteld of anderszins aangesproken zal worden;
c.het een besluit betreft waaruit onvoorziene financiële of andere consequenties voortvloeien die tot overschrijding kunnen leiden van beschikbare budgetten of begrotingsposten;
d.het college de wens daartoe kenbaar heeft gemaakt.
Artikel 4 Ondertekening
Een ter uitvoering van dit mandaat opgemaakt stuk wordt als volgt ondertekend:
Namens het college van burgemeester en wethouders van Woerden,
(handtekening)
(naam)
(functie)
Hoofdstuk 10 EXTERN MANDAAT AAN POLITIE VOOR GEBIEDSONTZEGGINGEN
Artikel 1 Mandaat
1De burgemeester verleent mandaat aan alle ambtenaren van politie werkzaam in het werkgebied van de politieregio Midden-Nederland, basisteam De Copen tot het opleggen van een gebiedsontzegging als bedoeld in artikel 2:78 van de Algemene plaatselijke verordening (APV) Woerden;
2Deze bevoegdheid mag uitsluitend worden uitgeoefend volgens de procedure zoals opgenomen in de "Beleidsregels gebiedsontzeggingen op grond van artikel 2:78 APV Woerden".
Hoofdstuk 11 EXTERN MANDAAT- EN AANWIJZINGSBESLUIT DPG GGDrU 2017
Artikel 1 Mandaat en aanwijzing
1Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden verleent mandaat aan de directeur publieke gezondheid van de GGDrU tot de uitoefening van de bevoegdheid tot het nemen en ondertekenen van de besluiten als bedoeld in de bijlage 1 bij dit mandaatbesluit (zie onderaan).
2Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden wijst de directeur publieke gezondheid van de GGD aan als toezichthouder als bedoeld in de artikelen 1.61, eerste lid van de Wet kinderopvang.
3Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden wijst de directeur publieke gezondheid van de GGD aan als toezichthouder op kinderopvang als bedoeld in de Tijdelijke wet maatregelen covid-19.
Artikel 2 Schakelbepaling
Onder de verlening van het mandaat als bedoeld in artikel 1 wordt mede verstaan:
a.Ondermandaat voor het nemen en ondertekenen van besluiten aan medewerkers van de GGDrU is toegestaan;
b.Het voorbereiden van de besluiten als bedoeld in artikel 1;
c.Het doen uitvoeren van de besluiten als bedoeld in artikel 1, met in begrip van het verrichten van alle feitelijke handelingen en privaatrechtelijke rechtshandelingen die daartoe strekken.
Artikel 3 Uitgezonderde besluiten en beslissingen
1Van de mandaatverlening als bedoeld in artikel 1 zijn uitgesloten de bevoegdheden tot het nemen van de navolgende besluiten en beslissingen:
a.Het verlenen van een ondermandaat voor de bevoegdheid tot het aanwijzen van een persoon als toezichthouder;
b.Het verlenen van een ondermandaat voor de bevoegdheid tot het aanwijzen van een andere door de wet genoemde functionaris als bedoeld in artikel 1 sub a tot en met c;
c.Het nemen van een besluit op bezwaar gericht tegen een primair besluit als bedoeld in artikel 1;
d.Het behandelen van beroepsprocedures en voorlopige voorzieningen bij de bestuursrechter tegen primaire besluiten en besluiten op bezwaar en hoger beroepsprocedures gericht tegen uitspraken van de rechtbank.
2Onder de uitsluitingsgronden als bedoeld in het eerste lid, sub c en d valt niet het verlenen van ondersteuning ten behoeve van de voorbereiding van het nemen van een besluit op bezwaar respectievelijk van de behandeling van het beroep en hoger beroep en van de voorlopige voorziening.
Artikel 4 Instructies
1Ten aanzien van de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden verleent het college van burgemeester en wethouders uitsluitend schriftelijke instructies, tenzij sprake is van een spoedeisend geval.
2Het college van burgemeester en wethouders stemt zijn schriftelijke instructies als bedoeld in het eerste lid vooraf af met de directeur publieke gezondheid van de GGDrU.
Artikel 5 Aanwijzing
Bij de uitoefening van een bevoegdheid tot het aanwijzen van een persoon als toezichthouder of een andere door de wet genoemde functionaris maakt de Directeur Publieke Gezondheid gebruik van het Model aanwijzingsbesluit.
Artikel 6 Uitvoering van het mandaat
Het algemeen bestuur stemt schriftelijk in met de verlening van dit mandaat aan de Directeur Publieke Gezondheid door kennisgeving daarvan aan het college van burgemeester en wethouders voordat de Directeur Publieke Gezondheid het mandaat uitvoert dan wel doet uitvoeren.
Artikel 7 Wijze van ondertekening
Een op grond van dit mandaat genomen besluit wordt door de gemandateerde ondertekend met de vermelding "Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden, namens het college [naam en titel huidige directeur], de directeur publieke gezondheid GGDrU".
Artikel 8 Aanduiding
Dit besluit kan aangehaald worden als ‘Mandaat- en aanwijzingsbesluit college - DPG GGDrU 2017’.
Hoofdstuk 12 MANDAATBESLUIT Samenwerkingsovereenkomst Essentiële Functies, Samen Sturen en Leren Utrecht-West Woerden
Artikel I.
Aan de bestuurlijk vertegenwoordiger van de regio Utrecht-West in het Bestuurlijk Platform Jeugd en indien van toepassing diens opvolger, te verlenen:
1mandaat om voor de Samenwerkingsovereenkomst Essentiële Functies, Samen Sturen en Leren voor de opdracht per 1 april 2020 in het Bestuurlijk Platform Jeugd besluiten te nemen zoals beschreven in paragraaf 6.5 van de Samenwerkingsovereenkomst Essentiële Functies (corsa 20.0000134) zijnde het:
-Vaststellen van de omvang van de taakgerichte bekostiging essentiële wanneer deze conform de uitgangspunten van de Uitnodiging tot inschrijving voor de opdracht is. Dit betekent dat de bestuurlijk vertegenwoordiger van de regio in het Bestuurlijk Platform het mandaat heeft om de overeenkomst essentiële functies aan te gaan.
-Vaststellen van noodzakelijke wijzigingen in de overeenkomst essentiële functies op basis van de bepalingen van artikel 11 van deze overeenkomst.
-Verlengen van de overeenkomst essentiële functies conform de bepalingen van artikel 4.4 van deze overeenkomst.
-Aanpassen, waar nodig, van de verlengingstermijn van de overeenkomst essentiële functies conform de bepalingen van artikel 4.4 (corsa 20.0000135) van deze overeenkomst.
-Ontbinden overeenkomst essentiële functies conform de bepalingen van artikel 11 van de Samenwerkingsovereenkomst Essentiële Functies.
2De bevoegdheid tot het uitoefenen van de bevoegdheid tot het vertegenwoordigen van de gemeente buiten rechte, zoals bedoeld in artikel 171 van de Gemeentewet, voor zover, en uitsluitend nodig ter uitvoering van de overeenkomstig de het in het eerste lid van onderhavig artikel verleende mandaat genomen besluiten.
Artikel II.
Ten aanzien van de uitoefening van de onder punt I van dit besluit bedoelde mandaten, volmachten en machtigingen, de volgende algemene bepalingen vast te stellen.
Artikel 1 Begripsbepalingen
In dit mandaatbesluit wordt verstaan onder:
a.mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten ex artikel 1:3 van de Awb te nemen en te ondertekenen;
b.volmacht: de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;
c.machtiging: de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan handelingen, die noch een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, te verrichten.
Artikel 2 Vervanging bij afwezigheid
In geval van afwezigheid van de functionaris, aan wie bij dit besluit bevoegdheden zijn toegekend, worden deze bevoegdheden uitgeoefend door zijn plaatsvervanger.
Artikel 3 Instructies
1Ten aanzien van de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden worden de volgende instructies gegeven:
a.Bij de uitoefening van de bevoegdheden wordt het daaromtrent gestelde bij of krachtens wetten, besluiten, verordeningen, circulaires, regelingen, aanwijzingen en richtlijnen van rijks-, provinciale en gemeentelijke wetgevers of bestuursorganen in acht genomen.
b.De uitvoering van de bevoegdheden is in lijn met de Samenwerkingsovereenkomst Essentiële Functies, Samen Sturen en Leren welke is vastgesteld tijdens het Bestuurlijk Platform Jeugd 4 maart 2020.
c.De deelnemende gemeenten in de regio Utrecht-West worden geïnformeerd bij belangrijke momenten gedurende het (aanbestedings)proces;
2De mandaatverlener kan de gemandateerde per geval of in het algemeen instructies geven ter zake van de gemandateerde of bij volmacht gegeven bevoegdheden.
Artikel 4 Citeertitel en inwerkingtreding
1Dit besluit kan worden aangehaald als “Mandaatbesluit Samenwerkingsovereenkomst Essentiële Functies, Samen Sturen en Leren Utrecht-West”.
2Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2024 en vervalt op het moment dat de Samenwerkingsovereenkomst Essentiële Functies, Samen Sturen en Leren Utrecht-West ontbonden wordt.
Hoofdstuk 13 MANDAAT FERM WERK
Artikel 1 Mandaat
1Het college van B&W van Woerden verleent mandaat aan de bestuursorganen van Ferm Werk tot het uitoefenen van de bevoegdheden zoals bedoeld in artikel 20 van de geldende Verordening maatschappelijke ondersteuning.
2Het mandaat omvat tevens de bevoegdheid om bezwaarschriften tegen gemandateerde besluiten te laten behandelen door de Commissie voor de behandeling van bezwaarschriften van de gemeente Woerden.
Hoofdstuk 1 ONDERMANDAAT MANAGEMENT
Artikel 1 Personeelsbevoegdheden
1De directie verleent de teammanagers (met de functie manager I of II) ondermandaat van alle aan haar gemandateerde personeelsbevoegdheden ten behoeve van de aansturing van hun team, voor zover in dit mandaatregister niet uitgezonderd.
2De directie verleent de teamleiders (met de functie tactisch leidinggevende II of III) ondermandaat van alle aan haar gemandateerde personeelsbevoegdheden ten behoeve van de aansturing van hun subteam, voor zover in dit mandaatregister niet uitgezonderd.
3Bij afwezigheid van de teammanager geldt de vervangingsregeling zoals opgenomen in artikel 6 van hoofdstuk 1 van deel 1 van dit mandaatregister. Bij afwezigheid van een teamleider, als bedoeld in het tweede lid, wordt deze vervangen door diens teammanager.
Artikel 2 Uitzonderingen
a.Het in het vorige artikel verleende ondermandaat omvat niet de volgende bevoegdheden: het toepassen van sancties door te korten op het salaris, de aanvullende WW en de na-wettelijke WW wegens het niet voldoen aan inspanningsverplichtingen betreffende re-integratie of wegens op andere wijze niet nakomen van verplichtingen;
b.het nemen van maatregelen na vermoedens van misstanden;
c.het opleggen van een schorsing als ordemaatregel;
d.het aanwijzen om werkzaamheden te verrichten bij buitengewone omstandigheden op grond van artikel 11.6 Cao Gemeenten.
Hoofdstuk 2 ONDERMANDATEN SOCIAAL TEAM
Artikel 1 Medewerker beleidsuitvoering I
1Het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders en/of de burgemeester bij juridische procedures, waarin de gemeente als partij is opgeroepen.
2Alle bevoegdheden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 met daaraan gekoppelde verordeningen, reglementen, uitvoeringsbesluiten en beleidsregels.
3Alle bevoegdheden op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening met daaraan gekoppelde verordeningen, reglementen, uitvoeringsbesluiten en beleidsregels.
4Het openen van een rekening ten behoeve van inkomensbeheer of een reserveringsrekening.
Artikel 2 Medewerker beleidsuitvoering II
1Het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders en/of de burgemeester bij juridische procedures, waarin de gemeente als partij is opgeroepen.
2Alle bevoegdheden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 met daaraan gekoppelde verordeningen, reglementen, uitvoeringsbesluiten en beleidsregels.
3Alle bevoegdheden op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening met daaraan gekoppelde verordeningen, reglementen, uitvoeringsbesluiten en beleidsregels.
Artikel 3 Medewerker bedrijfsvoering IV belast met schuldhulpverlening
Het openen van een rekening ten behoeve van inkomensbeheer of een reserveringsrekening.
Artikel 4 Medewerker beleidsuitvoering I en Projectleider III
Het beslissen op verzoeken op grond van de Wet open overheid.
Hoofdstuk 3 ONDERMANDATEN PUBLIEK
§ 1 Algemeen
Artikel 1 Medewerker beleidsuitvoering I, II en III belast met burgerzaken
1Aanwijzen van instellingen als bedoeld in artikel 2.40 Wet basisregistratie personen (hierna: Wet BRP).
2Uitvoering van artikel 2.50 Wet BRP.
3Het op grond van de Wet BRP uitoefenen van alle bevoegdheden, met uitzondering van de bevoegdheden op grond van artikel 2.8 tweede lid, sub e, waarbij ondermandaat niet is toegestaan.
4Beschikkingen (ambtshalve of op verzoek) met betrekking tot het aanbrengen van wijzigingen in de basisadministratie persoonsgegevens, anders dan op grond van aangifte door de burger (Wet BRP).
5Beschikkingen met betrekking tot selecties uit de basisadministratie persoonsgegevens (Wet BRP).
6Beschikkingen tot het verstrekken en respectievelijk weigeren van inlichtingen uit de basisadministratie persoonsgegevens (Wet BRP).
7Beschikken met betrekking tot de weigering van afgifte en het intrekken van reisdocumenten.
8Het uitoefenen van alle in de Paspoortwet, de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland en het Paspoortbesluit aan de burgemeester opgedragen bevoegdheden.
9Beschikken met betrekking tot de weigering van afgifte en het intrekken van rijbewijzen.
10Het in ontvangst nemen en doorsturen van aanvragen van een verklaring omtrent het gedrag.
11Benoeming van stembureauleden (Kieswet).
12Het aanwijzen van stemlocaties.
13Afgifte van vervangende stempassen en volmachtsbewijzen om aan verkiezingen deel te kunnen nemen op grond van de Kieswet en Kiesbesluit.
14Het uitoefenen van alle in de Rijkswet op het Nederlanderschap en in het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap aan de burgemeester opgedragen bevoegdheden.
15Het verzoek tot verstrekking van inlichtingen uit de justitiële documentatie (E-justis) ten behoeve van de beoordeling van aanvragen tot het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit.
16Afgifte van laissez-passer voor het vervoer van een overledene naar het buitenland (Wet op de lijkbezorging).
17Verlof verlenen tot het ontleden en begraven of cremeren van een stoffelijk overschot (Wet op de lijkbezorging).
18Beslissen op aanvragen op verlof tot ontleding en toestemming tot verlenging van de termijn tot begraven of verbranden en de afgifte van een laissez passer voor lijken op grond van de Wet op de Lijkbezorging.
19Het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders en/of de burgemeester van de gemeente bij juridische procedures, waarin de gemeente als partij is opgeroepen.
Artikel 2 Medewerker beleidsuitvoering II en medewerker publiek II belast met burgerzaken
1Het legaliseren van handtekeningen en het waarmerken van documenten.
2Beschikken met betrekking tot de weigering van afgifte en het intrekken van reisdocumenten.
3Het uitoefenen van de in het Reglement rijbewijzen en de Wegenverkeerswet 1994 aan de burgemeester opgedragen bevoegdheid tot het in behandeling nemen van de aanvragen tot het uitreiken en inhouden van rijbewijzen.
4Beschikkingen met betrekking tot uitstel van lijkbezorging (Wet op de lijkbezorging).
5Afgifte van laisser-passer voor het vervoer van een overledene naar het buitenland (Wet op de lijkbezorging).
6Verlof verlenen tot het ontleden en begraven of cremeren van een stoffelijk overschot (Wet op de lijkbezorging).
7Het afgeven van gehandicaptenparkeerkaarten op grond van artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer.
8Het in ontvangst nemen en doorsturen van aanvragen van een verklaring omtrent het gedrag.
9Bevoegdheid tot het in behandeling nemen van aanvragen, het uitreiken en inhouden van reisdocumenten.
Artikel 4 Medewerker publiek III en IV
1Het legaliseren van handtekeningen en waarmerken van documenten.
2Het uitoefenen van de in de Paspoortwet, de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland en het Paspoortbesluit aan de burgemeester opgedragen bevoegdheid tot het uitreiken en inhouden van reisdocumenten.
3Het uitoefenen van de in het Reglement rijbewijzen en de Wegenverkeerswet 1994 aan de burgemeester opgedragen bevoegdheid tot het uitreiken en inhouden van rijbewijzen.
Artikel 5 Adviseur III en IV en Medewerker beleidsuitvoering I, II en III
1Het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders en/of de burgemeester bij juridische procedures, waarin de gemeente als partij is opgeroepen.
2Het nemen van besluiten op grond van de geldende subsidieverordening en daarop gebaseerde geldende regelgeving en beleidsregels.
3Het beslissen op verzoeken op grond van de Wet open overheid.
§ 2 Ondermandaten van de Heffingsambtenaar
Artikel 6 Medewerker beleidsuitvoering II en medewerker publiek II belast met burgerzaken
1Vaststellen van nota's inzake leges genoemd in de tarieventabel behorende bij de geldende legesverordening.
2Optreden als ambtenaar jegens wie mede de verplichtingen bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en in de artikelen 58 en 60 van de Invorderingswet 1990, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet gelden, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten die zijn ondergebracht in hoofdstuk 1 van de tarieventabel behorende bij de geldende legesverordening.
Hoofdstuk 4 ONDERMANDATEN VEILIGHEID
§ 1 Algemeen
Artikel 1 Medewerker handhaving 0 en medewerker beleidsuitvoering I en II
1Beslissen op verzoek om omgevingsvergunning voor alle activiteiten als bedoeld in de Omgevingswet die onder het takenpakket van het team Veiligheid vallen.
2Buiten behandeling laten, aanhouden, verdagen of verlengen van de beslistermijn van een aanvraag om vergunning of ontheffing als bedoeld in dit artikel.
3Beslissen inzake teruggave van legeskosten ten aanzien van een aanvraag om vergunning of ontheffing als bedoeld in dit artikel.
4Beslissen ter zake van een verzoek om het aanbrengen van voorwerpen, stoffen of andere goederen op de openbare weg (zogeheten "precariovergunning").
5Intrekken van een vergunning of ontheffing als bedoeld in dit artikel.
6Verzoek om inlichtingen omtrent gedrag bij de politie ten behoeve van de uitvoering van de Alcoholwet, de Wet op de Kansspelen en de APV.
7Administratieve begeleiding en advisering op aanvragen om ontheffingen, vrijstellingen of verklaringen aan de minister.
8Aanvragen van uittreksels uit het Strafregister en het aanvragen van justitiële gegevens als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens voor de uitvoering van de Alcoholwet en de Wet op de Kansspelen.
9Correspondentie en eerste aanschrijvingen in het kader van de uitvoering van de Alcoholwet.
10Beslissen op verzoek om ontheffingen voor zwak-alcoholische drank bij bijzondere zeer tijdelijke gelegenheden.
11Beslissen op verzoek om een vergunning tot het aanwezig hebben van speelautomaten.
12Beslissen op verzoek om een loterijvergunning als bedoeld in artikel 3 Wet op de Kansspelen.
13Beslissen op verzoek om een vergunning voor het houden van optochten.
14Verkorten termijn en in behandeling nemen mondeling verzoek aan burgemeester.
15Beslissen op verzoek om een vergunning voor een feest, muziek en wedstrijd e.d. op de openbare weg.
16Beslissen op verzoek om een vergunning voor het anders gebruiken van de weg of een weggedeelte.
17Beslissen op verzoek om een evenementenvergunning voor evenementen die, op basis van de risicoscan van de Veiligheidsregio Utrecht (VRU), vallen in de risicoklasse A.
18Beslissen op verzoek om een ontheffing voor het bezigen van consumentenvuurwerk.
19Beslissen op verzoek om een ontheffing geluidhinder.
20Beslissen op verzoek om een ventvergunning hetzij voor de duur van één dag, hetzij voor de duur van een jaar.
21Beslissen op verzoek om een tijdelijke standplaatsvergunning en een standplaatsvergunning voor de duur van één jaar.
22Beslissen op verzoek om een vergunning voor het houden van een snuffelmarkt.
23Gegevens verstrekken aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
24Bijhouden openbaar register.
25Beslissen op verzoek om een Alcoholwetvergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet.
26Beslissen op verzoek om een tijdelijke ontheffing Alcoholwetvergunning op grond van artikel 35 van de Alcoholwet.
27Beslissen op verzoek om een ontheffing voor parkeren van voertuigen langer dan 6 meter of hoger dan 2,4 meter op de weg.
Artikel 2 Medewerker handhaving 0, I, II en III
1Het geven van een mondeling bevel tot stillegging van de werkzaamheden in geval van illegale bouw en sloop.
2Op een melding van het voornemen tot sloop besluiten tot:
a.de mededeling dat de melding is aanvaard (instemming);
b.de mededeling dat binnen de wettelijke termijn ontbrekende gegevens moeten worden overgelegd;
c.de mededeling dat het voornemen vergunningplichtig is;
d.het niet behandelen van de melding wegens onvolledigheid (artikel 4:5 Awb).
3Een verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit intrekken.
4Een verleende omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit intrekken.
5Gegevens verstrekken aan het CBS.
6Alle bevoegdheden krachtens de Wet kwaliteitsborging (Wkb) en de daarop gebaseerde uitvoeringsbesluiten.
7Opmaken van processen-verbaal van constatering als bedoeld in artikel 10 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen (BAG).
8Opmaken van schriftelijke verklaringen, strekkende tot het signaleren van een wijziging in de feitelijke situatie die van invloed is op een of meer in de gebouwenregistratie opgenomen gegevens en die niet voortvloeit uit een krachtens de Wet BAG aangewezen brondocument.
Artikel 3 Adviseur III en IV
1Stilleggen bouwwerkzaamheden.
2Stilleggen sloopwerkzaamheden.
3Stilleggen bouwwerkzaamheden 125 Gemeentewet en artikel 5:32 Awb (dwangsom).
4Stilleggen sloopwerkzaamheden op grond van artikel 125 Gemeentewet en artikel 5:32 Awb (dwangsom).
5Een verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit intrekken.
6Een verleende omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit intrekken.
7Het opleggen van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 125 Gemeentewet juncto artikel 5:24 Awb.
8Het opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 5:32 Awb.
9Te besluiten tot het aanmerken van een hond als gevaarlijk of hinderlijk en het opleggen van een kort aanlijn- en muilkorf gebod op basis van de Beleidsregels hinderlijke en gevaarlijke honden en artikel 2:59 en 2:59A van de Algemene plaatselijke verordening en deze besluiten te ondertekenen.
10Het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders en/of de burgemeester bij juridische procedures, waarin de gemeente als partij is opgeroepen.
11Het beslissen op verzoek op grond van de Wet open overheid.
12het beslissen op verzoeken op grond van de APV.
13Opmaken van processen-verbaal van constatering als bedoeld in artikel 10 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen (BAG).
14Opmaken van schriftelijke verklaringen, strekkende tot het signaleren van een wijziging in de feitelijke situatie die van invloed is op een of meer in de gebouwenregistratie opgenomen gegevens en die niet voortvloeit uit een krachtens de Wet BAG aangewezen brondocument.
Artikel 4 Medewerker handhaving 0
1Het opleggen van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 125 Gemeentewet juncto artikel 5:24 Awb.
2Het opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 5:32 Awb.
Artikel 5 Medewerker locatie II
1Het afhandelen van klachten en uitvoeringswerkzaamheden met betrekking tot de markt en gebruik van openbaar vaarwater.
2Het nemen van besluiten op grond van de marktverordening, het daarbij behorende geldende inrichtingsplan, de Verordening op het gebruik van het openbaar vaarwater en de APV.
§ 2 Ondermandaten van de heffingsambtenaar
Artikel 6 Manager II
1Vaststellen van nota's inzake leges genoemd in de tarieventabel behorende bij de geldende legesverordening, nota's inzake marktgelden als bedoeld in de geldende verordening marktgelden en van nota's inzake havengelden als bedoeld in de geldende verordening havengelden.
2Optreden als ambtenaar, jegens wie mede de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet gelden, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten die zijn ondergebracht in de hoofdstukken 2 en 3 van de tarieventabel behorende bij geldende legesverordening, de geldende verordening marktgelden en de geldende verordening havengelden.
Artikel 7 Medewerker locatie II
1Vaststellen nota's inzake marktgelden als bedoeld in de geldende verordening marktgelden en van nota's inzake havengelden als bedoeld in de geldende verordening havengelden.
2Optreden als ambtenaar, jegens wie mede de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet gelden, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten die zijn ondergebracht in de geldende verordening havengelden.
Artikel 8 Medewerker beleidsuitvoering I en II
1Kwijtschelding of restitutie van leges verlenen.
2Vaststellen van nota's inzake leges genoemd in hoofdstukken 2 en 3 van de tarieventabel behorende bij de geldende legesverordening.
3Optreden als ambtenaar jegens wie mede de verplichtingen bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en in de artikelen 58 en 60 van de Invorderingswet 1990, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet gelden, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten die zijn ondergebracht in de hoofdstukken 2 en 3 van de tarieventabel behorende bij de geldende legesverordening.
Hoofdstuk 5 ONDERMANDATEN INTERNE DIENSTVERLENING
Artikel 1 Medewerker systemen I en II; adviseur III en IV; medewerker gegevens I en II en tactisch leidinggevende II belast met informatie- en communicatietechnologie en/of informatiebeheer
Nemen van besluiten om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten en de volmacht om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten.
Artikel 2 Adviseur III en IV
1Het beslissen op verzoeken op grond van de Wet open overheid.
2Het beslissen op verzoeken op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming.
Hoofdstuk 6 ONDERMANDATEN DATA GEO EN BELASTINGEN
Artikel 1 Tactisch leidinggevende II en medewerker gegevens II belast met het beheer van de BAG
1Het opstellen van de 'ambtelijke verklaringen' behalve die bedoeld in artikel 3 van de Wet BAG.
2Het toetsen van brondocumenten aan de vereisten voor inschrijving (artikel 11 Wet BAG).
3Het uitgeven van inschrijfnummers en identificatienummers.
4Het inschrijven van de in artikel 10 van de Wet BAG aangewezen brondocumenten in het adressenregister dan wel het gebouwenregister (artikel 10 Wet BAG).
5Het op basis van de brondocumenten opnemen van gegevens in de adressenregistratie en de gebouwenregistratie overeenkomstig de voorschriften (artikel14 Wet BAG).
6Het ontvangen, doorgeleiden en afhandelen van meldingen c.q. verzoeken, inclusief de verwerking daarvan (artikelen 31, 37, 38, 39, 40 en 41 Wet BAG).
7Het op verzoek aan eenieder verlenen van inzage in het adressenregister, het gebouwenregister, de adressenregistratie en de gebouwenregistratie, alsmede het aan eenieder verstrekken van de in de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie opgenomen gegevens (artikel 32, eerste lid, sub a Wet BAG), waarbij artikel 5.1, eerste en tweede lid van de Wet open overheid van toepassing zijn.
8Het opmaken van processen-verbaal van constatering als bedoeld in artikel 10 van de Wet BAG.
Artikel 2 Medewerker gegevens II
1Het toetsen van de brondocumenten aan vereisten voor inschrijving.
2Het uitgeven van inschrijfnummers en identificatienummers.
3Het inschrijven van documenten in het register en het opnemen van gegevens daarover in de registratie.
4Het plaatsen van aantekeningen op het brondocument.
5Het verwerken van kadastrale mutaties in de administratie.
6Het verstrekken van een bewijs van inschrijving.
7Het waarmerken van afschriften van brondocumenten, waarbij publiekrechtelijke beperkingen zijn opgelegd (artikel 3 Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken).
8Het op verzoek verstrekken van afschriften of uittreksels uit het register en registratie.
9Het verstrekken van verklaringen, dat uit het register blijkt, dat op het betreffende aangevraagde perceel geen publiekrechtelijke beperkingen van toepassing zijn.
10Het herstellen van fouten en doorvoeren van correcties.
11Het (doen) verstrekken van berichten aan de landelijke voorziening.
Artikel 3 Medewerker gegevens II belast met het beheer van de BAG
Het opmaken van schriftelijke verklaringen, strekkende tot het signaleren van een wijziging in de feitelijke situatie die van invloed is op een of meer in de gebouwenregistratie opgenomen gegevens en die niet voortvloeit uit een krachtens de Wet BAG aangewezen brondocument.
Artikel 4 Medewerker gegevens II belast met het beheer van de BAG
Het bepalen van de oppervlakte van een verblijfsobject op basis van de (aanvraag) omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.
Artikel 5 Medewerker gegevens II
1Het vaststellen van de definitieve geometrie van panden en verblijfsobjecten, als bedoeld in artikel 8 van de Wet BAG.
2Het opmaken van processen-verbaal van constatering, als bedoeld in artikel 10 van de Wet BAG.
3Het opmaken van schriftelijke verklaringen, strekkende tot het signaleren van een wijziging in de feitelijke situatie die van invloed is op een of meer in de gebouwenregistratie opgenomen gegevens en die niet voortvloeit uit een krachtens de Wet BAG aangewezen brondocument.
Artikel 6 Medewerker gegevens II belast met het beheer van het document managementsysteem
Het verzorgen van een zodanige opzet van het adressenregister en het gebouwenregister, dat de inhoud daarvan duurzaam kan worden bewaard en te allen tijde binnen een redelijke termijn raadpleegbaar en beschikbaar is.
Artikel 7 Adviseur III en medewerker beleidsuitvoering I
Het beslissen op verzoeken op grond van de Wet open overheid.
Hoofdstuk 7 ONDERMANDATEN JURIDISCHE ZAKEN
Artikel 1 Adviseur III en IV
1Het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders en/of de burgemeester bij juridische procedures, waarin de gemeente als partij is opgeroepen.
2Het beslissen op verzoeken op grond van de Wet open overheid.
3Het beslissen op verzoeken op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming.
Artikel 2 Adviseur III en IV belast met klachtencoördinatie
1Besluit nemen over het wel of niet in behandeling nemen van het klaagschrift (artikel. 4, tweede lid van de Klachtenregeling en artikel 9:8 Awb).
2In geval van formele behandeling van de klacht:
a.Bevestiging ontvangst klacht, in kennis stellen van de klager over wel of niet in behandeling nemen (artikel 9:6 en 9:8 Awb).
b.Maken van verslag van het horen (artikel 9:10, derde lid, Awb).
c.Indien nodig aan partijen schriftelijke mededeling van verdaging doen (met maximaal vier weken) (artikel 9:11, tweede lid, Awb).
d.In kennis stellen van de klager over de bevindingen van het onderzoek naar de klacht en van de eventuele conclusies (artikel 9:12, eerste lid, Awb).
3Registreren en jaarlijks publiceren van klachten (artikel 6 Klachtenregeling en artikel 9:12a Awb).
4Fungeren als contactpersoon voor de Nationale Ombudsman.
Artikel 3 Medewerker beleidsuitvoering II
Het beslissen op verzoeken op grond van de Wet open overheid.
Hoofdstuk 8 ONDERMANDATEN PERSONEEL EN ORGANISATIE
Artikel 1 Adviseur IV
1Het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders en/of de burgemeester bij juridische procedures, waarin de gemeente als partij is opgeroepen.
2Het beslissen op verzoeken op grond van de Wet open overheid.
Artikel 2 Adviseur II
Het afsluiten van collectieve verzekeringen ten behoeve van personeel.
Artikel 3 Medewerker bedrijfsvoering II
Het betaalbaar stellen van de salarissen en afdrachten sociale premies, belastingen en verzekeringen.
Hoofdstuk 9 ONDERMANDATEN STRATEGIE, FINANCIËN EN CONTROL
§ 1 Algemeen
Artikel 1 Tactisch leidinggevende III en medewerker beleidsuitvoering III
Het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders en/of de burgemeester bij juridische procedures, waarin de gemeente als partij is opgeroepen.
Artikel 2 Adviseur III
Het aantrekken en uitzetten van gelden in het kader van het saldo- en liquiditeitenbeheer.
Artikel 3 Medewerker beleidsuitvoering III belast met verzekeringen
Het afsluiten van verzekeringen.
§ 2 Ondermandaten van de Heffingsambtenaar
Artikel 4 Manager I, adviseur III, tactisch leidinggevende III, medewerker beleidsuitvoering III en medewerker bedrijfsvoering III
1Vaststellen en verzenden van aanslagen en nota's conform de vigerende belastingverordening inzake aanslagen precariobelasting, nota's lijkbezorgingsrechten, nota's marktgelden, nota's havengelden, nota's reinigingsrechten, nota's leges, nota's recognities.
2Optreden als ambtenaar, jegens wie mede de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet gelden, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten die zijn ondergebracht in de geldende belastingverordeningen.
§ 3 Ondermandaten Inkoop
Artikel 5 Adviseur III belast met inkoop en medewerker bedrijfsvoering III
Het adviseren over en/of het starten van een nationale openbare of een Europese aanbesteding.
Hoofdstuk 10 ONDERMANDATEN BEDRIJFSADVIES EN ONDERSTEUNING FYSIEKE LEEFOMGEVING
Artikel 1 Adviseur IV belast met juridisch advies
1Het vertegenwoordigen van het college en/of de burgemeester bij juridische procedures, waarin de gemeente als partij is opgeroepen.
2Belanghebbenden in de gelegenheid stellen mondeling of schriftelijk zienswijzen naar voren te brengen als bedoeld in afdeling 3.4 Awb.
3Ter inzage leggen en het verstrekken van (kopieën) van (ontwerp)besluiten, verzoeken om vergunning of ontheffing, verslagen, nota's en andere stukken.
4Vaststellen van formulieren voor het indienen van aanvragen en het verstrekken van gegevens, als bedoeld in artikel 4:4 Awb.
5In de gelegenheid stellen tot het aanvullen van een aanvraag, als bedoeld in artikel 4:5 van de Awb en besluiten om de aanvraag niet te behandelen.
6Het horen van een aanvrager, als bedoeld in de artikelen 4:7 tot en met 4:10 Awb.
7Het aansprakelijk stellen van derden voor schade die zij aan het openbaar gebied hebben toegebracht.
8Het voeren van correspondentie naar aanleiding van controles door toezichthouders, zoals het opstellen en verzenden van (voor)waarschuwingen in het voortraject van handhaving van wet- en regelgeving.
9Het nemen van besluiten over het toepassen van bestuursdwang.
10Het nemen van besluiten over het opleggen van een last onder dwangsom.
11Het beslissen op verzoeken op grond van de Wet open overheid.
Hoofdstuk 11 ONDERMANDATEN BEHEER OPENBARE RUIMTE
§ 1 Algemeen
Artikel 1 Medewerker beleidsuitvoering I belast met vergunningverlening kabels en leidingen
1Het af- of goedkeuren van aanvragen over kabels en leidingen op grond van de Telecommunicatiewet en de geldende Algemene verordening ondergrondse infrastructuur en bijbehorende geldende beleidsregels.
2Het beslissen op verzoeken op grond van de Wet open overheid.
Artikel 2 Medewerker locatie II belast met het beheer van begraafplaatsen
1Het nemen van besluiten op grond van de Wet op de lijkbezorging, de geldende beheersverordening begraafplaatsen en het daarbij behorende geldende uitvoeringsbesluit begraafplaatsen en afdeling 3 van hoofdstuk 5 van de geldende Fysieke Leefomgeving.
2Optreden als ambtenaar, jegens wie mede de verplichtingen als bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet gelden, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten die zijn ondergebracht in de geldende verordening lijkbezorgingsrechten en bijbehorende tarieventabel.
Artikel 3 Medewerker ontwerp & voorbereiding II en III
Het doen van een aanvraag omgevingsvergunning.
§ 2 Ondermandaten van de heffingsambtenaar
Artikel 4 Manager II
1Vaststellen van nota's inzake leges genoemd in de tarieventabel behorende bij de geldende legesverordening voor ontheffingen, vergunningen, meldingen en instemmingsbesluiten en nota’s inzake lijkbezorgingsrechten genoemd in de geldende verordening lijkbezorgingrechten met bijbehorende tarieventabel.
2Optreden als ambtenaar, jegens wie mede de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet gelden, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten die zijn ondergebracht in de tarieventabel behorende bij geldende legesverordening en de geldende verordening lijkbezorgingsrechten.
Hoofdstuk 12 ONDERMANDATEN STADSERF
§ 1 Algemeen
Artikel 1 Medewerker beleidsuitvoering II en III en Medewerker publiek III belast met afval en reiniging
1Het afhandelen van meldingen en van praktische uitvoeringsaangelegenheden op het gebied van afval en reiniging.
2Het nemen van besluiten op grond van de geldende afvalstoffenverordening en het daarbij behorende uitvoeringsbesluit afvalstoffen.
Artikel 2 Medewerker locatie IV en V
Het geven van aanwijzingen strekkend tot een doelmatige verwijdering van afvalstoffen, die worden aangeboden bij de milieustraat.
Artikel 3 Medewerker toezicht IV belast met wijkonderhoud; medewerker technische uitvoering II belast met wijkonderhoud; medewerker beleidsuitvoering II en III en medewerker publiek III
Het afhandelen van klachten en praktische uitvoeringsaangelegenheden op het gebied van wijkonderhoud.
Artikel 4 Tactisch leidinggevende III
Het beslissen op verzoeken op grond van de Wet open overheid.
§ 2 Ondermandaten van de Heffingsambtenaar
Artikel 4 Manager II
1Vaststellen van nota's als bedoeld in de geldende verordening reinigingsheffingen.
2Optreden als ambtenaar, jegens wie mede de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet gelden, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten die zijn ondergebracht in de geldende verordening reinigingsheffingen.
Artikel 5 Tactisch leidinggevende III en medewerker toezicht IV belast met afval en reiniging
1Vaststellen van nota's als bedoeld in de geldende verordening reinigingsheffingen.
2Optreden als ambtenaar, jegens wie mede de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet gelden, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten die zijn ondergebracht in de geldende verordeningen reinigingsheffingen.
Hoofdstuk 13 ONDERMANDATEN FYSIEKE DIENSTVERLENING
§ 1 Algemeen
Artikel 1 Medewerker beleidsuitvoering I, II en III belast met vergunningverlening
1Beslissen op verzoek om omgevingsvergunning voor alle activiteiten als bedoeld in de Omgevingswet die onder het takenpakket van het team Fysieke Dienstverlening vallen.
2Buiten behandeling laten, aanhouden, verdagen of verlengen van de beslistermijn van een aanvraag om vergunning of ontheffing als bedoeld in dit artikel.
3Beslissen inzake teruggave van legeskosten ten aanzien van een aanvraag om vergunning of ontheffing als bedoeld in dit artikel.
4Doen van een mededeling dat het bouwwerk vergunningsvrij is.
5Intrekken van een vergunning of ontheffing als bedoeld in dit artikel.
6Beslissen inzake het voornemen om de uniforme openbare voorbereidingsprocedure op te starten en het ontwerpbesluit ter inzage te leggen op aanvragen voor buitenplanse omgevingsactiviteiten op grond van de Omgevingswet.
7Beslissen inzake het voornemen om een ontheffingsprocedure hogere grenswaarde op te starten.
8Beslissen om een ontheffing hogere grenswaarde te verlenen, indien dit noodzakelijk is in verband met het verlenen van een vergunning voor een (buitenplanse) omgevingsplanactiviteit als bedoeld in de Omgevingswet.
9Vrijstelling verlenen van het Besluit bouwwerken leefomgeving of de Bouwverordening.
10Administratieve begeleiding en advisering op aanvragen om ontheffingen, vrijstellingen of verklaringen aan de minister.
11Nemen van huisnummerbesluiten als bedoeld in artikel 6 van de Wet BAG juncto artikel 3 van de Verordening naamgeving en nummering adressen juncto artikel 108 van de Gemeentewet.
12Toekennen en weigeren van huisnummers.
13Gegevens verstrekken aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
14Bijhouden openbaar register.
15Het meedelen van het resultaat in de verschillende fasen van de behandeling van een principeverzoek om medewerking aan een ruimtelijk initiatief in de fysieke leefomgeving.
Artikel 2 Medewerker administratief & secretarieel II
1De mededeling doen dat het bouwwerk vergunningsvrij is.
2Gegevens verstrekken aan het CBS.
3Bijhouden openbaar register.
Artikel 3 Medewerker beleidsuitvoering I, II en III en adviseur IV en V
1Het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester bij juridische procedures, waarin de gemeente als partij is opgeroepen.
2Het nemen van besluiten op grond van de geldende subsidieverordening en daarop gebaseerde geldende regelgeving en beleidsregels.
3Het nemen van besluiten op grond van de Wet op de bedrijveninvesteringszones en daarop gebaseerde geldende regelgeving en beleidsregels.
4Het geven van opdrachten door de budgethouder, die passen binnen het budget en tot maximaal 50.000 euro exclusief Btw.
5Het beslissen op verzoeken op grond van de Wet open overheid.
§ 2 Ondermandaten van Heffingsambtenaar
Artikel 4 Manager II
1Vaststellen van nota's inzake leges als genoemd in de tarieventabel behorende bij de geldende legesverordening.
2Het optreden als ambtenaar jegens wie mede de verplichtingen bedoeld in de artikelen 47, 49, en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en in de artikelen 58 en 60 van de Invorderingswet 1990, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet gelden, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten die zijn ondergebracht in de hoofdstukken 2 en 3 van de tarieventabel behorende bij de geldende legesverordening.
Artikel 5 Medewerker beleidsuitvoering I, II en III belast met vergunningverlening
1Kwijtschelding of restitutie van leges verlenen.
2Vaststellen van nota's inzake leges genoemd in hoofdstukken 2 en 3 van de tarieventabel behorende bij de geldende legesverordening.
3Optreden als ambtenaar jegens wie mede de verplichtingen bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en in de artikelen 58 en 60 van de Invorderingswet 1990, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet gelden, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten die zijn ondergebracht in de hoofdstukken 2 en 3 van de tarieventabel behorende bij de geldende legesverordening.
Hoofdstuk 14 ONDERMANDATEN STRATEGIE EN BELEID FYSIEKE LEEFOMGEVING 1 EN 2
Artikel 1 Programmamanager III; medewerker ontwikkeling I, II, III en IV en medewerker beleidsuitvoering II
1Het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester bij juridische procedures, waarin de gemeente als partij is opgeroepen.
2Het nemen van besluiten op grond van de geldende subsidieverordening en daarop gebaseerde geldende regelgeving en beleidsregels.
3Het nemen van besluiten op grond van de Wet op de bedrijveninvesteringszones en daarop gebaseerde geldende regelgeving en beleidsregels.
4Het geven van opdrachten door de budgethouder, die passen binnen het budget en tot maximaal 50.000 euro exclusief Btw.
5Het beslissen op verzoeken op grond van de Wet open overheid.
Artikel 2 Medewerker ontwikkeling II en III en medewerker beleidsuitvoering II belast met beleidsveld mobiliteit
1Het nemen van besluiten over verkeersmaatregelen ("verkeersbesluiten") op grond van de Wegenverkeerswet 1994 en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer.
2Het nemen van besluiten over ontheffingen, als bedoeld in artikel 87 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en artikel 149, eerste lid, aanhef en sub d van de Wegenverkeerswet 1994.
3Het treffen van tijdelijke verkeersmaatregelen als bedoeld in artikel 34 Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer.
4Het nemen van besluiten ten aanzien van de instelling van verkeersregelaars en verkeersbrigadiers, als bedoeld in artikel 56 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer.
5Het nemen van besluiten op grond van de Wegenwet.
Hoofdstuk 15 ONDERMANDATEN PROGRAMMA’S EN PROJECTEN
Artikel 1 Programmamanager II en III; projectleider II, III en IV; medewerker ontwerp & voorbereiding I, II en III; medewerker beleidsuitvoering I belast met projectbeheersing
Het binnen de grenzen van een goedgekeurde startnotitie en projectplan en conform het Richtsnoer Projectmatig Werken en de procesplaat, nemen van besluiten en ondertekenen daarvan, indien die binnen de grenzen van dat project vallen en indien de bestuurlijk en ambtelijk opdrachtgever daarmee ingestemd hebben.
Artikel 2 Programmamanager II en III; projectleider II, III en IV; adviseur III en IV en medewerker ontwerp & voorbereiding I, II en III
1Het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester bij juridische procedures, waarin de gemeente als partij is opgeroepen.
2Het beslissen op verzoeken op grond van de Wet open overheid.
Artikel 3 Programmamanager II
Het nemen van besluiten op grond van de geldende subsidieverordening en de daarop gebaseerde geldende regelgeving en beleidsregels.
Artikel 4 Programmamanager III; projectleider II, III en IV; medewerker ontwerp & voorbereiding I, II en III
1Het doen van een aanvraag omgevingsvergunning.
2Het garantstellen voor beschadiging van leidingen van nutsbedrijven tijdens de bouwfase van nieuwbouwprojecten.
Artikel 5 Adviseur III en IV belast met juridisch advies
Het inschrijven van stukken met betrekking tot het voorkeursrecht bij het Kadaster.
Artikel 6 Medewerker bedrijfsvoering II
Afwijzen van aanvragen tot aankoop hoofdgroen en buurtgroen.
Hoofdstuk 16 ONDERMANDATEN STRATEGIE EN BELEID SAMENLEVING
Artikel 1 Medewerker ontwikkeling I, II en III
1Het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders en/of de burgemeester in juridische procedures waarin de gemeente als partij is uitgenodigd of opgeroepen.
2Het nemen van besluiten op grond van de geldende subsidieverordening en de daarop gebaseerde geldende regelgeving en beleidsregels.
3Het voeren van correspondentie naar aanleiding van controles door toezichthouders, zoals het opstellen en verzenden van (voor)waarschuwingen in het voortraject van handhaving van wet- en regelgeving.
4Het nemen van besluiten op grond van de geldende verordening leerlingenvervoer en bijbehorende geldende beleidsregels.
5Het nemen van besluiten op grond van de geldende verordening maatschappelijke ondersteuning.
6Het nemen van besluiten over het toepassen van bestuursdwang.
7Het nemen van besluiten over het opleggen van een dwangsom.
8Het beslissen op verzoeken op grond van de Wet open overheid.
Hoofdstuk 17 ONDERMANDATEN ACCOMMODATIES EN VASTGOED
Artikel 1 Medewerker ontwerp & voorbereiding II en III, projectleider III en medewerker ontwikkeling I, II en III, medewerker beleidsuitvoering II en medewerker toezicht II en III
1Het aangaan van overeenkomsten voor het leveren van diensten.
2Het aangaan van huurovereenkomsten.
3Het vertegenwoordigen van de gemeente in een Vereniging van Eigenaren waarvan de gemeente lid is.
4Het nemen van besluiten op grond van de geldende onderwijshuisvestingsverordening en bijbehorende geldende beleidsregels.
5Het indienen van subsidieaanvragen voor gemeentelijke projecten.
6Het indienen van aanvragen om omgevingsvergunning.
7Het binnen de grenzen van een goedgekeurd projectplan en conform de Richtsnoer Projectmatig Werken, nemen van besluiten en ondertekenen daarvan, indien die binnen de grenzen van dat project vallen en indien de bestuurlijk en ambtelijk opdrachtgever daarmee ingestemd hebben.
8Het binnen de grenzen en budgetten van het Meerjaren Onderhouds Plan (MJOP) nemen van besluiten.
9De gemeente vertegenwoordigen in Vereniging van Eigenaren van complexen waarvan de gemeente een appartementsrecht bezit.
10Het beslissen op verzoeken op grond van de Wet open overheid.
Artikel 2 Medewerker bedrijfsvoering II en III
Het aangaan van (nuts)overeenkomsten voor eigendoms- en huurobjecten.
Hoofdstuk 18 ONDERMANDATEN REGIONAAL BUREAU LEERPLICHT & DOORSTROOMPUNT UTRECHT NOORDWEST
Artikel 1 Manager II
1Het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester bij juridische procedures, waarin de gemeente als partij is opgeroepen.
2De bevoegdheden/taken op grond van artikel 8.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 147 en 148 van de Wet op de expertisecentra in verband met de bestrijding van het voortijdig schoolverlaten door gemeente.
Artikel 2 Medewerker beleidsuitvoering I en II en adviseur IV
1De bevoegdheden/taken, genoemd in de artikelen 1a1, tweede tot en met vierde lid, 3a, 3b, 6, 7, 15, 16, 18 19, 21, 21a, 22, 23 en 25 van de Leerplichtwet 1969 en de uitvoeringstaken voortvloeiend uit de regels inzake Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten (Wet op het voortgezet onderwijs, Wet educatie en beroepsonderwijs en Wet op de expertisecentra).
2Het beslissen op verzoeken op grond van de Wet open overheid.
Artikel 3 Medewerker administratief & secretarieel I
De uitvoeringstaken voortvloeiend uit de regels inzake Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten (Wet op het voortgezet onderwijs, Wet educatie en beroepsonderwijs en Wet op de expertisecentra).
Artikel 4 Medewerker administratief & secretarieel I en II
De bevoegdheden/taken, genoemd in de artikelen 18, 19, 21 en 25 (voor wat betreft het verstrekken van statistische gegevens) van de Leerplichtwet 1969 en de uitvoeringstaken voortvloeiend uit de regels inzake Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten (Wet op het voortgezet onderwijs, Wet educatie en beroepsonderwijs en Wet op de expertisecentra).
Hoofdstuk 19 ONDERMANDATEN BEDRIJFSADVIES EN -ONDERSTEUNING SAMENLEVING
Artikel 1 Medewerker beleidsuitvoering I, II en III
1Het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders en/of de burgemeester in juridische procedures waarin de gemeente als partij is uitgenodigd of opgeroepen.
2Het nemen van besluiten op grond van de geldende subsidieverordening en de daarop gebaseerde geldende regelgeving en beleidsregels.
3Het nemen van besluiten op grond van de geldende verordening leerlingenvervoer en bijbehorende geldende beleidsregels.
4Het beslissen op verzoeken op grond van de Wet open overheid.
Artikel 2 Medewerker bedrijfsvoering III
1Alle bevoegdheden op grond van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart.
Hoofdstuk 20 ONDERMANDATEN JEUGD EN GEZIN
Artikel 1 Medewerker beleidsuitvoering I, II en III
1Het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders en/of de burgemeester bij juridische procedures, waarin de gemeente als partij is opgeroepen.
2Alle bevoegdheden op grond van de Jeugdwet met daaraan gekoppelde verordeningen, reglementen, uitvoeringsbesluiten en beleidsregels.
3Het beslissen op verzoeken op grond van de Wet open overheid.
Artikel 2 Medewerker beleidsuitvoering I
Alle bevoegdheden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 met daaraan gekoppelde verordeningen, reglementen, uitvoeringsbesluiten en beleidsregels.
Hoofdstuk 21 SLOTBEPALINGEN
Artikel 1 Citeertitel en inwerkingtreding
1Deze regeling wordt aangehaald als “Mandaatregister gemeente Woerden 2026”.
2Deze regeling treedt in werking op 1 juli 2026 onder gelijktijdige intrekking van het op 1 januari 2026 in werking getreden “Mandaatregister Woerden 2026”.
TOELICHTING
Hoofdstuk 1 UITGANGSPUNTEN MANDAATREGISTER
Het mandaatregister bestaat uit drie delen. Het eerste deel wordt gevormd door het algemene deel. Het tweede deel bestaat uit externe en bijzondere mandaten. Het derde deel bestaat uit de ondermandaten.
Het Mandaatregister is in 2022 integraal geactualiseerd. Per mandaat is bekeken of de mandaten nog actueel zijn en waar nodig zijn deze herzien. Ook de ondermandaten zijn in 2022 herzien. In 2024 zijn de mandaten vervolgens geactualiseerd en zijn er wijzigingen doorgevoerd in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Begin 2026 is het mandaatregister opnieuw gewijzigd in verband met de gewijzigde organisatiestructuur.
De reikwijdte van het mandaat.
Het mandaat aan de directie, de concerncontroller, teammanagers en programmamanagers is gekoppeld aan hun takenpakket. Het mandaat dient binnen de grenzen van dit takenpakket te worden uitgeoefend. Het takenpakket is omschreven in het eveneens geactualiseerde Uitvoeringsbesluit ten behoeve van de (tevens geactualiseerde) Organisatieregeling.
Hoofdstuk 2. AANWIJZINGEN BIJ DE UITOEFENING VAN MANDATEN
§ 1 Inleiding
Het kenmerkende verschil tussen een burger en de overheid is dat een burger in principe alles mag, tenzij het verboden is en dat de overheid eigenlijk niets mag, tenzij het uitdrukkelijk is toegestaan. Dit volgt uit het legaliteitsbeginsel.
Gelukkig wordt niet iedere handeling geraakt door dit legaliteitsbeginsel. Alleen handelingen die gericht zijn op een rechtsgevolg moeten berusten op een wettelijke bevoegdheid. Veel van de werkzaamheden die de collega's in ons stadhuis verrichten zijn van feitelijke aard. Het voorbereiden en uitvoeren van besluitvorming, het voorlichten van burgers, het bijhouden van de administratie of zelfs het blussen van branden zijn geen handelingen die gericht zijn op een rechtsgevolg. Voor die handelingen hoeft geen mandaat gegeven te worden en die handelingen staan daarom in het algemeen niet in het Mandaatregister. Zoals hierboven aangegeven volgt uit het legaliteitsbeginsel dat rechtshandelingen altijd gebaseerd moeten zijn op een wettelijke bevoegdheid. Binnen de gemeente zijn deze bevoegdheden toegewezen aan drie bestuursorganen: het college, de burgemeester en de raad. Het is ondoenlijk om alle besluiten die genomen moeten worden, alleen door deze drie organen te laten nemen, daarom zijn in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) mandaat en delegatie opgenomen. Beide rechtsfiguren zorgen ervoor dat de last van besluitvorming verdeeld kan worden over de ambtelijke organisatie.
§ 2 Mandaat in de Algemene wet bestuursrecht
2.1 Het begrip Mandaat en Delegatie
In afdeling 10.1.1 van de Awb staan de wettelijke voorschriften die gelden voor mandaat. Artikel 10:1 Awb definieert het begrip mandaat als de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen.
Voorbeeld:
Het college van burgemeester en wethouders is het bevoegde orgaan met betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen. Als het college aan de teammanager van het team Fysieke Dienstverlening de bevoegdheid tot het verlenen van deze vergunningen mandateert, houdt dat in dat de teammanager namens het college een omgevingsvergunning kan verlenen. Het college blijft echter ten volle verantwoordelijk voor de wijze van uitoefening van deze bevoegdheid. Juridisch gezien zijn de besluiten, die door de teammanager zijn genomen, besluiten van het college. Dit blijkt uit de ondertekening van de omgevingsvergunning, waarin staat dat de teammanager namens het college van burgemeester en wethouders tekent.
Het bestuursorgaan dat de oorspronkelijke bevoegdheid heeft en dat het mandaat heeft verleend, wordt mandaatgever genoemd. Degene aan wie het mandaat verleend wordt noemt men de gemandateerde. In het gekozen voorbeeld is de mandaatgever het college van burgemeester en wethouders, en de gemandateerde de teammanager Fysieke Dienstverlening. De mandaatgever kan voorschriften aan een mandaat verbinden en bovendien kan hij te allen tijde besluiten de bevoegdheid weer zelf uit te oefenen.
In het bovengenoemde voorbeeld is sprake van een beslissingsmandaat: de beslissing om de omgevingsvergunning bouwen te verlenen wordt genomen door de teammanager Fysieke Dienstverlening. Een mandaat kan zich echter ook beperken tot alleen ondertekening. In dit voorbeeld zou dan het college zelf het besluit nemen, maar ondertekent de teammanager Fysieke Dienstverlening. In de ondertekening zou dan staan 'overeenkomstig het door het college genomen besluit'.
Een mandaat mag altijd verleend worden, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich tegen de mandaatverlening verzet. Artikel 10.3 Awb noemt een aantal gevallen waarin mandaatverlening in ieder geval is uitgesloten.
De mandaatgever blijft juridisch gezien verantwoordelijk voor de bevoegdheid die hij heeft gemandateerd. Bij delegatie is dat juist niet het geval. Van delegatie is namelijk sprake als een bestuursorgaan een bevoegdheid overdraagt aan een ander orgaan. Met deze overdracht gaat ook de verantwoordelijkheid over. Na de overdracht van de bevoegdheid kan het oorspronkelijk bevoegde orgaan de overgedragen bevoegdheid niet meer zelf uitoefenen. De delegaatgever is niet meer juridisch verantwoordelijk voor de beslissingen van degene die de delegaat uitoefent.
In de gemeentelijke praktijk worden met name de bevoegdheden van de raad gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders. Dat is niet vreemd, omdat bevoegdheden niet gedelegeerd mogen worden aan ondergeschikten. Daarvoor is het mandaat bedoeld. Het college kan bevoegdheden die het zelf gedelegeerd heeft gekregen wel doormandateren aan de ambtelijke organisatie. Een ander belangrijk verschil tussen delegatie en mandaat is dat delegatie alleen is toegestaan als de wet dat toelaat.
2.2 Mandaat en ondermandaat
Een gemandateerde kan de aan hem gegeven bevoegdheid doorgeven aan een aan hem ondergeschikte ambtenaar. Er is dan sprake van ondermandaat. Ondermandaat wordt geregeld in artikel 10:9 Awb. De voorschriften die voor het mandaat gelden, zijn ook van toepassing op het ondermandaat.
Voorbeeld:
De teammanager Fysieke Dienstverlening mandateert de bevoegdheid tot het verlenen van omgevingsvergunningen, die hij krachtens mandaat heeft, vervolgens aan de medewerker publieke dienstverlening A. In een dergelijk geval spreken we van ondermandaat.
Het college van burgemeester en wethouders blijft het bevoegde orgaan. Het college is derhalve ten volle verantwoordelijk voor de besluiten van de medewerker publieke dienstverlening A.
Juridisch gesproken zijn de besluiten van de medewerker publieke dienstverlening A besluiten van het college.
De mandaatgever blijft verantwoordelijk voor de besluiten van degene aan wie de bevoegdheid in ondermandaat is gegeven. De mandaatgever zal daarom toestemming moeten geven voor ondermandaat. Uit de voorschriften van het mandaatbesluit blijkt of de mandaatgever ondermandaat heeft toegestaan.
2.3 Mandaat aan niet-ondergeschikten
Mandaatverlening is in de eerste plaats bedoeld voor ondergeschikte ambtenaren, maar er is ook een mogelijkheid in de Awb opgenomen om het verlenen van mandaat aan niet-ondergeschikten mogelijk te maken. Artikel 10:4 Awb regelt deze figuur.
Voorbeeld:
Het college van burgemeester en wethouders mandateert de bevoegdheid tot het verlenen van ontheffingen van het Wegenverkeersreglement voor uitzonderlijk vervoer aan de chef uitvoerende dienst van Politiedistrict Rijn en Venen. De chef uitvoerende dienst mag dus zelf besluiten tot het verlenen van die ontheffing. Het college blijft echter juridisch verantwoordelijk voor de besluiten die de chef uitvoerende dienst neemt.
Als een bevoegdheid wordt gemandateerd aan een niet-ondergeschikte, dan is mandaatverlening slechts mogelijk na instemming van degene die het mandaat krijgt en in het voorkomende geval van degene onder wiens verantwoordelijkheid hij werkt. Met het geven van de instemming verplicht de gemandateerde zich volgens de aanwijzingen van de mandaatgever te handelen.
Ook kan hij aansprakelijk worden gesteld voor de gevolgen van een onjuiste uitoefening van het mandaat. Op deze manier wordt het ontbreken van een hiërarchische relatie gecompenseerd.
§ 3 Vertegenwoordiging en machtiging
De bevoegdheid om namens een gemeentelijk orgaan besluiten te nemen, moet worden onderscheiden van de bevoegdheid om dit orgaan te vertegenwoordigen.
Voorbeeld: De gemeente wil nieuwe strooiwagens kopen. De bevoegdheid tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, zoals het sluiten van een overeenkomst om strooiwagens te kopen, berust ingevolge artikel 160, eerste lid, sub d, van de Gemeentewet bij het college. Het college besluit dus de overeenkomst aan te gaan. Als het contract ter ondertekening wordt voorgelegd, mag het college echter niet tekenen. De bevoegdheid om de rechtspersoon gemeente te vertegenwoordigen is namelijk in artikel 171 van de Gemeentewet aan de burgemeester gegeven. Die zal daarom het contract moeten ondertekenen.
Als in het bovengenoemde voorbeeld het wenselijk zou zijn dat de teammanager van het team Staderf de strooiwagens kon kopen, dan moeten er dus twee bevoegdheden worden doorgegeven. Enerzijds is er een mandaat van het college nodig om het besluit tot het aangaan van de overeenkomst te mogen nemen, anderzijds is er een volmacht van de burgemeester nodig om het contract namens de gemeente te mogen tekenen. Het is daarom verstandig bij het verlenen van het bovengenoemde mandaat ook te regelen dat dezelfde persoon een volmacht heeft. Op grond van het Mandaatregister is een teammanager in beginsel bevoegd om namens het college te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten die vallen binnen zijn of haar takenpakket. Ook heeft hij/zij op grond van het Mandaatregister een volmacht om deze overeenkomst namens de gemeente te ondertekenen. Gaat het evenwel om een overeenkomst met verstrekkende gevolgen of zijn er grote bedragen meegemoeid, lees meer dan het bedrag waarvoor de teammanager tekenbevoegd is, dan dient het sluiten van de overeenkomst aan het college te worden voorgelegd. In de praktijk vindt in de meeste gevallen besluitvorming over het aangaan van overeenkomsten dan ook door het college plaats.
Net zoals bij het aangaan van overeenkomsten een onderscheid moet worden gemaakt tussen het besluit tot het aangaan van de overeenkomst en de ondertekening daarvan, moet bij het voeren van rechtsgedingen onderscheid worden gemaakt tussen het besluit in rechte op te treden en de daadwerkelijke vertegenwoordiging bij de rechter. Dit is lastige materie, vooral omdat het verschil uitmaakt of er sprake is van een bestuursrechtelijk geschil of een privaatrechtelijk geschil.
§ 4 Beperkingen aan het mandaat
Het krijgen van een mandaat brengt een bepaalde verantwoordelijkheid met zich mee en daarom is het belangrijk te weten wat een gemandateerde wel mag en vooral wat hij niet mag.
In de eerste plaats bepaalt de tekst van het mandaat zelf welke beperkingen er zijn. De letterlijke tekst van het mandaat bepaalt welke bevoegdheden zijn doorgegeven en welke niet. Als de tekst van het mandaat ruimte laat voor twijfel, moet de gemandateerde ervan uitgaan dat de bevoegdheid waar twijfel over bestaat niet is doorgegeven.
Daarnaast kunnen in het Mandaatregister specifieke beperkingen zijn opgenomen die bij dat bepaalde mandaat horen. Naast deze specifieke beperkingen, zijn er ook algemene beperkingen die voor alle mandaatbesluiten gelden. Zo wordt ieder mandaatbesluit begrensd door de voorschriften die in hoofdstuk 10.1 van de Awb staan over mandaten. Hieruit volgt bijvoorbeeld dat mandaat niet strekt tot de afdoening van bezwaarschriften tegen een eerder krachtens mandaat genomen beslissing. Ook geldende wet- en regelgeving die specifiek betrekking hebben op de bevoegdheid die is gemandateerd kunnen een mandaat beperken. Het mandaat is immers geen excuus om de wet te overtreden. Daarnaast geldt dat een mandaat niet mag worden uitgeoefend als het te nemen besluit ingrijpende politieke of maatschappelijke gevolgen heeft. Dan moet het besluit worden genomen door het orgaan dat het mandaat heeft verleend. Een besluit zou gevoelig kunnen zijn als er uitgebreide aandacht in de media voor is, of als verschillende belangengroepen die zich actief met het onderwerp bezighouden. Het is de verantwoordelijkheid van de gemandateerde de gevolgen van een te nemen besluit te overzien en zich af te vragen of hij er, gezien de omstandigheden, verstandig aan doet dit besluit in mandaat te nemen. Tenslotte is de gemandateerde gebonden aan de bestaande financiële ruimte, met andere woorden: een ter uitvoering van het mandaat genomen beslissing mag niet leiden tot overschrijding van het budget. Deze beperkingen zijn opgenomen in het algemene deel van het Mandaatregister.
§ 5 Overige voorschriften bij een mandaatbesluit
Het mandaatbesluit dient te verwijzen naar het toepasselijke voorschrift (bijvoorbeeld een wet of een verordening). Uit het mandaatbesluit moet ook duidelijk blijken welke bevoegdheden zijn gemandateerd, zodat de reikwijdte van het mandaat voor buitenstaanders, zoals de burger maar ook de rechter duidelijk is. Het mandaat kan hiervoor verwijzen naar de artikelen van de regeling waarin de gemandateerde bevoegdheid is opgenomen, of er kan een zo exact mogelijke omschrijving van deze bevoegdheden in het mandaatbesluit worden opgenomen. Het mandaat wordt verleend aan een functionaris en niet aan een persoon. Dit heeft als voordeel dat bij vertrek van de betreffende persoon het mandaat niet behoeft te worden gewijzigd.
Voorbeeld:
De heer Jansen is teammanager Fysieke Dienstverlening. Het mandaat dient in dit geval aan de teammanager Fysieke Dienstverlening te worden verleend, en niet aan de heer Jansen.
Alleen de teammanager en de directie (bij personeelsbevoegdheden) mogen ondermandaat verlenen. Iemand die een ondermandaat heeft gekregen, mag dat niet zelf verder doorgeven.
Bovendien geldt een ondermandaat alleen als het is opgenomen in deel 2 van het Mandaatregister. Deze voorschriften staan in artikel 4 van hoofdstuk 1 en zijn bedoeld om zich te houden aan de ondermandatering. Een teammanager die ondermandaat wil verlenen dient daarom eerst contact op te nemen met zijn of haar juridisch consulent.
Als een nieuw mandaatbesluit is genomen, moet het worden bekend gemaakt. Dat gebeurt door publicatie in het (digitale) Gemeenteblad. Om te garanderen dat alle mandaatbesluiten gepubliceerd worden, moet een afschrift van ieder mandaatbesluit aan het team Juridische Zaken gestuurd worden. Dit team zorgt dan voor publicatie en ook voor het opnemen van het mandaatbesluit in het Mandaatregister. Op deze manier blijft het Mandaatregister actueel.
§ 6 Modellen
Voor het verlenen van een ondermandaat dient het in de bijlage opgenomen model te worden gebruikt.
Bijlage 1 MODEL ONDERMANDAAT
ONDERMANDAAT
De teammanager van het team (teamnaam);
gelet op de artikelen 10:1 tot en met 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht en met in achtneming van het bepaalde in de algemene voorschriften van hoofdstuk 1 van het Mandaatregister gemeente Woerden 2026;
besluit;
I. ……………..(functionaris) mandaat te verlenen tot het namens hem nemen van besluiten ter
zake van ………………………… (omschrijving te mandateren bevoegdheid)
II. het ondermandaat op te nemen in het Mandaatregister in Hoofdstuk ……………. (nr.
Hoofdstuk)………… (naam hoofdstuk) in artikel ………..(nr. artikel), lid …...(nr.)
III. aan de verlening van dit mandaat de volgende voorschriften te verbinden:
a.een verder ondermandaat is niet toegestaan;
b.brieven en besluiten ter uitvoering van een door het college verleend mandaat worden in de meervoudsvorm geredigeerd;
c.Een ter uitvoering van het mandaat opgemaakt stuk wordt als volgt ondertekend:
Met vriendelijke groet,
namens burgemeester en wethouders van Woerden,
(handtekening)
(naam)
(functie)
IV. Dit besluit bekend te maken op de voorgeschreven wijze.
Aldus besloten, d.d (datum)
(naam)
Teammanager (team)