Wet basisregistratie personen

Wet BRP

Huidige tekst

Artikel 2.40 Wet BRP

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    Degene die zijn woonadres heeft in een instelling die is aangewezen op grond van het derde of het vierde lid kan, in afwijking van de artikelen 2.38, eerste lid, en 2.39, eerste lid, in plaats van zijn woonadres een briefadres kiezen en daarvan overeenkomstig de genoemde bepalingen aangifte doen.

  2. 2

    Een instelling wordt slechts aangewezen indien de aard van de instelling meebrengt, dat door opneming van het adres daarvan in de basisregistratie de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen onevenredig zou kunnen worden geschaad.

  3. 3

    Onze Minister kan categorieën van instellingen dan wel instellingen afzonderlijk aanwijzen, voor zover het betreft: a.instellingen voor gezondheidszorg; b.instellingen op het gebied van de kinderbescherming; c.penitentiaire instellingen.

  4. 4

    Het college van burgemeester en wethouders kan een in de gemeente gevestigde instelling aanwijzen waarin beschermd wonen of opvang wordt verstrekt als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

  5. 5

    Het hoofd van een aangewezen instelling doet aan de betrokken personen tijdig schriftelijk mededeling van de mogelijkheid tot aangifte van een briefadres.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2019:484Parket bij de Hoge Raad, 9 april 2019 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Kan en moet de deurwaarder een exploot uitbrengen aan een in de basisregistratie personen (BRP) opgenomen briefadres in plaats van openbaar te betekenen op de voet…

  • ECLI:NL:HR:2015:3323Hoge Raad, 17 november 2015 (strafrecht)

    Betekeningsperikelen: woonadres, briefadres en postadres. Bij gebreke van een "woonadres" moet een "briefadres" als bedoeld in art. 1.1 Wet basisregistratie personen worden aangemerkt als "het adres…

  • ECLI:NL:PHR:2015:2266Parket bij de Hoge Raad, 22 september 2015 (strafrecht)

    Betekeningsperikelen: woonadres, briefadres en postadres. Bij gebreke van een "woonadres" moet een "briefadres" als bedoeld in art. 1.1 Wet basisregistratie personen worden aangemerkt als "het adres…

  • ECLI:NL:RBLIM:2025:12016Rechtbank Limburg, 5 december 2025 (bestuursrecht)

    Beroep gericht tegen het niet toekennen van een briefadres en uitschrijving uit de Basisregistratie Personen. Het college heeft eiser terecht (ambtshalve) uitgeschreven uit de Basisregistratie. Het…

  • ECLI:NL:RBROT:2025:5875Rechtbank Rotterdam, 13 mei 2025 (bestuursrecht)

    Weigering aanwijzing stichting als briefadresgever op basis van artikel 2.42, aanhef en onder b, Wet BRP. Beroep gegrond, terugverwijzing.

  • ECLI:NL:RBZWB:2022:4571Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 augustus 2022 (bestuursrecht)

    Afwijzen verzoek registratie in BRP o.v.v. briefadres

  • ECLI:NL:RBMNE:2021:1762Rechtbank Midden-Nederland, 29 april 2021 (bestuursrecht)

    Toekenning briefadres, terugwerkende kracht, ongegrond

  • ECLI:NL:RBGEL:2020:451Rechtbank Gelderland, 24 januari 2020 (strafrecht)

    -

11 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.