Wet tijdelijk huisverbod

Wth

Huidige tekst

Artikel 2 Wth

Geldt sinds 1 juli 2020

  1. 1

    De burgemeester kan een huisverbod opleggen aan een persoon indien uit feiten of omstandigheden blijkt dat diens aanwezigheid in de woning ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van één of meer personen die met hem in de woning wonen of daarin anders dan incidenteel verblijven of indien op grond van feiten of omstandigheden een ernstig vermoeden van dit gevaar bestaat. Het verbod geldt voor een periode van tien dagen, behoudens verlenging overeenkomstig artikel 9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de aard van de feiten en omstandigheden die aanleiding kunnen geven om een huisverbod op te leggen.

  2. 2

    Een huisverbod kan slechts worden opgelegd aan een meerderjarig persoon.

  3. 3

    Indien de burgemeester voornemens is het huisverbod op te leggen wegens kindermishandeling of een ernstig vermoeden daarvan, neemt hij contact op met de Veilig Thuis-organisatie, bedoeld in artikel 4.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 teneinde te overleggen over het voornemen om een huisverbod op te leggen.

  4. 4

    Het huisverbod bevat in ieder geval: a.een omschrijving van de plaats en de duur waarvoor het geldt; b.de feiten en omstandigheden die aanleiding hebben gegeven tot het opleggen van het huisverbod, en c.de namen van de personen ten aanzien van wie het verbod om contact op te nemen geldt.

  5. 5

    Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gegeven met betrekking tot het huisverbod.

  6. 6

    De uithuisgeplaatste geeft aan waar of op welke wijze hij bereikbaar is. Indien de uithuisgeplaatste dit niet terstond kan doorgeven, geeft hij dit binnen 24 uur nadat het huisverbod is opgelegd door aan de burgemeester.

  7. 7

    Indien de situatie dermate spoedeisend is dat het huisverbod niet tevoren op schrift kan worden gesteld, kan het huisverbod mondeling worden aangezegd. De burgemeester draagt alsnog zorg voor spoedige opschriftstelling en bekendmaking. Indien de verblijfplaats van de uithuisgeplaatste niet bekend is, kan bekendmaking plaatsvinden door nederlegging van het huisverbod bij de gemeentesecretarie.

  8. 8

    De burgemeester deelt onverwijld de inhoud van het huisverbod en de gevolgen van niet-naleving daarvan voor de uithuisgeplaatste mede aan degene met wie de uithuisgeplaatste een huishouden deelt. De burgemeester deelt de inhoud van het huisverbod ook mede aan de Veilig Thuis-organisatie, bedoeld in artikel 4.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

  9. 9

    De burgemeester kan het huisverbod in ieder geval intrekken indien de uithuisgeplaatste een aanbod tot hulpverlening heeft aanvaard en dit door de instantie voor advies of hulpverlening, aangewezen ingevolge het achtste lid, is bevestigd, en deze aanvaarding tevens inhoudt dat de uithuisgeplaatste hulpverlening aan één of meer personen die met de uithuisgeplaatste in de woning wonen of daarin anders dan incidenteel verblijven niet zal belemmeren en zal meewerken indien dit van hem wordt gevraagd door de instantie voor advies of hulpverlening.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2025:194Hoge Raad, 11 februari 2025 (strafrecht)

    Handelen in strijd met een door burgemeester opgelegd tijdelijk huisverbod, art. 11 Wet tijdelijk huisverbod. Bewijsklacht t.a.v. “zich ophouden in nabijheid van”. Heeft verdachte zich opgehouden in…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1247Parket bij de Hoge Raad, 3 december 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Overtreding Wet tijdelijk huisverbod. Verdachte verbleef in de helft van een twee-onder-een-kap-woning terwijl huisverbod betrekking had op de andere helft. Betekenis van term “in de…

  • ECLI:NL:PHR:2024:716Parket bij de Hoge Raad, 2 juli 2024 (strafrecht)

    Conclusie plv. AG. Art. 300 en 304 Sr. Bewijsklacht onderdeel “levensgezel” is terecht voorgesteld. Conclusie strekt tot gedeeltelijke vernietiging en terugwijzing.

  • ECLI:NL:PHR:2019:136Parket bij de Hoge Raad, 19 februari 2019 (strafrecht)

    Conclusie A-G over onder meer de door de officier van justitie opgelegde gedragsaanwijzing (art. 509hh Sv), die wordt gevolgd door een strafrechtelijke vervolging en veroordeling. Hoe verhoudt deze…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:14499Rechtbank Noord-Holland, 7 oktober 2026 (personen- en familierecht)

    Wet tijdelijk huisverbod

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:6679Rechtbank Midden-Nederland, 30 september 2026 (bestuursrecht)

    Deze uitspraak gaat over het tijdelijk huisverbod dat de burgemeester van de gemeente Utrecht aan eiser heeft opgelegd van 10 dagen voor de [adres] in [woonplaats] omdat de burgemeester een ernstig…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:29987Rechtbank Den Haag, 11 september 2026 (personen- en familierecht)

    Wth, beroep tegen oplegging en verlenging huis- en contactverbod ongegrond, verzoek tot het treffen van een vovo afgewezen.

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:6974Rechtbank Gelderland, 21 augustus 2026 (strafrecht)

    Veroordeling tot een gevangenisstraf van zeven maanden voor een zware mishandeling en overtreding van een huisverbod. Door met een glazen koffiekan in het gezicht en de halsstreek te slaan heeft het…

513 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.